Baas over de tijd

De wekker ging. Het was zondag 8 uur en dus 7 uur. Ik mocht de klok alweer een uurtje terug zetten.’Het jaar is omgevlogen’, dacht ik met lichte verontrusting bij het onverbiddelijke voortschrijden van de tijd. Zomer en wintertijd. Dat gedraai aan de klok blijft voor mij een verwarrend moment. Langer licht, eerder donker; ik haal het nog steeds door elkaar en het verstoord mijn biologische klok. Ik onthoud in ieder geval dat ik in oktober een langer vrij weekend en in maart een korter vrij weekend tot mijn beschikking heb. Op de eerste werkdag dringt het besef van de gevolgen pas weer goed tot mij door. Het is gelukkig weer even licht als ik naar mijn werk rij. ‘Nog een paar weken dan is het zowel in de ochtend en in de middag donker’, denk ik gelaten. Het is na 1700 uur als ik op de terugweg, samen met mijn fiets zonder ondersteuning, langzaam met de nu kleurloze weilanden verdwijn in de donkere nacht.

Het roept nu alweer het verlangen naar de lange lichte avonden van de zomer in mij op. Ik weet uit mijn levenslange ervaring dat het punt van acceptatie (overgave) aan de donkere periode ook weer gaat komen. Opgeleukt met extra lichtjes, kaarsen, haardvuur en andere gezelligheden binnenshuis.

Het is weer weekend en ik heb alle tijd. Tenminste, zo voelt dat. Op vrijdagavond gaat de versnelling naar beneden. De klok speelt vanavond een bescheiden rol .’Het is ondertussen alweer november’ en zing mee met de oude melancholische hit ‘November rain’ van Guns and Roses (1992). Mijn herinneringen gaan even terug naar mijn leven uit die tijd. Buiten hebben de november slagregens vrij spel en tikken nogal dwingend tegen het raam om mij naar het Nu terug te halen.

Het lijkt alsof de tijd een spelletje met mij heeft gespeeld. ‘Yoehoe’, even niet opgelet en het is bijna 28 jaar later. Eckhart Tolle gaf al leuke tips over het vooral bewust te leven in het Nu en toch glipt de tijd steeds weer als zand door mijn vingers. Als kind ging de tijd soms tergend langzaam voorbij, alsof hij bijna stilstond. Een verplicht bezoekje samen met mijn ouders aan tante Annie en tante Jans op een zondagmiddag was zo verpletterend saai, dat die oneindig lange saaie lege zondagmiddag mij nog steeds helder bijstaat.

‘Saaiheid is ook niet wat ik wil om de tijd te temperen’, denk ik mismoedig. In het boek van Douwe Draaisma ( waarom de tijd sneller gaat als je ouder wordt) lees ik dat de stofwisseling van kinderen sneller gaat, ze vervolgens meer indrukken opdoen en dat daarom de beleving van tijd langzamer zou gaan. Ik begrijp het niet helemaal en duik dieper in de literatuur. Stress schijnt ook goed te helpen voor een vertraagde tijdsbeleving. Als voorbeeld wordt het dreigende vooruitzicht dat je met de auto tegen een boom rijdt genoemd. In het brein komt vervolgens veel adrenaline vrij. Die stof maakt dat de hersenen sneller gaan werken, met als gevolg dat je per tijdseenheid meer indrukken opneemt dan normaal. Daardoor lijkt het ongeluk een stuk langer te duren dan die paar seconden waarin je op de boom afglijdt.

‘Ok, stress helpt’, denk ik een beetje opstandig, alleen leidt chronische stress weer tot allerlei klachten, variërend van vermoeidheid, tot hartklachten en daarmee werk je efficiënt mee aan het verkorten van je eigen ‘leef’ tijd. Ook niet handig. ‘ Monotonie dan’, vraag ik mij af. Als voorbeeld wordt het wachten op de trein genoemd. Adrenaline is in zo’n geval ver te zoeken. Oorzaak van de vertraagde tijdsbeleving is hier puur de monotonie. „Tijdsbeleving werkt volgens een U-curve”, verheldert de wetenschapper. ‘Tsja, die wetenschappelijke uitleg maakt het alleen maar ingewikkelder’, verzucht ik en gooi nog een houtblok op het vuur.

