Ademhalen

Het lukte mij steeds niet goed om mijn gedachten te ordenen om tot een overzichtelijke en duidelijke column te komen over het onderwerp ademhalen. Het trok al wel een tijd mijn aandacht en deze week opnieuw. Wat moest ik erover zeggen? ‘Gewoon blijven ademhalen’ is een gevleugelde en ogenschijnlijk nuchtere uitspraak. Zaterdag had mijn sportcoach Marit van sportschool Mind & Motion een boek voor mij meegenomen over ademen (ontdek de kracht van ademhalen) Op dat moment besefte ik dat ik erover moest gaan schrijven. Al eerder had ik een boek over de krachten van goed (en verkeerd) ademhalen ‘ademloos’ en in één adem uitgelezen en was behoorlijk geïnspireerd geraakt over dit onderwerp.

Onbewust en bewust

Ik dacht aan de vergelijking met gitaarspelen. Ooit begon ik hiermee en vond dat ik al vrij snel een aardig deuntje kon spelen. In te zetten op feestjes, bij kampvuren en in huiselijke kring. Tot het moment dat ik de oneindigheid van mogelijkheden ging ontdekken van de gitaar en het besef doordrong dat het nog niet zo makkelijk was. Ik moest ‘flink aan de bak’ om het kampvuur gitaar niveau te kunnen ontstijgen. Ademhalen gaat gelukkig automatisch, je hoeft er niet bewust stil bij te staan. Het interessante is dat ademhaling onder het autonome zenuwstelsel valt en zowel bewust alsook onbewust kan worden aangestuurd. De wetenschap was tot voor kort overtuigd dat het onmogelijk was om het autonome zenuwstelsel te beïnvloeden. Het blijkt wel te kunnen!

Trainen

Je kunt jezelf dus trainen om het sympathische (inademing) en parasympatische (uitademing) zenuwstelsel positief te beïnvloeden. Op de juiste manier ademhalen heeft direct een positief effect en leidt tot meer ontspanning, meer focus en meer bewustzijn. Een QuickFix dus om in een ontspannen staat te komen. Alleen moet (mag) je het wel bewust trainen. Meestal vergeet je om extra aandacht aan je ademhaling te besteden op die momenten dat het juist handig of noodzakelijk is. Bv vlak voor het moment dat je een spannend gesprek gaat voeren.

Van rotsen springen/ vakantiepret

Tijdens extreme situaties word je soms even bewust van je ademhaling. Ik stond op een rots in Zuid Frankrijk en wist dat ik over enkele minuten aan de beurt was om de elf meter naar beneden te springen langs het donderend geraas van de waterval om uiteindelijk in het, in de oneindige diepte gelegen, meer te plonzen. Weliswaar vrijwillig en met een helm op en surfpak aan.. Het was een sportieve vakantie activiteit, echter mijn lichaam gaf alleen maar krachtige ‘mayday’ signalen af over dreigend gevaar. (flight or fight or freeze) Dit uitte zich in een te snelle (hoge) en oppervlakkige borstademhaling en leidde tot een paniekerige staat van zijn. Vlak voor het moment suprême, de sprong in het diepe, stokte mijn adem en verdween ik binnen luttele seconden, wat veel langer voelde, in het diepe donkere water.

Met een combinatie van hyperventilatie, duizeligheid, opluchting en overwinnaarsroes klauterde ik vanuit het water naar het droge. Zelfs nu nog bij het opschrijven van dit avontuur merk ik een stokkende ademhaling. Mijn lichaam herinnert het zich nog als de dag van gisteren. Ik besef dat trauma’s letterlijk in het lichaam worden opgeslagen en tot verkramping kunnen leiden. Alsnog er bewust doorheen ademen is een prachtig hulpmiddel.

Ik merk dat ik al steeds vaker bewust wordt van mijn ademhaling tijdens het joggen of bij spannende situaties en dan gaat het irritant vaak juist minder goed. Een soort van ‘bewust onbekwaam’ niveau. Ik heb dus nog een leuke uitdaging richting ‘onbewust bekwaam’ ademhalen ten tijde van spannende ongemakken.

Luistertip:The embrace, Ashana

 

Motiveren of inspireren?

Afgelopen weekend werd het mij opnieuw glashelder dat ik een ander niet kan, of beter gezegd niet wil motiveren tot verandering.

Ik beluisterde liggend op de bank via mijn iPhone een YouTube live webinar van Michael Pilarczyk, waarin hij behoorlijk confronterend een vragensteller ‘de les las’. Deze vragensteller vroeg namelijk via de chat of de coaches hem wilden helpen door middel van ‘een schop onder de kont’. Het antwoord was een scherpe uitleg dat niemand, maar dan ook niemand hem moet willen motiveren. Ook dat hij vooral niets moest gaan doen. Dit omdat de luisteraar weet (en vooral de vragensteller zelf) dat hij zijn doelen toch niet gaat behalen, omdat hij geen intrinsieke motivatie heeft en hoopt dat een ander het wel voor hem opknapt, of ‘zijn hand vasthoudt’. De paradox in dit voorbeeld is dat diegene met dit antwoord in feite toch wel ‘die schop’ kreeg, een wake up call om te beseffen dat je het allemaal zelf mag (niet moeten) willen en doen.

