Verbouwing

Het regende. Weerman Piet had nog zo beloofd dat vrijdag een fijne dag zou worden met eventueel een enkel klein buitje. Het valt mij op dat hij, in tegenstelling tot de zomer, in deze herfst en wintermaanden helemaal geen cijfers geeft voor de dag.

‘Een 4’ dacht ik, terwijl de werklui voor de zoveelste keer hun apparatuur in veiligheid moesten brengen en zich terugtrokken onder het afdak van de tuinveranda. De slagregens trokken als een precisieaanval elk uur over Westeremden heen.

Een verbouwing geeft mij altijd weer een blij gevoel. Letterlijk wordt er gebouwd aan het idee en verlangen van wat eerder gefantaseerd was. Vorige week vierden we het bereiken van ‘het hoogste punt’ van de overkapping met champagne.

‘Hoe laat beginnen jullie’, appte ik enigszins ongerust om 10 uur. De timmervrouw legde mij later uit dat berekenen van de hoeveelheid hout en het ophalen en brengen ook al ‘beginnen’ is. Ik realiseerde dat mijn enthousiaste vraag ook als ongeduldig uitgelegd kon worden. Opnieuw was ik mij bewust van de tekortkomingen en multi interpretabele communicatie bij mailen en appen.

In mijn vorige woning had ik het toilet laten verbouwen. Dit ‘kleinste kamertje ‘ was in de hal zo zielig weggestopt, dat ik besloot tot een rigoureuze aanpak. Dit resulteerde in een toilet met wasbakje. Dit moest uiteraard uitgebreid gevierd worden. Ik had van het gehele proces foto’s en filmopnames gemaakt. Er werd een meeslepend filmpje van 8 minuten gemaakt, inclusief bijpassende muziek. Dit alles ter ere van de opening van ‘de toiletgroep’. Ik besloot tot een feestje. Deze ‘opening’ werd gecombineerd met mijn verjaardag. Al was dit nu van ondergeschikt belang. De huiskamer stond vol met familie en vrienden. Er hing in dat voorjaar een ‘oud en nieuw’ sfeer. Iedereen had verwachtingsvol het glas champagne in de hand. De openingsplechtigheid werd ingeleid en de film op groot scherm getoond. We hadden afgesproken dat het doorspoelen van het toilet aan het eind van de film, voordat de aftiteling begon, het moment zou zijn waarop het glas geheven zou worden. Hiermee was de toiletgroep officieel geopend. De XL toiletrol werd door de groep gezamenlijk uitgerold, zodat we de verbondenheid met elkaar diep zouden voelen.

14.30 uur, het is even droog en ik breng op het handige rieten vintage dienblad, kopjes thee met koekjes. Plotseling verschuiven balken (Dit keer geen aardbeving). ‘Pasop’, roept de timmervrouw heel alert en voorkomt hiermee dat de timmerman uitgeschakeld wordt. ‘Een surrealistisch beeld’, dacht ik en vroeg mijzelf af, waarom ik in eerste instantie koos voor het behoudt van de thee met koekjes. Ik zette het dienblad snel, doch behoedzaam neer en hielp mee de losgeslagen zware balk in bedwang te houden om het vervolgens richting begane grond te dirigeren. Het liep gelukkig goed af. Voor een goede verwerking liet ik beiden minutieus het voorval keer op keer vertellen, om via deze techniek van crisisinterventie de opbouw van eventuele angsten voor toekomstige timmeractiviteiten geen kans te geven en de verwerking te bespoedigen. Het was voor mij hard werken, echter met een plezierig resultaat. De klussers waren alweer blijmoedig en onbekommerd aan het zingen en timmeren, alsof er niets was gebeurd. Vervolgens hielp ik mijzelf door in gedachten de gebeurtenis terug te spoelen, om de andere reactiemogelijkheid te aanschouwen;

‘Ik sta met mijn dienblad naast de plek des onheils. De timmervrouw gilt ‘Pasop’. Ik gooi het dienblad met thee en verkadekoekjes in één ruk van mij af en ren naar de losgeschoten balk. ‘Geen goede keuze’, dacht ik tevreden. Zeer waarschijnlijk was ik gestruikeld en waren de klussers hierdoor sterk afgeleid en bezorgd, waardoor de timmerman de balk op zijn hoofd had gekregen en ik uiteindelijk hard op mijn rug getroffen werd. De timmervrouw was sterk getraumatiseerd geraakt, omdat ze ons niet meer had kunnen helpen. Weg veelbelovende toekomst.