Het spreekwoord ‘gezelligheid kent geen tijd’ , klopt ook niet echt’, want ik spreek uit ervaring dat übergezellige ‘samenactiviteiten’ altijd weer zo spijtig snel voorbij gaan. ‘Alcohol en bewustzijnsveranderende stoffen helpen ook goed om de tijd te temperen’, al vind ik clean zijn verstandiger in mijn strijd tegen de tijd.

Met een schok realiseer ik mij dat ik het antwoord eigenlijk altijd al weet; Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Van de tijd inhalen en de tijd doden, van tijdsinvesteringen en de tijd aan jezelf hebben en goed bij de tijd zijn. Als ik terug in de tijd kijk, ben ik mij even bewust van de tand des tijds. Hoe verder? Vooral meebewegen met de flow op het ritme van de tijd en …. de tijd zal het verder leren. Ik wens iedereen een fijne tijd.

Luistertip:Aan de oevers van de tijd, Spinvis

Het logeerpartijtje

Alles stond afgelopen weekend in het teken van het logeerpartijtje van ons neefje. Het tuinhuis werd schoongemaakt en gereed gemaakt voor ons drieën, want dat was een uitstekende omgeving voor het logeerpartijtje. We hadden alle mogelijke kleine uitstapjes op een rij gezet; start met bezoek aan de winkel om samen lekkere hapjes te kiezen, een boerderij bezoek, bioscoopje spelen, vuurtje maken en vrije ruimte nog nader in te vullen. Om 15.00 uur zou mama hem brengen. Ons neefje, nu vijf jaar, had afgelopen zomer ook al bij ons gelogeerd. Gebracht door zijn vader. Alles was perfect; een prachtige zwoele zomerdag, de tuin in volle bloei, het zwembad opgezet en het water zomerfris. We sliepen, mede vanwege het aanhoudende warme weer, al meerdere nachten achter in de tuin in de tent waarin het grote matras was neergelegd voor optimaal kampeercomfort. Het was relaxed, de kleine jongen lag ’s avonds in de tent en wij zaten vlakbij op de veranda te genieten van de zwoele zomeravond.

Zelf had ik vroeger weinig gelogeerd. Slechts een enkele keer kon ik nog uit mijn geheugen naar boven halen. In de oude buurt waar ik tot mijn tiende jaar had gewoond had ik, zolang ik mij kon herinneren, een vriendinnetje gehad. Zij woonde een paar portieken verder. Op een dag ging Jacquelientje met haar ouders verhuizen naar de nieuwbouwwijk, waar wij enkele jaren later ook naartoe verhuisden. Ik was erg verdrietig om haar vertrek en waarschijnlijk mede daarom werd er maanden later nog een logeer afspraak gepland. Dit was geen succes. Nu in deze omgeving realiseerde ik mij dat ik meisjes niet meer interessant vond. Deze interesse zou pas enkele jaren later bij mij weer volledig gaan opbloeien samenvallend met de hormonale veranderingen. Nu zag ik alleen maar stomme meisjesdingen en ik herinner mijn verlangen naar de volgende dag, omdat ik dan weer naar huis kon. Waarschijnlijk waren we beiden in een andere fase terecht gekomen, waarbij de andere sekse even niet bijster interessant was. Wel kwam ik door deze logeerpartij in 1 keer van mijn bedplas probleem af. Ik herinner mij dat ik super bewust ( en gespannen) was van het willen voorkomen van een gênante situatie. Mijn ouders hadden de moeder blijkbaar op de hoogte gesteld, want bij het naar bed gaan informeerde zij op vertrouwelijke fluisterende toon of ik in de nacht nog gewekt wilde worden. ‘Niet nodig’ , reageerde ik snel en resoluut en ging daarmee behoorlijk zenuwachtig 1 van de zwaarste nachten in.