Mindset

Een cursist noemde mij laatst, dat hij uiteindelijk het besef had gekregen het alleen te moeten doen. Dit bedoelde hij positief. Mijn ‘tegeltje’ is; Je mag het zelf doen, maar het hoeft niet alleen. Ik ben ervan overtuigd dat als je iets echt wil, het je ook gaat lukken. Bemoediging, wijze raad, ondersteuning en hulp komen dan ook op je pad. Ondersteuning bij intrinsieke en extrinsieke motivatie (bijvoorbeeld door middel van goede vragen stellen, ‘spiegelen’, uitwerken planning, terugval voorbereiding etc.) kan gegeven worden. De intrinsieke motivatie komt uiteindelijk uit jezelf, deze kan niet opgelegd worden. Deze ontstaat vanuit passie en inspiratie en misschien ‘geboren’ en geholpen door mensen die jou geïnspireerd hebben. Ik heb geleerd dat als iets mij niet lukt, ik mijzelf altijd mag afvragen of ik het uiteindelijk wel echt wil. Dit scheelt veel tijd en frustratie en vergemakkelijkt mijn keuzes.

Inspiratie

Een tijd geleden was ik mede organisator van een congres. Een bekend spreker vertelde ons tijdens zijn lezing dat slechts 5 tot 10 procent van wat hij vertelde bij de luisteraar binnenkomt en blijft hangen. Dit percentage is zelfs nog aan de optimistische kant. Soms blijft er een zin of een uitspraak hangen. De spreker heeft je op zo’n moment geïnspireerd. Het is vervolgens aan mij of ik deze inspiratie ga omzetten in mijn eigen intrinsieke motivatie wat zal gaan leiden tot een uitgewerkt plan, vertrekpunt, doel en de bijbehorende acties. Angst kan trouwens ook een aanzet zijn tot het versneld vinden van motivatie. Al is de route vanuit passie inspirerender.

Hierbij een overdenking van de heilig verklaarde filosoof Franciscus van Assisi (1182-1226)

Geef me de moed om te veranderen wat ik kan veranderen; geef me de sereniteit om te accepteren wat ik niet kan veranderen en geef me de wijsheid om het verschil tussen beide te zien.

Wie of wat is jouw inspiratiebron?

Luistertip:A Change is Gonna Come, Neville brothers

Dansen op recept

Bij het opruimen van de zolderkast kwam ik in een doos een stapel oude foto’s tegen. Blijkbaar waren deze ooit door mij vergeten om in een fotoalbum te plakken.

‘Ik ben in New Orleans (VS) op een feestje van een Black Community en sta te dansen’.

We waren de enige witte mensen en vielen eigenlijk nog meer op door onze houterige manier van swingen, dan door onze huidskleur. Tenminste dat vond ik, mijzelf vergelijkend met de groep. Wat een power en lenigheid en plezier hadden deze mensen in het bewegen. Ik geloof niet zozeer in het genetische component, wel in de opvoeding en cultuur van generaties lang vooral en veel te dansen. Uiteindelijk zeggen we dan dat het in de genen zit. In gedachten ging ik terug naar mijn eigen ‘dans’ geschiedenis.

In ons ouderlijk huis werd er door mijn ouders nagenoeg niet gedanst, al herinner ik mij wel dat ze een poging hadden ondernomen door een paar lessen foxtrot te proberen. Ze wilden op bruiloften en partijen ook ‘in beweging’ kunnen komen in plaats van op gezapige feestelijke bijeenkomsten aan een deprimerend lange tafel te blijven zitten.

Dansen

Ik was getuige van hun vierkwartsmaat geschuifel onder ‘muzikale’ begeleiding van Nico Haak en de Paniekzaaiers van de voor mij akelige Foxie Foxtrot hit. De zenuwachtig geagiteerde stem van mijn vader overstemde alles, omdat het bewegen en de kunst van evenwicht bewaren in combinatie met tellen en leiding nemen hem niet lukte. De Lp verdween in de kast, de lessen werden gestaakt en het leven ging weer zijn dansloze gangetje. Ik miste deze muziek niet, al bleef (en blijft) het deuntje heel irritant altijd vlakbij in mijn geheugen, klaar om zichzelf in volle glorie opnieuw te laten horen.