‘Kopje thee vrienden’, vroeg ik behulpzaam en we genoten van het pauze momentje.

Luistertip:Thank you, Alanis Morisette

De wachtkamer

Met de oproep voor het onderzoek in mijn jaszak, zat ik ruim op tijd in de lege sfeerloze wachtruimte van het UMCG. Even ging mijn aandacht richting de plastic stoelen, de vaalgrijze praktische vloer en de steriele tafel met gedateerde tijdschriften. Ik liet de invloed van deze fantasieloze grijze omgeving op mijn gemoedstoestand inwerken. De koffieautomaat stond in het midden van de ruimte, alsof het een vluchtheuvel zou kunnen zijn, waar je een pauze moment kon inlassen alvorens verder te gaan. De grote kamerplant stond er verloren en uitgeblust bij. Hier was de helende werking van planten met de daarbij behorende liefdevolle verzorging blijkbaar nog niet doorgedrongen. Een geknakte stengel met het beschadigde bruingerande blad, had de strijd als verloren beschouwd. Waarschijnlijk deponeerden bezoekers hun lauw geworden automatenkoffie in de te grote plantenbak met hydrokorrels, om het bekertje correct in de praktische koffiebekertjes afvalbakhouder te kunnen deponeren.

De architect had nog zo zijn best gedaan om een creatieve vorm voor het gebouw te ontwerpen, inclusief de vormgeving van de immense hallen waar de Fonteinstaat doorheen meanderde. De straatnaambordjes gaven de suggestie van het gewone maatschappelijke leven. Ook was hij losgegaan in sfeervolle verlichting, speelse fonteinen en andere bemoedigende rustgevende attributen. Deze sfeer stopte abrupt bij de zijstraten en wachtkamers, alsof de schijn van een vrolijk en alledaags leven met al zijn rumoer en gedoe op deze steriele plek losgelaten moest worden. Hier kwam de naakte waarheid in al zijn essentie te voorschijn. Het trof mij als een tot stilstand komend geluid. In de wachtkamer stond het leven namelijk stil. Ik voelde even de absolute stilte. De geur van boenwas, vermengd met desinfecterende middelen completeerde het zielloze plaatje.

De avond was gekomen en de wachtkamer was nagenoeg leeg. Een tl buis lamp flikkerde z’n laatste kilowatturen. Verderop zat een oude man voorover gebogen in een plastic kuipstoeltje. Het lege wit plastic koffiebekertje ineengefrommeld in zijn linkerhand, alsof hiermee de angst bezworen en weggeduwd kon worden. Helemaal achterin zwaaide een deur open. Een oudere verpleegkundige met doorpakhouding, knoetje en hoornen bril voor de strenge doch rechtvaardige uitstraling, kwam tevoorschijn. ‘Meneer Frederiksen’, riep de vrouw de steriele wachtkamer in. Het bleef stil. Toen ze de naam nogmaals riep, dit keer iets dwingender met een licht geïrriteerde intonatie, antwoordde ik dat er blijkbaar geen ‘meneer Frederiksen’ in de ruimte was.

Nog geen vijf minuten later verscheen er een jonge vrouw in dezelfde deuropening. Ze was betoverend mooi en haar witte outfit omsloot perfect de contouren van haar lichaam en vervolmaakte haar vrouwelijkheid. Ze ‘zong’ met haar zachte ‘G’ de naam ‘ Frederiksen’. De man stond resoluut op en liep achter haar aan richting behandelingunit B. ‘Hij heeft groot gelijk’ dacht ik en probeerde het surrealistische beeld te begrijpen.

