Laat OMA thuis

Afgelopen vrijdag bezocht ik een congres over open dialoque in de psychiatrie en bevond mij in een theaterzaaltje te Utrecht. Ik zat bewust rechtop ivm te ver achterover doorzakkende plastic kuipstoeltjes. Het voordeel hiervan was dat ik uit mijzelf een actieve rechte gezonde leefstijl houding aannam. Ik luisterde geboeid naar de Vlaamse psychiater/ filosoof Paul, die met indringende en overtuigende passie, vermengd met schuld en schaamte uitlegde dat hij in het verleden zich teveel als de expert naar zijn patiënten had opgesteld. Niet dat er op zich iets mis is om expert op een bepaald vakgebied te zijn, echter cliënten zitten lang niet altijd te wachten op ongevraagd advies. Belangrijker is het om vooral in te gaan op de sterke kanten en hoe de cliënt het tot nu toe heeft volgehouden, aldus zijn betoog.
En toch hebben de ‘experts’ dit jarenlang zo éénrichtingachtig gedaan. Deze enkelvoudige frame gedachten van ‘ik weet het en jij niet’ en ‘ik weet wat goed voor jou is’ golden jarenlang impliciet als richtlijn. Wij waren immers de experts.
Helaas infantiliseer je hiermee de andere persoon en maak je hem krachteloos met gevaar van afhankelijkheid. Gelukkig bracht de positieve psychologie, het oplossingsgerichte denkmodel , het herstel gedachtegoed en de open dialoque (peergroup open dialoque) hierin een revolutionaire wending. Tenminste voor wie daar open voor staat. Langzamerhand wint bescheidenheid, netwerkbenadering en de open dialoog met elkaar steeds meer terrein.
Wie kent trouwens niet de communicatie hulpmiddelen inclusief leuke ezelsbruggetjes om ons te helpen bij een paradigmashift. ‘Smeer nivea’ ( niet invullen voor een ander) en ‘laat oma thuis’ ( niet oordelen, meningen etaleren en ongevraagde adviezen geven. Ze maken ons bewust om het niet weten te kunnen verdragen. Ogenschijnlijk heel simpel, alleen is er veel meer nodig.
Veel meer luisteren, contact maken en vooral blijven reflecteren op je eigen communicatie en emoties en de respons op jouw communicatie. We kunnen onze expertise inzetten als daarom wordt gevraagd.

Dit congres ging over open dialoque. De essentie werd mij heel duidelijk. ‘Nothing about me, without me’ (niet over mij praten, maar met mij) en een open eerlijk contact is vooral de insteek en de motor tot verandering. Het op zich simpele concept van ‘het ook niet altijd te weten’ en vooral in dialoog te gaan met elkaar, brengt juist (oh paradox) de cliënt in zijn kracht, zo was de ervaring.

‘Hoe vaak heb ik al een mening over de ander, zonder dit besproken en gecheckt te hebben’, reflecteerde ik voor mijzelf. Ik kan de ander niet echt zien, behalve het verhaal dat ik in mijn hoofd over die ander maak.
Adriaan van Dis had het een keer zo prachtig verwoord, ‘ik stel mijn oordeel nog even uit, want des te minder ik vind, des te meer ik ontdek.
‘Wanneer stel je geen vragen, wanneer ben je wel stellig’, dacht ik en enkele voorbeelden schoten mij te binnen. Want soms is confronterend zijn de manier om de ander te bereiken.

Greta Thunberg is milieuactiviste en in één klap beroemd en berucht. Ze heeft op Instagram en Facebook 7,5 miljoen volgers. Ze sprak tijdens de klimaatconferentie van de VN op emotionele en indringende wijze alle wereldleiders ( en dus ons) toe en maakte vele gevoelens bij ons los. Haar oproep tot actie om het tij te keer voordat het te laat is, vermengd met verontwaardiging (‘How dare you destroying our planet’) waarom wij volwassenen zolang zo laks zijn geweest met betrekking tot behoud van onze planeet, riep zowel grote bijval, alsook grote weerstand op.