Mijn eerste echte kennismaking met dansen was tijdens de middelbare schoolperiode. Bij klassenavonden gingen de tafels aan de kant en nam één de rol van dj op zich. Vooral het slowen werd populair. Deze super sensuele vorm van tegen elkaar aanhangen en langzaam rondjes draaien werd razend populair op onze zolderfeestjes thuis, waarbij ook stiekem extra bier en wijn voorraad naar boven werd gesmokkeld.

De mini zolder dans -slow -swing ervaringen gingen tijdens mijn studententijd over in frequente weekend bezoeken naar de disco’s. Eigenlijk was het pas cool op de dansvloer als je na 01.00 uur kwam, anders stond je een beetje sneu te bewegen tussen jong puberende groepjes die op tijd weer thuis moesten zijn. Vanaf een uurtje of drie ‘s nachts was het eindelijk vol op de dansvloer en ik herinner mij vooral de swingende opzwepende muziek van ‘Prince’ die mij tot hogere sferen brachten. Het fijnste was om in alle anonimiteit lekker los en vrij te kunnen bewegen. Ik kon mijzelf daarmee in een gelukzalige toestand dansen, te vergelijken met een vorm van trance.

Effecten

De hersenen maken endorfine aan en de hersensctiviteiten concentreren zich tot een kleiner oppervlak, waardoor je bijna volledig opgaat in het moment. De betovering verbreekt abrupt op het moment dat je jezelf in de spiegel ziet en bewust wordt van je omgeving en het interne stemmetje (kan dit wel, zie ik er wel ok uit, beweeg ik wel esthetisch verantwoord? etc.) zich weer ermee gaat bemoeien.

Dansen

Ik prikte de ‘vergeten’ foto op mijn moodboard, zette een lekker muziekje op en danste mijzelf fit en vrolijk. Als leefstijlcoach hou ik een stevig pleidooi voor het ‘goed gevoel recept’, omdat bewegen gezond is en omdat je er blij van wordt:

Voor thuis gebruik; minimaal 1x daags een swingnummer uitkiezen en los gaan. Waarschuwing: gebruik de voor u passende songs, anders kan het de fijne gemoedstoestand aantasten.

Wat is jouw favoriete dansnummer?

Luistertip:Feeling good, Faithless

Donkerder en lichter

Ik sloeg het boek na de allerlaatste bladzijde dicht en bedankte in gedachten de schrijver. ‘Een mooi ritueel ter afsluiting van een boek’, vond ik altijd. We hadden immers een tijdje samen opgetrokken in het verhaal. In een ontspannen ‘leesflow’ had ik het verhaal tussen de zaterdagse mooi weer brunch en het verlate buiten avondeten bij het vuur uitgelezen. Het contrast van het vriendelijke zachte zonlicht met schapenwolkjes, vermengd met speelse vogelgeluiden in onze vrolijk ontluikende voorjaarstuin en de zwarte inhoud van het boek was groot. Gelukkig waren er ook passages over prille puber liefdes in zonnige parken van Amsterdam die als een welkome adempauze voor alle zware emoties voelden.

Perceptie is projectie

Toch namen ook deze mij onbedoeld mee in een ‘oude film’, terug naar mijn eigen jeugd en pijn. Steeds was in het verhaal de aanwezigheid van het dreigende noodlot en lagen de gevoelens van onrechtvaardigheid steeds op de loer, klaar om op een onverwachts moment je te bespringen. Alsof je vanaf de hoge springplank weer die trillende koude angst in je lichaam voelt prikken en bij een toenemende ‘knoop in de maag’ en te hoge ademhaling uiteindelijk wel sprong. Deze voelde vervolgens als een eindeloze val met als resultaat een plotselinge onderdompeling in het te koude donkere water.

‘Donkerder’van de Nederlandse schrijver Ritzo ten Cate had mij geraakt.

Wij zijn de maatschappij

‘Hoe beland je in de rafelranden van onze maatschappij, of kieper je eroverheen’, dacht ik. Verstandelijk wist ik allang dat er een dunne scheidslijn is tussen erbij horen en eenzaamheid of uitgestoten zijn. Wij zijn sociale wezens en hebben elkaar nodig. Uiteindelijk is eenzaamheid doodsoorzaak nummer één. De rode draad in het boek over ‘dakloosheid’ liet mij diep voelen dat onze ‘maakbaarheid’ maar beperkt houdbaar en beïnvloedbaar is. Als we geen anderen meer hebben (ons leven bestaat nu eenmaal uit ‘samen’ en afscheid) wordt het allemaal kil en zinloos. Ik had Donkerder in mijzelf toegelaten en had de pijnlijke gevoelens durven voelen. Juist daardoor werd het nu lichter in mij.

Samen

Ik besefte nog meer dat het vooral gaat om de regie nemen over je eigen leven en openstaan voor wat ik vandaag kan doen voor diegenen die op mijn pad verschijnen. Ik gaf het boek een mooi plekje in mijn boekenkast en genoot van het zicht op de ondergaande zon.