Ik checkte nogmaals mijn oproep, 18.40 uur voor het onderzoek. Ik keek op mijn Iwatch  (pols 82, dus toch iets gespannen). Nog een paar minuten voor de start en ik neuriede met tegenzin ‘Its the final countdown’. In gedachten berekende ik de kans om ook door de mooie verpleegkundige met de lange blonde haren opgeroepen te worden. Als het erg spannend werd, zou ze mijn hand vasthouden en bemoedigende woorden fluisteren. In slowmotion kwam ze al glimlachend mijn kant op dansen.

‘Meneer Roerdink’, klonk het plotseling scherp, ik schrok op uit mijn mijmeringen. Een correcte dokter (met militaire snor) stond klaar om mij te begeleiden naar unit C. De man dirigeerde mij zakelijk naar het apparaat waarop ik kon gaan liggen en vertrok richting ‘achter het glas’. Een vrouwenstem begeleidde mij door het proces met ‘adem in, even vasthouden en adem uit’ Ik besefte gelaten dat het een bandje was. Binnen vijf minuten stond ik weer in de lege wachtruimte, pakte een bekertje koffie uit de ‘troost’ automaat om ‘terug te komen’ en checkte mijn telefoon. Of ik zin had om samen nog een pizza’tje te gaan eten in eetwinkel ‘Buurman en Buurman’, bij een lekker Bax tapbiertje?

Ik glimlachte en haastte mij richting uitgang, richting het leven, om heel bewust het Nu intens te vieren.

Luistertip:Waiting for the miracle, Leonard Cohen

Het Goede en kwade

Tijdens de zaterdagavond voorstelling van Amadeus Mozart, dwaalden mijn gedachten af naar het universele thema dat het ene niet kan bestaan zonder het andere. Oorlog en vrede, liefde en haat, diepgang en oppervlakkigheid, schoonheid en lelijkheid, passie en saaiheid, het een kan niet bestaan zonder het andere.

Ik las een passage in het laatste boek van Bert Hellinger (mijn leven, mijn werk), waarin hij voorstelde dat je (in gedachten) naar iedereen gaat die jou ooit pijn gedaan heeft in het leven. Vervolgens zeg je tegen hen,’ ik ben net als jij’. ‘Een goede les in nederigheid en bewustwording van je eigen afgronden’, dacht ik. Meestal zijn we van mening dat wij het centrum van het universum zijn. Het draait om ons. Ik heb gelijk, ik ben integer, ik bedoel het goed etc. Het is een afweermechanisme om je niet met je eigen schaduwkant bezig te hoeven houden, ook wel projectie genoemd. Deze framing leidt juist tot ellende. De uitspraak ‘ik ben net als jou’, is een weg naar ‘wij’ ipv ‘ik’. Een route naar saamhorigheid en vrede.

Het lukte mij niet goed om te genieten van deze muziektheater voorstelling. Allereerst had ik mij er een andere ‘voorstelling’ van gemaakt, nl met meer muziek. Dit bleek niet het geval. De hofcomponist Antonio Salieri (Mark Rietman) gidste ons met oneindig lange monologen door het theaterstuk, met hier en daar wat mooie muziek. Wel had ik bewondering voor de acteur, dat hij deze veelheid aan teksten schijnbaar moeiteloos kon onthouden, om het vervolgens over ons uit te storten.

Mijn gedachten dwaalden af naar de komende pauze, want ik had ook dorst. Tijdens het pauzemuziekje, in de saaie en immens grote Martinihal foyer, dacht ik aan een recensie die ik ‘s middags had gelezen over de geschiktheid van dit spektakel voor een breed publiek. Ik keek eens om mij heen om een goede indruk van een breed publiek te krijgen. ‘Ook niet echt een compliment’, dacht ik en ging weer even verzitten in verband met mijn rugpijn. ‘Het spektakel had beter ‘Salieri’ kunnen heten, gemeten naar het ‘balbezit qua woorden’. Deze man was minstens twee keer zoveel aan het woord als Amadeus Mozart. Na de pauze werd er gelukkig wel wat meer gemusiceerd, al bleef de enorme woordenbrij mij nogal vermoeien. Ik was niet de enige in het brede publiek die afdwaalde en dus de focus af en toe verloor. Mijn vriendin bekende na de voorstelling af en toe van die ‘wegtrekkertjes’ te hebben gehad.