Waarom ze zoveel volgers heeft? Ze heeft gelijk en Ik denk omdat zij echt is en puur en dat raakt ons. Hopelijk leidt het tot een constructieve dialoog met elkaar en bijbehorende acties. Laten we bij onszelf beginnen……

Luistertip: Earth song, Michael Jackson

‘We told world leaders to unite behind the science and take immidiate action. They didn’t listen, so we go on every friday’

 

 

 

 

 

Luistertip: Earth song, Michael Jackson

DE LP en de CD ( weer hip of epic)

Afgelopen zaterdag was ik weer eens in een platenzaak. Ook wel recordstore genoemd.
Ik was bij een een vriendin in Wassenaar geweest en vertelde haar dat ik een cd van Leonard Cohen voor mijn schoonmoeder haar verjaardag wilde kopen. Zij streamt namelijk (nog) niet. Zij had Cohen via mij ontdekt en ik gunde haar een uitgebreid oeuvre van deze master of songs. Dus wilde ik de live uitvoering uit Dublin ( 4 cd’s 2013) voor haar kopen.
Of ze een CD winkel in Wassenaar hadden. Ze keek mij een beetje ongelovig aan. ‘Bestaan deze winkels dan nog’, vroeg ze verbaasd. Als muziekliefhebber wist ik dat deze winkels ondertussen een verschuiving doormaken naar vooral vinyl, oftewel Lp’s en EP’s. Ook duikt het cassettebandje weer voorzichtig op, gebruikt door vooral beginnende bands die hun muziek naast streaming, ook op deze manier willen promoten. Zelf was ik ondertussen al een behoorlijke tijd geleden overgestapt naar het digitale beleven van muziek. Alle muziek gaat via spotify dmv streaming naar de muziekinstallatie. Je hebt alle muziek van de wereld en toch ook weer niets, tenminste niet tastbaar. Het voelt toch een beetje leeg zonder hoesje en teksten.
De aanschaf van CD’s is al een aantal jaren geleden bij mij stil komen te staan. Zelfs in de auto hoeft het schijfje niet meer gebruikt te worden. Bluetooth en een gedownloade hoeveelheid muziek vervangt de CD.
De top veertig wordt al sinds 1999 vastgesteld door verkoopcijfers in combinatie met AirPlay. Hoe vaak je als artiest gestreamd wordt, wordt steeds belangrijker.

Mijn gedachten gingen ondertussen naar mijn middelbare schooltijd in de zeventiger jaren. De lp was een gewild artikel en de CD zou vanaf begin jaren tachtig aan zijn opmars beginnen.
Elk weekend ging ik naar de platenzaak voor het gratis top veertig krantje. Deze bewaarde ik in een map. Van mijn zakgeld, in combinatie met het geld van mijn zaterdagbaantje, kon ik maandelijks 1 lp kopen. Er moest natuurlijk ook nog geld overblijven voor uitgaan en andere interesses, zoals de aanschaf van de nieuwste Suske en Wiske stripboeken. De platenzaak ( Radio Thie) waar ik kwam was voorzien van geluidsdichte luisterkamers, ongeveer ter grootte van een paskamer. De lp werd meegenomen naar de luisterkamer en voorzichtig werd de lp op de aanwezige platenspeler gelegd. Tijdens het beluisteren werd de hoes ( soms uitklapbaar met teksten en foto’s ) bestudeerd. Het was altijd een prachtige en relaxte ervaring, gecombineerd met de spanning over de opeenvolgende gloednieuwe nummers van de bewonderde artiest.