Luistertip anotherday in Paradise, Phil Collins

Leestip: Donkerder, Ritzo ten Cate

Sense of belonging

‘Vakantie in Nederland dit jaar’, realiseerde ik mij en ongewild kwamen er enige opstandige gedachten naar boven in verband met de gevoelde beperking van vrijheid. Ik werkte ondertussen al hard aan een berustende en accepterende houding. De bewustwording van de luxe met betrekking tot deze problematiek hielp een handje bij de relativering. ‘Wat is Nederland toch mooi als de zon schijnt’, dacht ik mijzelf alvast de positieve kant op. Het lukte nog niet optimaal, omdat ik net wist dat ons Canada avontuur dit jaar definitief niet zou doorgaan. Deze trip heeft weliswaar niet het predicaat ‘urgente reizen’, echter het sneuheidsgehalte is hoog, omdat we onze familie hiermee langere tijd niet zullen gaan zien.

Reizen

Ik lag op de bank bij het haardvuur en was aan het wegdromen over eerdere ‘verweg’ reizen. Via mijn geheugen kwam ik dit keer terecht bij de plaats Antiqua te Guatemala. Twee jonge mensen waren een lange reis aan het maken. We waren backpackers met zeeën van tijd. Studie afgerond en met het spaargeld gingen we voor onbepaalde tijd ‘on the road’. We leefden als gipsy’s, het leven kostte bijna niets. Dit was vooral te danken aan al die lieve mensen die we onderweg ontmoetten en de reis onvergetelijk hadden gemaakt. Ik kon kiezen voor een week Spaanse les in een gast gezin, of de vulkaan beklimmen. Een gids en vijf jonge mensen gingen ‘s ochtends vroeg voor zonsopgang de vulkaan op. Een dag lopen naar de top. We waren een internationaal gezelschap en vonden elkaar snel in het gevoel van avontuur en vrijheid. Twee Franse vriendinnen, een Duits stel, de gids en ik. We spraken een mengeling van Engels en Spaans. Binnen notime waren we een hechte groep, alsof we een gezin waren. Ik kan mij nog steeds verwonderen hoe een aantal onbekenden heel snel een diepe band met elkaar kunnen voelen en hoe blij je daarvan wordt. Dit gevoel ontstaat bij grootse zaken die het hart en ziel raken; zoals in deze situatie met de imposante natuur, liefdevolle gebeurtenissen, moeten samenwerken om samen het doel te bereiken en zoals toen bij het beklimmen van deze vulkaan een traumatische gebeurtenis.

Saamhorigheid

Na een lange dag lopen, ploegen, klimmen, ploeteren in de verzengende hitte kwamen we langzamerhand in koelere sferen, waar de bomen niet kwamen, struiken achterbleven en waar absolute stilte heerste. Aangekomen bij de top, of liever gezegd, bij de randen van de krater, gebeurde het plotseling. De mist greep binnen enkele minuten razendsnel om zich heen, de temperatuur daalde angstaanjagend snel en binnen deze ‘geen hand voor ogen’ omgeving moesten we op het veldje onze kampement nog opzetten. Een plotselinge heftige indringende gil doorsneed de imposante mist stilte.

Het jongste Franse meisje was overmand door moeheid een verkeerde kant opgelopen voor haar sanitaire stop en voorover in een diepe kloof gevallen. Uiteindelijk kregen we haar met de touwen van de gids uit de ingesleten spleet vanuit een geschatte tien meter dieper gelegen plek. Ik liet mijzelf naar beneden glijden, knoopte het touw om ons heen en liet ons door de anderen naar boven trekken. Ze had geluk gehad, alleen een flink gekneusde arm en enkele schrammen was het resultaat van haar aangrijpende val, twee meter naar links en ze was met duizelingwekkende snelheid in het niets uiteindelijk te pletter gevallen. We waren één die avond en met de meegebrachte paddenstoelen van de gids, aangevuld met de zakflaconnen inlandse drank vierden we die avond het leven. Voor altijd vrienden…

‘Het Pieterpad gaan wandelen als alternatief’, dacht ik en gooide nog een houtblok op het vuur.

Luistertip One, U2 and Mary J. Blige

Leestip: Het touwtje uit de brievenbus Jan Terlouw

Komt goed

Laatst vroeg ik aan mijn zoon hoe het ging. Hij woont namelijk alleen in zijn jongerenflat en dat leek mij in deze tijd van social distance niet altijd even makkelijk.
Zijn werk doet hij al een paar maanden noodgedwongen vanuit huis. Ik weet van zijn groot sociaal netwerk en frequente bezoeken aan de sportschool van minstens vier keer in de week, toen het nog mocht.