Tijdens de zoveelste foute actie van de schurk besefte ik waar vooral mijn weerstand zat. Een week daarvoor was ik op verzoek meegegaan naar de bioscoop film the Lion King. De hele voorstelling door ging het over het goede en het kwade. Alles voorspelbaar. Deed ‘de goede’ iets aardigs, dan kon je erop wachten dat ‘de kwade’ er wel weer iets intens gemeens op bedacht en uitvoerde.

Deze Amadeus voorstelling had precies hetzelfde thema. De onschuldige tegen het kwade. Eerst had ik de aanname dat ik blijkbaar niet meer goed tegen onrecht en de bijbehorende spanningen kon. Er niet meer goed mee kon omgaan. Toegegeven, ik wil eigenlijk alleen nog maar leuke mooie feelgood films tot mij nemen, om mijzelf een beetje goed te blijven voelen. Echter vanavond drong het opeens tot mij door. Dit was polarisatie in de zuiverste vorm. Het absolute onderscheid tussen de (alleen ) goeden en de (alleen) kwaden zet juist aan tot irritatie, pesten, geweld en oorlogen. Alsof Amadeus altijd zo onschuldig en naïef was. Alsof de Lion King dag in en dag uit altijd zo zalvend rechtvaardig, gelijkmatig en de goedheid zelve was. ‘Nee natuurlijk niet’, concludeerde ik. Zij gedroegen zich ook wel eens chagrijnig, klagerig en bagger tov hun medemens.

Zoals wij allen; soms lief en soms onuitstaanbaar. 👿

‘Kunnen verdragen en zelfreflectie is een sleutel tot contact’, mompelde ik. Ik wens mijzelf en iedereen veel succes en plezier bij deze oefeningen en blijf alert op je eigen sleutel.

Luistertip:Shower the people, James Taylor

Muziek als medicijn

Met enige verbazing observeerde ik vorige week mijn eigen emotie bij het zingen van een lied van John Mayer. Ik bleef nl plotseling steken bij een zin. Het zingen stokte, mijn gitaar ging nog even aarzelend door, op weg naar de volgende muzieknoten, terwijl ik stilviel. Ik had het niet zien aankomen. ‘Dit is de kracht van muziek, gecombineerd met het uitspreken of zingen van de juiste zinnen’, dacht ik en stelde mijn vriendin voor om het lied opnieuw te spelen.

Ik was zeventien en voor het eerst ouderloos aan het kamperen. Met enkele vrienden bracht ik de zomer door op camping Stortemelk, gelegen aan het Noordzeestrand van Vlieland. Het was 1976, een van de heetste en droogste zomers van de eeuw. Ik genoot volop van mijn vrijheid, vrienden, relaxte sfeer en het weer op dit ‘tropische’ eiland. Elke dag hoorden we ‘Hotel California’ van de Eagles op de radio. Dit was een megahit in dat jaar en zou de geschiedenis ingaan als een van de best verkochte platen aller tijden. En nog steeds is dit nummer elk jaar weer hoog in de top 2000 te vinden. Deze song zou voor mij, mede door de lange warme zomer, gecombineerd met het ultieme vrijheidsgevoel van een jongen die de wereld aan het ontdekken was, voor altijd staan voor een fantastisch euforisch en vooral ultiem vrijheidsgevoel .’Wat een fantastische conditionering’, mijmerde ik en moest denken dat ik ongeveer in diezelfde tijd een deel van een tekst van een song van Eric Clapton op mijn slaapkamer muur geschreven had. ‘When I look around me, all I See, is misery’, somberde ik. (Van de lp ‘there is one in Every Crowd, Better make it through the day’)

Ik zou mij als ouder behoorlijk zorgen hebben gemaakt, bij het lezen van deze tekst. Echter mijn ouders zagen het waarschijnlijk niet eens, ze lieten mij vooral mijn eigen gang gaan. Terugdenkend was het voor mij ook meer een puber statement tegen de maatschappij, omdat ik op dat moment gewoon overal tegen was. Gewoon om tegen te zijn.