De CD was als opvolger prima, want na verloop van tijd was er toch wel reële kans op beschadigingen van de lp en andere ongemakken, zoals irritant hoorbare krasjes, (het beroemde ‘ grijsgedraaid’) of erger, zodat de naald bleef steken in de groef. Het kon natuurlijk ook zijn dat dat naald niet op tijd was vervangen.
Gelukkig heb ik mijn lp’s bewaard. Ze zijn nu weer populair en bij een juiste persing en  in goede staat inclusief toebehoren kan de waarde behoorlijk oplopen. ( the Beatles, the White album ongeveer 1000 euro)
De tweedehands CD vind je momenteel nog veel voor vijftig cent bij rommelmarkten,voor vijf euro bij de recordshop.

‘Of de cd’s uit de woonkamer kunnen’, vroeg mijn vriendin. ‘ We gebruiken ze toch bijna niet meer’. ‘ Klopt’ replyde ik. Met de tips van de opruimcoach in gedachten, checkte ik mijn opties; houden, weggooien of in de twijfeldoos.
Ik besloot de twijfeldoos ( dozen) te misbruiken en te vullen met alle cd’s om een rustig plekje in huis voor ze te vinden . Ik besloot ze te bewaren en soms te gebruiken, samen met lp’s, die trouwens ondertussen een eregalerij plek hadden gekregen.
Nostalgie? Ik weet het nog niet goed. Wel weet ik dat wat eens hip was, later via blits, cool werd, richting nice naar vet richting tof of episch of dope naar gaaf ging.
Hoorde ik laatst iemand weer het woord ‘hip’ gebruiken?

Luistertip:Once upon a long ago, Paul MCcartney

Jip, kom hier!!

Op een dag kwam er een hond aangelopen en ging in onze voortuin liggen. Ik was dertien. We woonden ondertussen enkele jaren in de nieuwbouwwijk. De Beatles waren al een tijdje uit elkaar. Het was de tijd van de minirokjes, ABBA, gehaakte versieringen, visnetten aan plafonds, zitzakken, de opkomst van de kleurentelevisie en vele vrijheden. De pubertijd was in mij gevaren en ik ging dus vooral mijn eigen gang. Onze ouders hadden de teugels van het christelijk calvinistisch gedachtegoed en bijbehorend opvoedingsritueel ondertussen steeds meer losgelaten. Waarschijnlijk mede onder invloed van een veranderende en meer relaxte tijdsgeest. Mijn broer en ik waren de laatste twee uit het gezin en profiteerden hiervan. We hadden vele vrijheden, die onze oudere broers en zus niet hadden gehad.

Ik stopte met het grasmaaien van het kleine voortuintje en boog mij bezorgd over de hond heen. Hij was verzwakt en sterk vermagerd. Er was geen halsbandje. De hond ging gelijk tegen mij aanliggen, op het moment dat ik in het gras ging zitten. Ik zag het als een teken, deze hond was op reis geweest en speciaal naar mij toegekomen.
Helaas lukte het mij niet om mijn ouders te overtuigen om de hond in huis te nemen. Het werd uiteindelijk een liefdevolle opvang bij onze nieuwe buren, met de deal dat ik de eigenaar zou zijn. We besloten om de hond te houden. Tenminste zolang de eigenaar zich niet zou melden. Er kwam geen reactie op onze oproepen in de plaatselijke supermarkt en bij de buurtagent. De hond werd dus definitief in onze levens opgenomen en kreeg de naam Mosje.
Twee jaar lang hielden we naar ieders tevredenheid deze constructie aan. Totdat de buren gingen verhuizen.
Mosje luisterde heel goed naar mij. Ik hoefde maar te fluiten of korte instructies te geven; hij volgde ze direct op. Alleen kon hij niet tegen andere honden. Klein of groot het maakte hem niet uit. Hij dook er steevast bovenop. Ook moest je hem absoluut met rust laten als hij aan het eten was. Beide hadden waarschijnlijk met zijn traumatisch (en voor ons onbekend) verleden te maken.
Ik heb mij altijd verbaasd hoe goed hij naar mij luisterde. Begon hij tegen anderen te blaffen, een kort ‘stop’ deed hem zwijgen. Liep hij te ver weg tijdens de wandeling, een fluitsignaal deed hem direct naar mij toe komen rennen. Kortom ik kon ‘lezen en schrijven’ met hem. De vele uren dat we samen waren heeft hierbij zeker bijgedragen.