‘Komt goed’, wel een beetje saai, maar ik heb er toch geen invloed op en maak er het beste van’, antwoordde mijn zoon op accepterende toon.
Ik weet dat bijna alles, waar hij zo van kan genieten, momenteel stil ligt. Zoals met vrienden naar het café, een terrasje, bioscoop, kapper, uit eten. Na een aantal weken beeldbel contacten besloten we om elkaar weer live te gaan ontmoeten. Het werd op zondag een rondje stad. Alles was dicht, de zondagse sfeer van een lege provinciestad was nu overal om ons heen zichtbaar, voelbaar tot in mijn poriën en deed een beetje zielloos aan.
Alleen de Hema was open voor ‘een broodje rookworst met een sapje’. Op de Vismarkt creëerden we ons ‘terras’ door op de stoeprand plaats te nemen. Het is nu enkele weken verder en een nieuwe zondagse ronde met mijn andere zoon door de stad leverde gelukkig alweer wat meer beleving op, mede dankzij creatieve horecamedewerkers.

Ik bleef denken aan de rustgevende ‘komt goed’ uitspraak van mijn zoon.
Terwijl ik meerdere trainingen had gevolgd om het Nu te accepteren zoals het is, met aandachtspunten voor het accepteren van de grenzen van mijn cirkel van invloed, leek hij het Nu direct volledig te kunnen accepteren en op een natuurlijke manier uit te dragen. Daar heb ik bewondering en respect voor. Hij was zelfs boeken gaan lezen, iets wat hij altijd het liefst vermeed.

Komt goed
Opeens herinnerde ik mij dat mijn zoon als puber ook al vaak ‘komt goed’ gebruikte, als ik weer eens vroeg naar zijn studie. Ik interpreteerde het meestal als een ‘jaja‘. Een reactie om van de zeurende ouder af te zijn.
En misschien zou dat zeker ook wel eens aan de hand geweest zijn, heel voorstelbaar bij een puber, echter het begon mij op te vallen dat hij in allerlei verschillende situaties deze ‘komt goed’ uitspraak gebruikte en nog steeds hanteert.

Vertrouwen
Als je vertrouwen hebt in jezelf, accepteer je daarmee de hoogte- en dieptepunten die nu eenmaal bij het leven horen. Het verleden kun je achter je laten en de toekomst gebruik je voor je eigen doelen in plaats van zorgen te hebben over wat er allemaal niet goed zo kunnen gaan, daar ergens in die toekomst. Dit geeft een ongelimiteerde kracht en een positief bewustzijn. ‘komt goed’ vertegenwoordigt deze kracht.

Via de app vroeg ik hem of hij zich kon herinneren wanneer hij hiermee begonnen was.
‘Weet ik zo niet, zal erover nadenken, komt goed’
‘Wat kan positief taalgebruik krachtig zijn’, dacht ik en appte een ‘duimpje omhoog’ terug.
‘Hij heeft gelijk, dacht ik’. Het komt goed.

Luistertip: Have a little faith in me, John Hiatt

Je bent jong en je rouwt wat

Ik kwam een boek tegen van Lisanne van Sadelhoff, waarbij vooral de titel mij opviel en raakte. ‘Je bent jong en je rouwt wat’. Deze jonge vrouw van begin dertig werd vrij plotseling geconfronteerd met het overlijden van haar moeder. Ze ging vervolgens op zoek naar een handleiding met een handig stappenplan om het rouwen van haar to do lijst te kunnen krijgen. Het doel was om zo snel mogelijk haar gewone leven weer op te kunnen pakken. Het probleem afvinken en weer verder, waren haar eerste gedachten.

Rouwen

Ze stapte in de hulpverleners wereld van rouwverwerking en zelfhulpboeken en kwam erachter dat ze vooral was opgegroeid in de tijdsgeest en overtuiging van de maakbare wereld. Deze gedachten werden ruw verstoord door het lot van het leven zelf. Ze schreef uiteindelijk een boek over haar eigen rouwproces. Er bestaat namelijk geen handig stappenplan. De ooit beschreven fases van rouw (Elisabeth Kubler-Ross); ontkenning, woede, onderhandelen, verdriet en acceptatie zijn erg ruime kaders die voor ieder individu weer anders kunnen zijn. De volgorde kan ook nog eens alle kanten opgaan. Globaal kloppen de fases wel, al heb ik zelf bij rouw nooit een ontkenningsfase meegemaakt. ‘Als je maar niet vast blijft zitten in een fase’, dacht ik. Daarvoor is het leven te kort en te kostbaar.