Onlangs las ik een artikel over Dennis. Deze jongeman van 24 jaar was in de bloei van zijn leven overleden, doodgereden door een dronken spookrijder op de A1. Op de begrafenis werd het nummer ‘Happy’ van Pharrell Williams gedraaid en later werd door vrienden een FlashMob in Amsterdam georganiseerd met deze song om het leven van Dennis te vieren. Het was een eerbetoon aan hem. Hij was nl altijd een blij en opgewekt persoon geweest, een voorbeeld van positiviteit en perfect passend bij dit nummer.

Het ontroerde mij en wat een krachtig en prachtig lied, te gebruiken bij vreugde en ja ook bij intens verdriet. En zo kan ik eindeloos doorgaan met het noemen van muziek die mij ontspant, ontroert, begeleid en helpt bij al mijn stemmingen en geholpen heeft om situaties door te komen en te doorvoelen. ‘Muziek als medicijn’, dacht ik en somde in gedachten de bijna eindeloze reeks mogelijkheden op om muziek als therapievorm te gebruiken. Muziek helpt ons om minder in het hoofd ( kwartier) te zijn en meer te gaan voelen.

Ik voel een dilemma opkomen, wat voor luistertip is dit keer passend bij een column over muziek als medicijn, omdat het zo persoonlijk is?

Luistertip: die muziek die past bij de stemming die jij wil stimuleren en ervaren.

Ondertussen luister ik naar  In the blood, John Mayer

Baas over de tijd

De wekker ging. Het was zondag 8 uur en dus 7 uur. Ik mocht de klok alweer een uurtje terug zetten.’Het jaar is omgevlogen’, dacht ik met lichte verontrusting bij het onverbiddelijke voortschrijden van de tijd. Zomer en wintertijd. Dat gedraai aan de klok blijft voor mij een verwarrend moment. Langer licht, eerder donker; ik haal het nog steeds door elkaar en het verstoord mijn biologische klok. Ik onthoud in ieder geval dat ik in oktober een langer vrij weekend en in maart een korter vrij weekend tot mijn beschikking heb. Op de eerste werkdag dringt het besef van de gevolgen pas weer goed tot mij door. Het is gelukkig weer even licht als ik naar mijn werk rij. ‘Nog een paar weken dan is het zowel in de ochtend en in de middag donker’, denk ik gelaten. Het is na 1700 uur als ik op de terugweg, samen met mijn fiets zonder ondersteuning, langzaam met de nu kleurloze weilanden verdwijn in de donkere nacht.

Het roept nu alweer het verlangen naar de lange lichte avonden van de zomer in mij op. Ik weet uit mijn levenslange ervaring dat het punt van acceptatie (overgave) aan de donkere periode ook weer gaat komen. Opgeleukt met extra lichtjes, kaarsen, haardvuur en andere gezelligheden binnenshuis.

Het is weer weekend en ik heb alle tijd. Tenminste, zo voelt dat. Op vrijdagavond gaat de versnelling naar beneden. De klok speelt vanavond een bescheiden rol .’Het is ondertussen alweer november’ en zing mee met de oude melancholische hit ‘November rain’ van Guns and Roses (1992). Mijn herinneringen gaan even terug naar mijn leven uit die tijd. Buiten hebben de november slagregens vrij spel en tikken nogal dwingend tegen het raam om mij naar het Nu terug te halen.

Het lijkt alsof de tijd een spelletje met mij heeft gespeeld. ‘Yoehoe’, even niet opgelet en het is bijna 28 jaar later. Eckhart Tolle gaf al leuke tips over het vooral bewust te leven in het Nu en toch glipt de tijd steeds weer als zand door mijn vingers. Als kind ging de tijd soms tergend langzaam voorbij, alsof hij bijna stilstond. Een verplicht bezoekje samen met mijn ouders aan tante Annie en tante Jans op een zondagmiddag was zo verpletterend saai, dat die oneindig lange saaie lege zondagmiddag mij nog steeds helder bijstaat.