Exact om 15.00 uur kwam mama hem brengen. Zusje was mee en er werd nog wat gespeeld in de tuin. Kopje thee, frisdrank en de meegebrachte oliebollen werden genuttigd en we werkten toe naar het zwaaimoment. ‘Waar hij vanavond zin in had om te eten’, vroegen we. Zijn stamppot suggestie werd met gejuich door ons ontvangen. Met een ‘wat een goed idee’ werd zijn aanbeveling op de boodschappen lijst gezet. Mama stond op en gaf nog een korte uitleg over het koffertje met meegebrachte kleding. Uit het niets kwam plotseling een ‘ ik wil naar huis’. Op weg naar de auto wisselde de uitspraak nog een paar keer van ‘ blijven’ naar ‘ ik wil naar huis’

Later analyseerde ik ‘ detective’ nauwkeurig deze ‘ logeer afblaas statement’, om het te kunnen plaatsen. Was het mijn ‘ Weet je nog’ uiteenzetting over de logeerpartij van de zomer waarin ik tent en zwembad weer uit de herinnering naar boven haalde, terwijl beiden er nu heel teleurstellend niet meer stonden? Of was het mijn uitleg dat we gezellig met de auto straks boodschappen zouden gaan doen ipv op de door hem meegebrachte nieuwe fiets? Ondanks dat ik nog heel pedagogisch toevoegde dat we daarna nog heel veel tijd hadden om te gaan fietsen. ‘ Waren we misschien niet enthousiast genoeg geweest’,  vulde mijn vriendin nog aan. Het was nl een lange dorpscafé avond geweest, waardoor we een tikkeltje brak en sloom waren.

Of zou het toch helemaal niets met ons te maken hebben gehad? Kinderen zijn nog zo eerlijk en gelukkig maar dat hij voelde dat dit niet het juiste moment voor hem was. Zo mooi dat hij de teleurstelling van de grote mensen trotseerde; mama had wel zin gehad in een avondje met 1 kind. Wij hadden wel zin in een logeerpartijtje ‘oom en tante’ spelen. De vele logeerpartijtjes van mijn eigen kinderen hun vriendjes lag nl ook al weer in een ver verleden. Natuurlijk voelde hij wel de teleurstelling van ons, verborgen onder de joviale uitspraken als ‘ geeft niets hoor’ en ‘ doen we een andere keer toch’ Hij stapte resoluut met zijn knuffel onder de armen weer richting auto. ‘ Grote mensen zijn zo vaak bezig een verhaal in hun hoofd te creëren over dat wat ze denken dat de ander eventueel zou kunnen denken’, dacht ik. Ik besloot te stoppen met het invullen van gedachten over een ander.

Zou hij daarom niet meer naar ons gezwaaid hebben toen ze wegreden?🤗

Tot de volgende keer lief neefje.

Luistertip: Stay with me, Sam Smith

Naar Den Haag

Ik las in de krant dat na de boeren, nu ook de grondbewerkers, bouwvakkers en baggeraars naar het Malieveld willen om te protesteren. ‘Wat zouden de baggeraars meenemen’, dacht ik en dwaalde even af in fantasievolle visualisaties.

‘Wat leven we toch in een prachtig en veilig land met onze rechten om voor je mening uit te mogen komen’, dacht ik, terwijl ik mij beraadde over verdere stappen tegen Tennet Netwerkbeheerder. Zij willen nl de zestiger jaren hoogspanningsmasten op het tracé Eemshaven tot aan Hoogkerk (Vierverlaten) vervangen voor modernere en veel hogere masten met veel meer power. Onze Westeremden werkgroep ( 380KV) heeft jarenlang keihard gevochten en samen met alle andere werkgroepen uit de provincie in totaal zeven beroepen tegen het plan en de vergunningen ingediend, tot aan de Raad van State. Het heeft niet geholpen. We hebben uiteraard met z’n allen meer stroom en duurzame energie nodig, echter dit kan allang op een andere manier, nl de kabels op anderhalf meter ondergronds. Dit kost meer geld en helaas wordt er dan maar gekozen voor palen met een wirwar van meerdere lagen bedrading dwars door kwetsbare natuurgebieden, dwars door weilanden, dwars door aardbevingsgebieden, waar de bewoners ondertussen toch al een beetje moedeloos en protest- moe zijn geworden van alle onrechtvaardigheden en bureaucratie. Groningers zijn sowieso al niet echt protest en actie gericht bij onrecht. Toch blijkt dat protesteren dmv een demonstratie soms helpt als overleg en procederen niet tot gewenste resultaten leidt.