Schuld en schaamte loslaten

Ik moest weer denken aan mijn moeder die tien jaar alleen bleef na het overlijden van mijn vader. Wij (haar kinderen) kwamen regelmatig bij haar langs en op een dag vertelde mijn moeder dat ze die middag veel plezier had gehad met de buurman. Ze hadden samen gefietst, onderweg koffie gedronken en veel gelachen. Het was tien jaar verder sinds het overlijden van mijn vader en mijn moeder voelde zich schuldig omdat ze een plezierige middag had gehad en vroeg zich bezorgd af, wat de buurt en iedereen ervan zou vinden. Al een tijdje bezochten ze elkaar dus heimelijk via de achtertuin langs de laatste conifeer, die er al een beetje verwaarloosd uit begon te zien. De buurvrouw was een jaar terug overleden en ze vonden gezelligheid en liefde bij elkaar. Hoe mooi is het als je emoties als schuldig voelen of schaamte kan loslaten. Oftewel durft te onderzoeken waar het bij jezelf vandaan komt om het vervolgens in liefde te kunnen laten wegvliegen naar onbeduidendheid en volledige acceptatie.

Leef

Ons leven kent altijd twee kanten van de medaille; liefde en haat, verdriet en blijdschap, uitbundigheid en ingetogenheid, donker en licht, leven en dood etc. Rouwen hoort bij het leven, alleen we hebben het er zo weinig over en blijven vaak ook wat onhandig in onze reacties als we geconfronteerd worden met mensen die rouwen. Hoe kun je (steeds) veerkracht ontwikkelen om weer verder te gaan om volop te leven? Als je in staat bent om de boodschap te herkennen in de emoties, kun je ervoor kiezen om je overtuigingen en je gedrag te veranderen. Om je lot te accepteren om van daaruit verder te gaan. Tenminste als je je emoties durft te voelen en uiten om ‘verstopping’ tegen te gaan. Leven is ook accepteren dat je kwetsbaar bent, sterfelijk. Realiseren dat uiteindelijk verandering de enige constante is. (Jakob de Boer, Ter eigen kunst en kracht)

Leven is soms pijn durven voelen en toelaten. Soms is het een onaangename waarheid, of een onaangename emotie. Het leven is ‘ups en downs’, met steeds weer zoeken en vinden van evenwicht. De paradox is dat als je erin durft te stappen en toe te laten, het leven gaat stromen en je weer kunt leven. Met alle emoties die erbij horen.

Mijn moeder en haar vriend

Gelukkig kregen mijn moeder Tiny en haar vriend Jens alleen maar positieve reacties, waardoor ze hun beperkende overtuigingen konden loslaten. Toen ik tijdens een bezoek opving dat ze een grotere tuin wel mooi vonden, kreeg ik een idee. Op het moment dat Tiny en Jens voor een weekend naar hun favoriete ‘Hotelletje De Veerman’ op Vlieland gingen, haalde ik alle coniferen uit hun tuintjes, die jarenlang als afscheiding had gediend. Ik plaatste enkele bloemen en wist dat het een prachtige gezamenlijke tuin zou gaan worden, want Jens was een fervente tuin liefhebber met ‘groene vingers’. Mijn moeder hield ook erg van planten en bloemen. Jarenlang hebben ze nog op nr. 29 en 31 van een samenzijn kunnen genieten, waarbij de geliefden van het verleden gewoon naast het heden aanwezig mochten zijn.

Leestip: Je bent jong en je rouwt wat, lisanne van Sadelhoff,

Ter eigen kunst en kracht. http://tereigenkunstenkracht.nl/?page_id=190, Jakob de Boer            Luistertip: Shower the people, James Taylor

Raadsels

Vorige week liep ik even bij onze bevriende buurtgenoten binnen. Ik kreeg, aangekomen in de landelijke XL woonkeuken, haar enthousiasme mee over een kaartje dat ze voor haar vader had geschreven. Het was niet zomaar een ‘hallo hoe gaat het’ kaartje. Zij had er een raadsel opgeschreven. Of ik het even wou zien, werd enthousiast gevraagd. Uit haar non-verbale bewegingen constateerde ik dat het kaartje, nog voordat ik kon antwoorden, mijn richting tot een bepaalde afstand werd opgeschoven.

Het ging over een konijn die zes olifanten zag die op weg naar de rivier waren, er kwamen nog twee apen voorbij, er werd nog en passant ingezoomd op het perspectief van de olifanten en er kwam ook een papegaai nog even langs. ‘Hoeveel dieren er dan naar de rivier zouden gaan’, vroeg zij hoopvol, met hoorbaar en zichtbaar plezier en opgetogenheid. Ik kon niet mee in dit feestje. Ik merkte bij mijzelf een fors energielek ontstaan, plus langzaam en gestaag opbouwende weerstand om na te denken over dit raadsel.

Associatief denken

In gedachten werd ik meerdere decennia in de tijd teruggeworpen en boog mij over de rekensom over een trein die met honderd km per uur van A naar C gaat en tussendoor stopt te B. De afstand is vijftig km. Er gebeurd iets te C, een vertraging van 15 minuten en vervolgens de erg flauwe vraag hoelang die trein dan onderweg was. Volgens mij heb ik toen een ferme weerstand opgebouwd tegen deze zogenaamde ‘verhaaltjes sommen’. Ik vond rekenen sowieso al ruk. Het opleuken door middel van ‘verhaaltjes sommen’ maken trapte ik niet in. En noem dan in ieder geval gewoon plaatsnamen in plaats van de suffe initialen. Als we dan toch moeten kunnen hoofdrekenen, dan maar de saaie sommetjes. Gelukkig hebben we allang één van de fijnste uitvindingen ooit; de calculator.