‘Saaiheid is ook niet wat ik wil om de tijd te temperen’, denk ik mismoedig. In het boek van Douwe Draaisma ( waarom de tijd sneller gaat als je ouder wordt) lees ik dat de stofwisseling van kinderen sneller gaat, ze vervolgens meer indrukken opdoen en dat daarom de beleving van tijd langzamer zou gaan. Ik begrijp het niet helemaal en duik dieper in de literatuur. Stress schijnt ook goed te helpen voor een vertraagde tijdsbeleving. Als voorbeeld wordt het dreigende vooruitzicht dat je met de auto tegen een boom rijdt genoemd. In het brein komt vervolgens veel adrenaline vrij. Die stof maakt dat de hersenen sneller gaan werken, met als gevolg dat je per tijdseenheid meer indrukken opneemt dan normaal. Daardoor lijkt het ongeluk een stuk langer te duren dan die paar seconden waarin je op de boom afglijdt.

‘Ok, stress helpt’, denk ik een beetje opstandig, alleen leidt chronische stress weer tot allerlei klachten, variërend van vermoeidheid, tot hartklachten en daarmee werk je efficiënt mee aan het verkorten van je eigen ‘leef’ tijd. Ook niet handig. ‘ Monotonie dan’, vraag ik mij af. Als voorbeeld wordt het wachten op de trein genoemd. Adrenaline is in zo’n geval ver te zoeken. Oorzaak van de vertraagde tijdsbeleving is hier puur de monotonie. „Tijdsbeleving werkt volgens een U-curve”, verheldert de wetenschapper. ‘Tsja, die wetenschappelijke uitleg maakt het alleen maar ingewikkelder’, verzucht ik en gooi nog een houtblok op het vuur.

Het spreekwoord ‘gezelligheid kent geen tijd’ , klopt ook niet echt’, want ik spreek uit ervaring dat übergezellige ‘samenactiviteiten’ altijd weer zo spijtig snel voorbij gaan. ‘Alcohol en bewustzijnsveranderende stoffen helpen ook goed om de tijd te temperen’, al vind ik clean zijn verstandiger in mijn strijd tegen de tijd.

Met een schok realiseer ik mij dat ik het antwoord eigenlijk altijd al weet; Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Van de tijd inhalen en de tijd doden, van tijdsinvesteringen en de tijd aan jezelf hebben en goed bij de tijd zijn. Als ik terug in de tijd kijk, ben ik mij even bewust van de tand des tijds. Hoe verder? Vooral meebewegen met de flow op het ritme van de tijd en …. de tijd zal het verder leren. Ik wens iedereen een fijne tijd.

Luistertip:Aan de oevers van de tijd, Spinvis

Het logeerpartijtje

Alles stond afgelopen weekend in het teken van het logeerpartijtje van ons neefje. Het tuinhuis werd schoongemaakt en gereed gemaakt voor ons drieën, want dat was een uitstekende omgeving voor het logeerpartijtje. We hadden alle mogelijke kleine uitstapjes op een rij gezet; start met bezoek aan de winkel om samen lekkere hapjes te kiezen, een boerderij bezoek, bioscoopje spelen, vuurtje maken en vrije ruimte nog nader in te vullen. Om 15.00 uur zou mama hem brengen. Ons neefje, nu vijf jaar, had afgelopen zomer ook al bij ons gelogeerd. Gebracht door zijn vader. Alles was perfect; een prachtige zwoele zomerdag, de tuin in volle bloei, het zwembad opgezet en het water zomerfris. We sliepen, mede vanwege het aanhoudende warme weer, al meerdere nachten achter in de tuin in de tent waarin het grote matras was neergelegd voor optimaal kampeercomfort. Het was relaxed, de kleine jongen lag ’s avonds in de tent en wij zaten vlakbij op de veranda te genieten van de zwoele zomeravond.