De boeren waren het zat, verlieten massaal hun erf en verzamelden zich op het Malieveld, gewapend met hun verontwaardiging, woede en tractoren. Aanleiding was de door het kabinet aangegeven te hoge boeren stikstof uitstoot. Er waren ondertussen ook protesten tegen de windmolens, die wel drie keer hoger zijn dan eerdere versies. ‘Waarom bij ons’, zo luidden de protesten. ‘Dat begrijp ik’, dacht ik, want zou ik een windmolen naast mijn huis willen? Waarom al die stikstof regels ? ik had er eerlijk gezegd niet eerder van gehoord.

En toch kreeg ik een beetje een onbestemd en naar gevoel. Wat voelt nog goed om waartegen en waarvoor te protesteren? De woorden van de jonge milieu activiste Greta Thunberg galmden nog in mijn hoofd na. Hoe kunnen we onze planeet voor de toekomst behouden? Het moet nu echt anders. Van meer naar minder consumptie maatschappij. Van fossiele brandstoffen naar duurzame energie. En, ….wat ik daar zelf aan kan bijdragen?

Ik besloot om ook naar Den Haag te gaan. Op de fiets, om daar aangekomen bij het Malieveld te protesteren tegen de uit de hand gelopen consumptiemaatschappij. Protesteren tegen het individualisme, tegen haat, intolerantie, oorlog en egoïsme. Tegen de eenzaamheid en tegen het kapitalisme met zijn polarisatie van winnaars en verliezers. ‘Het is genoeg geweest’, besloot ik. En als ik dan in Den Haag ben geweest en een beeldje van de mythische God ‘ Atlas’, de drager van het heelal inclusief de beschadigde en zieke wereld, symbolisch op het Malieveld heb neergezet, draai ik het de volgende dag om.

Ik sta weer op het Malieveld. (wat het dak van een parkeergarage blijkt te zijn) ‘Niets is wat het lijkt’, mompelde ik en pakte mijn megafoon, zette het volume op maximaal en scandeerde;

‘Ik demonstreer vandaag voor gelijkheid, voor saamhorigheid, voor heel veel liefde en tolerantie, voor vrede een kans geven en voor een ruil economie en vooral voor onthaasting. Naïef? Ik moest denken aan het ‘ butterfly effect’ en fietste richting huis.

Luistertip: Give peace a chance, John Lennon

Misschien heb je ooit van het butterfly effect gehoord, in het Nederlands vertaald als het vlindereffect. Deze theorie vertelt het verhaal van hoe slechts één kleine vleugelslag van een vlinder een kettingreactie aan onvoorziene gevolgen in gang kan zetten en zelfs maanden later het ontstaan van iets gigantisch als een tornado kan veroorzaken. ( Rosalie Heefer/ziecoaching.nl)

 

 

 

 

 

Luistertip Give peace a chance, John Lennon

Laat OMA thuis

Afgelopen vrijdag bezocht ik een congres over open dialoque in de psychiatrie en bevond mij in een theaterzaaltje te Utrecht. Ik zat bewust rechtop ivm te ver achterover doorzakkende plastic kuipstoeltjes. Het voordeel hiervan was dat ik uit mijzelf een actieve rechte gezonde leefstijl houding aannam. Ik luisterde geboeid naar de Vlaamse psychiater/ filosoof Paul, die met indringende en overtuigende passie, vermengd met schuld en schaamte uitlegde dat hij in het verleden zich teveel als de expert naar zijn patiënten had opgesteld. Niet dat er op zich iets mis is om expert op een bepaald vakgebied te zijn, echter cliënten zitten lang niet altijd te wachten op ongevraagd advies. Belangrijker is het om vooral in te gaan op de sterke kanten en hoe de cliënt het tot nu toe heeft volgehouden, aldus zijn betoog.
En toch hebben de ‘experts’ dit jarenlang zo éénrichtingachtig gedaan. Deze enkelvoudige frame gedachten van ‘ik weet het en jij niet’ en ‘ik weet wat goed voor jou is’ golden jarenlang impliciet als richtlijn. Wij waren immers de experts.
Helaas infantiliseer je hiermee de andere persoon en maak je hem krachteloos met gevaar van afhankelijkheid. Gelukkig bracht de positieve psychologie, het oplossingsgerichte denkmodel , het herstel gedachtegoed en de open dialoque (peergroup open dialoque) hierin een revolutionaire wending. Tenminste voor wie daar open voor staat. Langzamerhand wint bescheidenheid, netwerkbenadering en de open dialoog met elkaar steeds meer terrein.
Wie kent trouwens niet de communicatie hulpmiddelen inclusief leuke ezelsbruggetjes om ons te helpen bij een paradigmashift. ‘Smeer nivea’ ( niet invullen voor een ander) en ‘laat oma thuis’ ( niet oordelen, meningen etaleren en ongevraagde adviezen geven. Ze maken ons bewust om het niet weten te kunnen verdragen. Ogenschijnlijk heel simpel, alleen is er veel meer nodig.
Veel meer luisteren, contact maken en vooral blijven reflecteren op je eigen communicatie en emoties en de respons op jouw communicatie. We kunnen onze expertise inzetten als daarom wordt gevraagd.