‘Of ik nog een kopje koffie wilde’, vroeg ze en vertelde dat haar vader dit raadsel waarschijnlijk heel leuk ging vinden. ‘Familie’, zuchtte ik niet hoorbaar. ‘Waarschijnlijk iets met genen, opvoeding, gecombineerd met andere externe factoren’, met interesse voor raadsels als resultaat was mijn klinische redenatie. Opnieuw werd ik meegetrokken door mijn rechter prefrontale cortex. Dit keer naar die wiskundeles op de middelbare school. We kregen een uitschuifbare rekenliniaal ( logaritmische liniaal) uitgereikt. Ik heb nooit begrepen hoe deze werkte. Of ik 3 x 3 al had uitgerekend, vroeg de inval leraar. Dit antwoord wist ik wel, echter zonder liniaal. Op het moment dat de sommen ingewikkelder werden, liep ik hopeloos vast. Het liniaal bleef voor mij een raadsel die ik nooit heb opgelost.

Perceptie is projectie

‘Zou er faalangst aan ten grondslag liggen’, analyseerde ik. Het antwoord behorend bij deze retorische vraag werd mij al ingefluisterd doordat deze specifieke herinneringen naar boven kwamen. Allemaal naar aanleiding van het ‘konijn raadsel’ op het kaartje voor de vader.

Leven met raadsels

‘Gaat het wel’, vroeg ze bezorgd. ‘Je ziet opeens zo bleek’. ‘Als je maar geen Corona hebt opgelopen’. ‘Je bent vitaal, echter toch wel al boven de zestig’. ‘Heb je koorts’?

Opeens ontstond er bij mij een idee voor een raadsel. Iets over een man van begin zestig, koorts en kans om te overleven. ‘Genoeg variaties op dit thema, toch nog een mogelijkheid dat ik raadsels leuk ga vinden’, overdacht ik en dronk mijn koffie. (Sagafredo/ Qualita Oro, 12,99, deze week in de aanbieding)

Luistertip:Don’t give up, Peter Gabriel and Kate Bush

Doe iets (reprise)

Ik legde het boek van Carola Rackete (Tijd voor actie) even aan de kant. ‘Heftige boodschap‘ dacht ik en voelde mij even ellendig van machteloosheid. Als uitweg noemde ze de econome Kate Raworth. Zij had een model ontwikkeld, waarin we als economie niet oneindig groeien ten koste (het uitputten) van onze aarde en waar vooral samen delen, een basis- en maximum inkomen en vertrouwen voorop staat. Nu ben ik geen econoom, maar ik begreep de essentie en het sprak mij behoorlijk aan. Momenteel heeft 1 procent van de wereldbevolking 40 procent van het wereldwijde vermogen in bezit, de armste helft van de wereld samen 1 procent. ‘Om te huilen’, dacht ik en voelde vooral ook boosheid opkomen.

Economische groei?

De metafoor (over economische groei) van een vliegtuig die opstijgt en nooit meer gaat landen maakte alles in één klap voor mij glashelder. Groei mag, maar wel met duidelijke uiterste grenzen. Ook met rustmomenten, (‘landingsbanen’) om uitputting van de aarde te stoppen. Delen en met nadruk op vooral een eerlijke verdeling moet onze nieuwe mantra worden. Ooit had een docent op de middelbare school mij uitgelegd, dat idealisme vaak met teveel groei ten onder gaat. (Hetzelfde geldt voor toename van bezit) Een linkse politieke partij komt aan de macht en wordt daardoor sluipenderwijs steeds behoudender en dus rechtser. Een GGz team splitst zich af van het logge bureaucratische moederbedrijf en kan weer zijn idealen uitvoeren, zonder het zware juk van alle (externe en interne) bedachte en op controle gerichte systeem regels. Vanaf dat moment is het belangrijk om niet te groot (groeien) te gaan worden, maar naar behoefte meerdere kleine teams te formeren om het idealisme te kunnen behouden en slagvaardig te blijven.

Het doek valt?

Groei is dus niet altijd tof. Het Bruto Nationaal Product als indicator voor economische groei is een achterhaald concept en zou wereldwijd moeten worden afgeschaft. Ik werd mij nog meer bewust dat we nu moeten handelen en niet meer afwachten. Dit boek maakt schrijnend duidelijk dat we op deze manier binnen nog één (we zijn de laatste) generatie onze aarde definitief en onomkeerbaar hebben verwoest. Einde missie aarde. The end. Het doek valt. Ik zag in gedachten weer een fragment uit de film ‘the Titanic’.