Zelf had ik vroeger weinig gelogeerd. Slechts een enkele keer kon ik nog uit mijn geheugen naar boven halen. In de oude buurt waar ik tot mijn tiende jaar had gewoond had ik, zolang ik mij kon herinneren, een vriendinnetje gehad. Zij woonde een paar portieken verder. Op een dag ging Jacquelientje met haar ouders verhuizen naar de nieuwbouwwijk, waar wij enkele jaren later ook naartoe verhuisden. Ik was erg verdrietig om haar vertrek en waarschijnlijk mede daarom werd er maanden later nog een logeer afspraak gepland. Dit was geen succes. Nu in deze omgeving realiseerde ik mij dat ik meisjes niet meer interessant vond. Deze interesse zou pas enkele jaren later bij mij weer volledig gaan opbloeien samenvallend met de hormonale veranderingen. Nu zag ik alleen maar stomme meisjesdingen en ik herinner mijn verlangen naar de volgende dag, omdat ik dan weer naar huis kon. Waarschijnlijk waren we beiden in een andere fase terecht gekomen, waarbij de andere sekse even niet bijster interessant was. Wel kwam ik door deze logeerpartij in 1 keer van mijn bedplas probleem af. Ik herinner mij dat ik super bewust ( en gespannen) was van het willen voorkomen van een gênante situatie. Mijn ouders hadden de moeder blijkbaar op de hoogte gesteld, want bij het naar bed gaan informeerde zij op vertrouwelijke fluisterende toon of ik in de nacht nog gewekt wilde worden. ‘Niet nodig’ , reageerde ik snel en resoluut en ging daarmee behoorlijk zenuwachtig 1 van de zwaarste nachten in.

Exact om 15.00 uur kwam mama hem brengen. Zusje was mee en er werd nog wat gespeeld in de tuin. Kopje thee, frisdrank en de meegebrachte oliebollen werden genuttigd en we werkten toe naar het zwaaimoment. ‘Waar hij vanavond zin in had om te eten’, vroegen we. Zijn stamppot suggestie werd met gejuich door ons ontvangen. Met een ‘wat een goed idee’ werd zijn aanbeveling op de boodschappen lijst gezet. Mama stond op en gaf nog een korte uitleg over het koffertje met meegebrachte kleding. Uit het niets kwam plotseling een ‘ ik wil naar huis’. Op weg naar de auto wisselde de uitspraak nog een paar keer van ‘ blijven’ naar ‘ ik wil naar huis’

Later analyseerde ik ‘ detective’ nauwkeurig deze ‘ logeer afblaas statement’, om het te kunnen plaatsen. Was het mijn ‘ Weet je nog’ uiteenzetting over de logeerpartij van de zomer waarin ik tent en zwembad weer uit de herinnering naar boven haalde, terwijl beiden er nu heel teleurstellend niet meer stonden? Of was het mijn uitleg dat we gezellig met de auto straks boodschappen zouden gaan doen ipv op de door hem meegebrachte nieuwe fiets? Ondanks dat ik nog heel pedagogisch toevoegde dat we daarna nog heel veel tijd hadden om te gaan fietsen. ‘ Waren we misschien niet enthousiast genoeg geweest’,  vulde mijn vriendin nog aan. Het was nl een lange dorpscafé avond geweest, waardoor we een tikkeltje brak en sloom waren.

Of zou het toch helemaal niets met ons te maken hebben gehad? Kinderen zijn nog zo eerlijk en gelukkig maar dat hij voelde dat dit niet het juiste moment voor hem was. Zo mooi dat hij de teleurstelling van de grote mensen trotseerde; mama had wel zin gehad in een avondje met 1 kind. Wij hadden wel zin in een logeerpartijtje ‘oom en tante’ spelen. De vele logeerpartijtjes van mijn eigen kinderen hun vriendjes lag nl ook al weer in een ver verleden. Natuurlijk voelde hij wel de teleurstelling van ons, verborgen onder de joviale uitspraken als ‘ geeft niets hoor’ en ‘ doen we een andere keer toch’ Hij stapte resoluut met zijn knuffel onder de armen weer richting auto. ‘ Grote mensen zijn zo vaak bezig een verhaal in hun hoofd te creëren over dat wat ze denken dat de ander eventueel zou kunnen denken’, dacht ik. Ik besloot te stoppen met het invullen van gedachten over een ander.

Zou hij daarom niet meer naar ons gezwaaid hebben toen ze wegreden?🤗

Tot de volgende keer lief neefje.

Luistertip: Stay with me, Sam Smith

Naar Den Haag

Ik las in de krant dat na de boeren, nu ook de grondbewerkers, bouwvakkers en baggeraars naar het Malieveld willen om te protesteren. ‘Wat zouden de baggeraars meenemen’, dacht ik en dwaalde even af in fantasievolle visualisaties.