Dit congres ging over open dialoque. De essentie werd mij heel duidelijk. ‘Nothing about me, without me’ (niet over mij praten, maar met mij) en een open eerlijk contact is vooral de insteek en de motor tot verandering. Het op zich simpele concept van ‘het ook niet altijd te weten’ en vooral in dialoog te gaan met elkaar, brengt juist (oh paradox) de cliënt in zijn kracht, zo was de ervaring.

‘Hoe vaak heb ik al een mening over de ander, zonder dit besproken en gecheckt te hebben’, reflecteerde ik voor mijzelf. Ik kan de ander niet echt zien, behalve het verhaal dat ik in mijn hoofd over die ander maak.
Adriaan van Dis had het een keer zo prachtig verwoord, ‘ik stel mijn oordeel nog even uit, want des te minder ik vind, des te meer ik ontdek.
‘Wanneer stel je geen vragen, wanneer ben je wel stellig’, dacht ik en enkele voorbeelden schoten mij te binnen. Want soms is confronterend zijn de manier om de ander te bereiken.

Greta Thunberg is milieuactiviste en in één klap beroemd en berucht. Ze heeft op Instagram en Facebook 7,5 miljoen volgers. Ze sprak tijdens de klimaatconferentie van de VN op emotionele en indringende wijze alle wereldleiders ( en dus ons) toe en maakte vele gevoelens bij ons los. Haar oproep tot actie om het tij te keer voordat het te laat is, vermengd met verontwaardiging (‘How dare you destroying our planet’) waarom wij volwassenen zolang zo laks zijn geweest met betrekking tot behoud van onze planeet, riep zowel grote bijval, alsook grote weerstand op.

Waarom ze zoveel volgers heeft? Ze heeft gelijk en Ik denk omdat zij echt is en puur en dat raakt ons. Hopelijk leidt het tot een constructieve dialoog met elkaar en bijbehorende acties. Laten we bij onszelf beginnen……

Luistertip: Earth song, Michael Jackson

‘We told world leaders to unite behind the science and take immidiate action. They didn’t listen, so we go on every friday’

 

 

 

 

 

Luistertip: Earth song, Michael Jackson

DE LP en de CD ( weer hip of epic)

Afgelopen zaterdag was ik weer eens in een platenzaak. Ook wel recordstore genoemd.
Ik was bij een een vriendin in Wassenaar geweest en vertelde haar dat ik een cd van Leonard Cohen voor mijn schoonmoeder haar verjaardag wilde kopen. Zij streamt namelijk (nog) niet. Zij had Cohen via mij ontdekt en ik gunde haar een uitgebreid oeuvre van deze master of songs. Dus wilde ik de live uitvoering uit Dublin ( 4 cd’s 2013) voor haar kopen.
Of ze een CD winkel in Wassenaar hadden. Ze keek mij een beetje ongelovig aan. ‘Bestaan deze winkels dan nog’, vroeg ze verbaasd. Als muziekliefhebber wist ik dat deze winkels ondertussen een verschuiving doormaken naar vooral vinyl, oftewel Lp’s en EP’s. Ook duikt het cassettebandje weer voorzichtig op, gebruikt door vooral beginnende bands die hun muziek naast streaming, ook op deze manier willen promoten. Zelf was ik ondertussen al een behoorlijke tijd geleden overgestapt naar het digitale beleven van muziek. Alle muziek gaat via spotify dmv streaming naar de muziekinstallatie. Je hebt alle muziek van de wereld en toch ook weer niets, tenminste niet tastbaar. Het voelt toch een beetje leeg zonder hoesje en teksten.
De aanschaf van CD’s is al een aantal jaren geleden bij mij stil komen te staan. Zelfs in de auto hoeft het schijfje niet meer gebruikt te worden. Bluetooth en een gedownloade hoeveelheid muziek vervangt de CD.
De top veertig wordt al sinds 1999 vastgesteld door verkoopcijfers in combinatie met AirPlay. Hoe vaak je als artiest gestreamd wordt, wordt steeds belangrijker.