Het kleine orkest van violisten op het dek spelend terwijl het schip onontkoombaar aan het zinken is. Ik weet het; het is geen bemoedigend beeld, alleen vraag ik mij af wanneer we met z’n allen definitief ‘wakker worden’.

Doorstart

Een column heeft meestal ook een klinkslag, iets lolligs, alleen kon ik nu helemaal niets bedenken. Ik keek naar buiten en staarde een tijdje voor mij uit. Het bleef heel lang stil in mij…. â€˜We hebben creatieve geesten nodig’ dacht ik. Vooral ook zelf in actie komen door je eigen levensstijl aan te passen. Ook heb ik de behoefte om deze, misschien ook voor sommigen irritante, preek met iedereen te delen. Ik ben mij bewust dat de boodschap ook zeker voor mijzelf geldt. Ik begon zelfs wat te snotteren en realiseerde dat ik daar nu ook extra voorzichtig mee moet zijn en dus gooide ik de zakdoek na eenmalig gebruik gelijk weg. Pas nu zag ik de subtitel van het boek, nl ‘Hoe we onze planeet kunnen redden’. Ik voelde me een beetje beter en voelde mijn eigen positieve en creatieve ‘Ik’ weer tevoorschijn komen. Ik stond op en schreef mijn mantra op;

‘ Lets save ourself by saving the Planet’.

Luistertip:Another world, Antony and the Johnsons

In gesprek

Een paar weken geleden zag ik op tv een interview over thuisblijven, nu het reizen zelfs voor ‘Floortje op reis’ is gestaakt. Het gesprek vond plaats op de Dam in Amsterdam en beiden waren onder de indruk van de leegte van het plein. Zo zonder de menigte en het drukke verkeer viel opeens de stad; de gebouwen, de bestrating, de algehele sfeer met zijn geschiedenis en zijn verhalen op, aldus de geïnterviewde filosoof. De veranderde context beïnvloedde de beleving, de perceptie veranderde. â€˜We zijn verleerd om verhalen te vertellen’, doceerde zij. ‘ Vooral nu we niet mogen reizen en meer op onszelf zijn teruggeworpen’. Ik vroeg mijzelf af of deze uitspraak wel klopt. Verhalen ontstaan meestal door wat we meemaken. Dat kan een reis(je) zijn, ontmoetingen met anderen, datgene wat we hebben meegemaakt. Dat ligt nu inderdaad behoorlijk stil. Verre reizen (verhalen) met bijbehorende foto’s zijn drastisch afgekapt. We zoeken het momenteel vooral dichtbij huis en dat levert ook mooie foto’s, verhalen en vooral overdenkingen op. Via kranten en sociale media lees ik dat we in deze maatschappij  zijn doorgeschoten naar een grote collectieve burn-out en nu gedwongen reflecteren op hoe wij met elkaar leven en hoe we zouden willen leven.

Bewustwording

De eerste schokgolven van angst en paniek zijn geweest en de gesprekken veranderen. Het ging in de eerste weken vooral over constateringen ‘wat een gekke tijd hè’, ‘ in wat voor wereld leven we’, ‘wat hebben we er een zootje van gemaakt met elkaar’. Nu we meer reflecteren op onszelf en met onze naasten, verschuiven de gesprekken richting lange termijn gevolgen en ontstaan er ideeën om het anders te doen.

De toekomst

Geïnspireerd door de ‘donut economie’ van Kate Raworth bedacht ik dat wij allen per jaar een maximum aan vervuiling zouden mogen veroorzaken. Ieder krijgt bijvoorbeeld 1000 punten per jaar tot zijn beschikking. Deze kunnen we vrij besteden voor belastende zaken, zoals vliegen, autorijden op fossiele brandstoffen, vlees eten, vuurtje stoken etc etc. Als ik kies voor de geplande vliegvakantie naar Canada, ben ik bijna al mijn punten voor dat jaar kwijt. De rest van het jaar dan geen andere vervuilende mogelijkheden meer voor mij. Gezamenlijk bedenken we het aantal punten. Bij meer CO2 uitstoot, des temeer punten het gaat kosten.

Hoe gaan we het doen?

‘Of we dan niet richting een totalitair systeem koersen’, vroeg mijn gesprekspartner. ‘Geen controle, alles opgezet vanuit vertrouwen’, vond ik beslist en moest eraan denken dat meestal maar een paar procent van de mensen bewust frauderen. Daarnaast heb je de sociale druk, want je kunt op feestjes niet meer aankomen dat je verschillende keren met het vliegtuig in dat jaar bent weggeweest. De meeste mensen deugen’ zei ik en citeerde daarmee gelijk het mooie boek van Rutger Bregman. Hopelijk gaan we vooral in gesprek met elkaar.

Luistertip:Talk, Coldplay