Ik werd ruw gestoord uit mijn mijmeringen liggend aan het ‘groene’ strand bij café de Walvis van Terschelling op deze eerste warme ‘zomerse’ herfstdag. Een hond had de bal van een klein meisje afgepakt en liep driftig grommend, de bal heen en weer schuddend hiermee het strand op. Zowel eigenaar man, alsook vrouw riepen allerlei instructies met steeds toenemend volume, echter zonder resultaat. Ik geloof dat ‘deze film’ ongeveer een half uur duurde, waarbij ‘Jip kom hier’ ‘doe niet zo flauw’ werd afgewisseld met vloekwoorden en andere verwensingen. Uiteindelijk werd de toegetakelde bal door de man overhandigd aan de jonge moeder van het meisje. Met een mompelende verontschuldiging liepen de hondeneigenaren met de nu aangelijnde hond het blikveld uit. Ik hoorde ze nog het voorval met de hond nabespreken. ‘Dat vind ik helemaal niet leuk van je’ en ‘ik laat je niet meer los op het strand lopen’ ving ik nog op. Ik vraag mij altijd af, hoe het kan dat mensen hele gesprekken met hun hond gaan voeren.
Anyway, de bal was uiteraard lek, het meisje verdrietig, de stilte was gelukkig wel teruggekeerd.
Gelukkig mocht mijn hond blijven toen de buren verhuisden. Uiteindelijk liep het voor mijn hond niet goed af. Mijn ouders moesten steeds vaker zelf de hond uitlaten. Ik was namelijk zestien en dus vooral ook met andere interesses bezig. Mijn vader hield niet van honden en op een dag besloten zij zonder het mij te laten weten, om de hond in te laten slapen. Vanwege zijn agressie naar alle andere honden. Tenminste dat werd mij toen verteld. 35 jaar later kwam ik achter de ware toedracht. Ik kreeg van mijn toen dementerende moeder te horen dat ze Mosje naar het asiel hadden gebracht. Ze hadden het ‘inslapen’ verhaal verzonnen, omdat ze bang waren dat ik de hond anders weer uit het asiel zou ophalen.

‘Wat een triest verhaal’, dacht ik en vroeg mij af of ik deze column wel zou moeten plaatsen. â€˜Had ik wel een moraal in deze column?’ Misschien was ik wel heel bewust geworden dat als je een hond neemt, je er ook verantwoordelijk voor bent en altijd blijft. En iets over altijd eerlijk zijn en in gesprek gaan met elkaar. Misschien ook met honden.

Ik stond op en liep naar het terras voor een groot glas Terschellings bier.

Luistertip: Sad song, We the Kings

Een dag uit het leven van een schilder (writersblock)

Als jongetje van ongeveer zes jaar, speelde ik regelmatig dat ik een schilder was. Gewapend met een emmertje water en een kwast verbleef ik urenlang op het kleine balkon aan de achterkant van onze bovenwoning en ‘verfde’ alle bakstenen van het balkonmuurtje tijdelijk richting dieprood. Er was zelfs nog een ingebouwde betonnen kolenkit, herinner ik mij nu. Ik kan mij niet meer goed herinneren of deze nog gebruikt werd. Waarschijnlijk niet, want het was al ver in de jaren zestig en vanaf 1963 ging Nederland massaal en (toen nog) enthousiast over naar het veel schonere gas.
Dit zorgvuldig ‘verven’ van de bakstenen met een kwastje en water zou ik nu een meditatieve oefening in mindfulnes kunnen noemen, te gebruiken bij individuele en groeps- coachingsbijeenkomsten. Ik parkeerde dit briljante idee en concentreerde mij weer op mijn schildersherinneringen.