Mijn gedachten gingen ondertussen naar mijn middelbare schooltijd in de zeventiger jaren. De lp was een gewild artikel en de CD zou vanaf begin jaren tachtig aan zijn opmars beginnen.
Elk weekend ging ik naar de platenzaak voor het gratis top veertig krantje. Deze bewaarde ik in een map. Van mijn zakgeld, in combinatie met het geld van mijn zaterdagbaantje, kon ik maandelijks 1 lp kopen. Er moest natuurlijk ook nog geld overblijven voor uitgaan en andere interesses, zoals de aanschaf van de nieuwste Suske en Wiske stripboeken. De platenzaak ( Radio Thie) waar ik kwam was voorzien van geluidsdichte luisterkamers, ongeveer ter grootte van een paskamer. De lp werd meegenomen naar de luisterkamer en voorzichtig werd de lp op de aanwezige platenspeler gelegd. Tijdens het beluisteren werd de hoes ( soms uitklapbaar met teksten en foto’s ) bestudeerd. Het was altijd een prachtige en relaxte ervaring, gecombineerd met de spanning over de opeenvolgende gloednieuwe nummers van de bewonderde artiest.

De CD was als opvolger prima, want na verloop van tijd was er toch wel reële kans op beschadigingen van de lp en andere ongemakken, zoals irritant hoorbare krasjes, (het beroemde ‘ grijsgedraaid’) of erger, zodat de naald bleef steken in de groef. Het kon natuurlijk ook zijn dat dat naald niet op tijd was vervangen.
Gelukkig heb ik mijn lp’s bewaard. Ze zijn nu weer populair en bij een juiste persing en  in goede staat inclusief toebehoren kan de waarde behoorlijk oplopen. ( the Beatles, the White album ongeveer 1000 euro)
De tweedehands CD vind je momenteel nog veel voor vijftig cent bij rommelmarkten,voor vijf euro bij de recordshop.

‘Of de cd’s uit de woonkamer kunnen’, vroeg mijn vriendin. ‘ We gebruiken ze toch bijna niet meer’. ‘ Klopt’ replyde ik. Met de tips van de opruimcoach in gedachten, checkte ik mijn opties; houden, weggooien of in de twijfeldoos.
Ik besloot de twijfeldoos ( dozen) te misbruiken en te vullen met alle cd’s om een rustig plekje in huis voor ze te vinden . Ik besloot ze te bewaren en soms te gebruiken, samen met lp’s, die trouwens ondertussen een eregalerij plek hadden gekregen.
Nostalgie? Ik weet het nog niet goed. Wel weet ik dat wat eens hip was, later via blits, cool werd, richting nice naar vet richting tof of episch of dope naar gaaf ging.
Hoorde ik laatst iemand weer het woord ‘hip’ gebruiken?

Luistertip:Once upon a long ago, Paul MCcartney

Jip, kom hier!!

Op een dag kwam er een hond aangelopen en ging in onze voortuin liggen. Ik was dertien. We woonden ondertussen enkele jaren in de nieuwbouwwijk. De Beatles waren al een tijdje uit elkaar. Het was de tijd van de minirokjes, ABBA, gehaakte versieringen, visnetten aan plafonds, zitzakken, de opkomst van de kleurentelevisie en vele vrijheden. De pubertijd was in mij gevaren en ik ging dus vooral mijn eigen gang. Onze ouders hadden de teugels van het christelijk calvinistisch gedachtegoed en bijbehorend opvoedingsritueel ondertussen steeds meer losgelaten. Waarschijnlijk mede onder invloed van een veranderende en meer relaxte tijdsgeest. Mijn broer en ik waren de laatste twee uit het gezin en profiteerden hiervan. We hadden vele vrijheden, die onze oudere broers en zus niet hadden gehad.