‘Wat leven we toch in een prachtig en veilig land met onze rechten om voor je mening uit te mogen komen’, dacht ik, terwijl ik mij beraadde over verdere stappen tegen Tennet Netwerkbeheerder. Zij willen nl de zestiger jaren hoogspanningsmasten op het tracé Eemshaven tot aan Hoogkerk (Vierverlaten) vervangen voor modernere en veel hogere masten met veel meer power. Onze Westeremden werkgroep ( 380KV) heeft jarenlang keihard gevochten en samen met alle andere werkgroepen uit de provincie in totaal zeven beroepen tegen het plan en de vergunningen ingediend, tot aan de Raad van State. Het heeft niet geholpen. We hebben uiteraard met z’n allen meer stroom en duurzame energie nodig, echter dit kan allang op een andere manier, nl de kabels op anderhalf meter ondergronds. Dit kost meer geld en helaas wordt er dan maar gekozen voor palen met een wirwar van meerdere lagen bedrading dwars door kwetsbare natuurgebieden, dwars door weilanden, dwars door aardbevingsgebieden, waar de bewoners ondertussen toch al een beetje moedeloos en protest- moe zijn geworden van alle onrechtvaardigheden en bureaucratie. Groningers zijn sowieso al niet echt protest en actie gericht bij onrecht. Toch blijkt dat protesteren dmv een demonstratie soms helpt als overleg en procederen niet tot gewenste resultaten leidt.

De boeren waren het zat, verlieten massaal hun erf en verzamelden zich op het Malieveld, gewapend met hun verontwaardiging, woede en tractoren. Aanleiding was de door het kabinet aangegeven te hoge boeren stikstof uitstoot. Er waren ondertussen ook protesten tegen de windmolens, die wel drie keer hoger zijn dan eerdere versies. ‘Waarom bij ons’, zo luidden de protesten. ‘Dat begrijp ik’, dacht ik, want zou ik een windmolen naast mijn huis willen? Waarom al die stikstof regels ? ik had er eerlijk gezegd niet eerder van gehoord.

En toch kreeg ik een beetje een onbestemd en naar gevoel. Wat voelt nog goed om waartegen en waarvoor te protesteren? De woorden van de jonge milieu activiste Greta Thunberg galmden nog in mijn hoofd na. Hoe kunnen we onze planeet voor de toekomst behouden? Het moet nu echt anders. Van meer naar minder consumptie maatschappij. Van fossiele brandstoffen naar duurzame energie. En, ….wat ik daar zelf aan kan bijdragen?

Ik besloot om ook naar Den Haag te gaan. Op de fiets, om daar aangekomen bij het Malieveld te protesteren tegen de uit de hand gelopen consumptiemaatschappij. Protesteren tegen het individualisme, tegen haat, intolerantie, oorlog en egoïsme. Tegen de eenzaamheid en tegen het kapitalisme met zijn polarisatie van winnaars en verliezers. ‘Het is genoeg geweest’, besloot ik. En als ik dan in Den Haag ben geweest en een beeldje van de mythische God ‘ Atlas’, de drager van het heelal inclusief de beschadigde en zieke wereld, symbolisch op het Malieveld heb neergezet, draai ik het de volgende dag om.

Ik sta weer op het Malieveld. (wat het dak van een parkeergarage blijkt te zijn) ‘Niets is wat het lijkt’, mompelde ik en pakte mijn megafoon, zette het volume op maximaal en scandeerde;

‘Ik demonstreer vandaag voor gelijkheid, voor saamhorigheid, voor heel veel liefde en tolerantie, voor vrede een kans geven en voor een ruil economie en vooral voor onthaasting. Naïef? Ik moest denken aan het ‘ butterfly effect’ en fietste richting huis.

Luistertip: Give peace a chance, John Lennon

Misschien heb je ooit van het butterfly effect gehoord, in het Nederlands vertaald als het vlindereffect. Deze theorie vertelt het verhaal van hoe slechts één kleine vleugelslag van een vlinder een kettingreactie aan onvoorziene gevolgen in gang kan zetten en zelfs maanden later het ontstaan van iets gigantisch als een tornado kan veroorzaken. ( Rosalie Heefer/ziecoaching.nl)

 

 

 

 

 

Luistertip Give peace a chance, John Lennon