Ik stopte met het grasmaaien van het kleine voortuintje en boog mij bezorgd over de hond heen. Hij was verzwakt en sterk vermagerd. Er was geen halsbandje. De hond ging gelijk tegen mij aanliggen, op het moment dat ik in het gras ging zitten. Ik zag het als een teken, deze hond was op reis geweest en speciaal naar mij toegekomen.
Helaas lukte het mij niet om mijn ouders te overtuigen om de hond in huis te nemen. Het werd uiteindelijk een liefdevolle opvang bij onze nieuwe buren, met de deal dat ik de eigenaar zou zijn. We besloten om de hond te houden. Tenminste zolang de eigenaar zich niet zou melden. Er kwam geen reactie op onze oproepen in de plaatselijke supermarkt en bij de buurtagent. De hond werd dus definitief in onze levens opgenomen en kreeg de naam Mosje.
Twee jaar lang hielden we naar ieders tevredenheid deze constructie aan. Totdat de buren gingen verhuizen.
Mosje luisterde heel goed naar mij. Ik hoefde maar te fluiten of korte instructies te geven; hij volgde ze direct op. Alleen kon hij niet tegen andere honden. Klein of groot het maakte hem niet uit. Hij dook er steevast bovenop. Ook moest je hem absoluut met rust laten als hij aan het eten was. Beide hadden waarschijnlijk met zijn traumatisch (en voor ons onbekend) verleden te maken.
Ik heb mij altijd verbaasd hoe goed hij naar mij luisterde. Begon hij tegen anderen te blaffen, een kort ‘stop’ deed hem zwijgen. Liep hij te ver weg tijdens de wandeling, een fluitsignaal deed hem direct naar mij toe komen rennen. Kortom ik kon ‘lezen en schrijven’ met hem. De vele uren dat we samen waren heeft hierbij zeker bijgedragen.

Ik werd ruw gestoord uit mijn mijmeringen liggend aan het ‘groene’ strand bij café de Walvis van Terschelling op deze eerste warme ‘zomerse’ herfstdag. Een hond had de bal van een klein meisje afgepakt en liep driftig grommend, de bal heen en weer schuddend hiermee het strand op. Zowel eigenaar man, alsook vrouw riepen allerlei instructies met steeds toenemend volume, echter zonder resultaat. Ik geloof dat ‘deze film’ ongeveer een half uur duurde, waarbij ‘Jip kom hier’ ‘doe niet zo flauw’ werd afgewisseld met vloekwoorden en andere verwensingen. Uiteindelijk werd de toegetakelde bal door de man overhandigd aan de jonge moeder van het meisje. Met een mompelende verontschuldiging liepen de hondeneigenaren met de nu aangelijnde hond het blikveld uit. Ik hoorde ze nog het voorval met de hond nabespreken. ‘Dat vind ik helemaal niet leuk van je’ en ‘ik laat je niet meer los op het strand lopen’ ving ik nog op. Ik vraag mij altijd af, hoe het kan dat mensen hele gesprekken met hun hond gaan voeren.
Anyway, de bal was uiteraard lek, het meisje verdrietig, de stilte was gelukkig wel teruggekeerd.
Gelukkig mocht mijn hond blijven toen de buren verhuisden. Uiteindelijk liep het voor mijn hond niet goed af. Mijn ouders moesten steeds vaker zelf de hond uitlaten. Ik was namelijk zestien en dus vooral ook met andere interesses bezig. Mijn vader hield niet van honden en op een dag besloten zij zonder het mij te laten weten, om de hond in te laten slapen. Vanwege zijn agressie naar alle andere honden. Tenminste dat werd mij toen verteld. 35 jaar later kwam ik achter de ware toedracht. Ik kreeg van mijn toen dementerende moeder te horen dat ze Mosje naar het asiel hadden gebracht. Ze hadden het ‘inslapen’ verhaal verzonnen, omdat ze bang waren dat ik de hond anders weer uit het asiel zou ophalen.

‘Wat een triest verhaal’, dacht ik en vroeg mij af of ik deze column wel zou moeten plaatsen. ‘Had ik wel een moraal in deze column?’ Misschien was ik wel heel bewust geworden dat als je een hond neemt, je er ook verantwoordelijk voor bent en altijd blijft. En iets over altijd eerlijk zijn en in gesprek gaan met elkaar. Misschien ook met honden.

Ik stond op en liep naar het terras voor een groot glas Terschellings bier.

Luistertip: Sad song, We the Kings

Een dag uit het leven van een schilder (writersblock)

Als jongetje van ongeveer zes jaar, speelde ik regelmatig dat ik een schilder was. Gewapend met een emmertje water en een kwast verbleef ik urenlang op het kleine balkon aan de achterkant van onze bovenwoning en ‘verfde’ alle bakstenen van het balkonmuurtje tijdelijk richting dieprood. Er was zelfs nog een ingebouwde betonnen kolenkit, herinner ik mij nu. Ik kan mij niet meer goed herinneren of deze nog gebruikt werd. Waarschijnlijk niet, want het was al ver in de jaren zestig en vanaf 1963 ging Nederland massaal en (toen nog) enthousiast over naar het veel schonere gas.
Dit zorgvuldig ‘verven’ van de bakstenen met een kwastje en water zou ik nu een meditatieve oefening in mindfulnes kunnen noemen, te gebruiken bij individuele en groeps- coachingsbijeenkomsten. Ik parkeerde dit briljante idee en concentreerde mij weer op mijn schildersherinneringen.

Dat ik zoveel alleen thuis speelde had ook te maken met het gegeven dat ik mij niet veilig in onze oude buurt voelde. Daarnaast waren er in dit grensgebied van veilig en onveilige buurt geen kinderen van mijn leeftijd.
Ik zie mijzelf nog steeds ‘als aan de grond genageld’ in onze straat staan op het moment dat er om de hoek een grote groep jongeren, gewapend met kettingen, honkbalknuppels en andere indrukwekkende hulpstukken mijn kant opkwam. Het was na kerst en er werd dus volop jacht gemaakt op kerstbomen voor het oud en nieuw vuur. Dit voor mij indrukwekkende schouwspel bemoedigde het buiten spelen niet.
Ik was tien jaar toen we verhuisden naar een andere buurt met alleen nieuwe eengezinswoningen, nieuwe gezinnen en nieuwe kansen. Hier voelde ik mij thuis. Er ontstonden vriendschappen.Ik voelde voor het eerst vrijheid. Ik had het schilderen blijkbaar niet meer nodig.
En toch bleef er iets hangen, een onbestemd gevoel waar ik niet goed bij kon komen en als ik eerlijk ben weet ik nog steeds niet helemaal wat het was.
Ik had ergens in mijn kindertijd mij waarschijnlijk onbewust voorgenomen om te gaan schrijven. Althans wilde ik mijn gedachten op papier zetten. Ik zie nog steeds de eerste bibberig handgeschreven plechtige zin voor me.
‘Een dag uit het leven van een schilder’, stond er in grote letters, te wachten op wat allemaal komen ging. Alleen er kwam niets. Het bleef verder akelig leeg op het maagdelijk wit papier.
Ik weet nog steeds niet wat maakte dat ik niet ging schrijven, of hoe het eruit zou hebben gezien als ik toen als jongetje mijn schildersverhaal wel had geschreven.
Misschien had dit geleid tot een ononderbroken fantasievolle stroom van verhalen, gedichtenbundels, boeken en een trilogie over het leven van Angelique.
Wat hield mij toen tegen? Was het een pre writersblock, of voelde ik aan dat er teveel lading op deze ogenschijnlijk onschuldige titel lag?

Het is ondertussen een generatie later. Bij een riviertje in zonnig zuid Frankrijk begin ik weer eens in een dagboek en plotseling wist en voelde ik dat het allemaal veel creatiever kon. Ik besefte dat je niet altijd exact de werkelijkheid van gebeurtenissen hoeft vast te leggen. Er mag gefantaseerd en verdraaid worden, er mogen statements en emoties getoond worden, geouwehoerd en met scherpte geschreven worden. kortom ‘the sky is the limit’ en dus stroomt het nu met woorden die blijven komen.

Het recept? Ik heb geleerd om vooral mijn intuïtie, hart en passie, (of datgene waarvan ik merk blij te worden) serieus te nemen. Ik sta mijzelf toe het soms ook even niet te weten en kleine stappen te nemen. Ik heb plezier en voel mij dankbaar in wat ik mag doen. Ik oefen en maak vele uren in datgene waar ik energie van krijg.

Volg jij ook je passie?

LuistertipPaperback writer, Beatles