Dat ik zoveel alleen thuis speelde had ook te maken met het gegeven dat ik mij niet veilig in onze oude buurt voelde. Daarnaast waren er in dit grensgebied van veilig en onveilige buurt geen kinderen van mijn leeftijd.
Ik zie mijzelf nog steeds ‘als aan de grond genageld’ in onze straat staan op het moment dat er om de hoek een grote groep jongeren, gewapend met kettingen, honkbalknuppels en andere indrukwekkende hulpstukken mijn kant opkwam. Het was na kerst en er werd dus volop jacht gemaakt op kerstbomen voor het oud en nieuw vuur. Dit voor mij indrukwekkende schouwspel bemoedigde het buiten spelen niet.
Ik was tien jaar toen we verhuisden naar een andere buurt met alleen nieuwe eengezinswoningen, nieuwe gezinnen en nieuwe kansen. Hier voelde ik mij thuis. Er ontstonden vriendschappen.Ik voelde voor het eerst vrijheid. Ik had het schilderen blijkbaar niet meer nodig.
En toch bleef er iets hangen, een onbestemd gevoel waar ik niet goed bij kon komen en als ik eerlijk ben weet ik nog steeds niet helemaal wat het was.
Ik had ergens in mijn kindertijd mij waarschijnlijk onbewust voorgenomen om te gaan schrijven. Althans wilde ik mijn gedachten op papier zetten. Ik zie nog steeds de eerste bibberig handgeschreven plechtige zin voor me.
‘Een dag uit het leven van een schilder’, stond er in grote letters, te wachten op wat allemaal komen ging. Alleen er kwam niets. Het bleef verder akelig leeg op het maagdelijk wit papier.
Ik weet nog steeds niet wat maakte dat ik niet ging schrijven, of hoe het eruit zou hebben gezien als ik toen als jongetje mijn schildersverhaal wel had geschreven.
Misschien had dit geleid tot een ononderbroken fantasievolle stroom van verhalen, gedichtenbundels, boeken en een trilogie over het leven van Angelique.
Wat hield mij toen tegen? Was het een pre writersblock, of voelde ik aan dat er teveel lading op deze ogenschijnlijk onschuldige titel lag?

Het is ondertussen een generatie later. Bij een riviertje in zonnig zuid Frankrijk begin ik weer eens in een dagboek en plotseling wist en voelde ik dat het allemaal veel creatiever kon. Ik besefte dat je niet altijd exact de werkelijkheid van gebeurtenissen hoeft vast te leggen. Er mag gefantaseerd en verdraaid worden, er mogen statements en emoties getoond worden, geouwehoerd en met scherpte geschreven worden. kortom ‘the sky is the limit’ en dus stroomt het nu met woorden die blijven komen.

Het recept? Ik heb geleerd om vooral mijn intuïtie, hart en passie, (of datgene waarvan ik merk blij te worden) serieus te nemen. Ik sta mijzelf toe het soms ook even niet te weten en kleine stappen te nemen. Ik heb plezier en voel mij dankbaar in wat ik mag doen. Ik oefen en maak vele uren in datgene waar ik energie van krijg.

Volg jij ook je passie?

LuistertipPaperback writer, Beatles

Vakantie en de dilemma’s van het toerisme

Met een dwingend voornemen tot onthaasten en ontwijken van het massatoerisme ( wat moet lukken in september) stopten we al na een paar uur rijden. Ergens bij Breda. Het experiment om te overnachten in de auto zou de start van ons avontuur zijn. Om er een beetje in te komen werd het eerst een camping i.p.v. wildkamperen. Camping ‘Bijenplezier’, bleek te erg om te gaan staan. Vooral het fantasieloze kunstgras in de lange keurige laantjes, gecombineerd met de zendamateur voor zijn caravan deed ons afhaken. Bij kampement ‘Het Oekeltje’ verderop in het bos was kamperen niet mogelijk, aldus de oninvoelbare sigaret rokende man met de pet, lange verschoten jas, vergezeld door een gemuilkorfde aanvallers hond. De sfeer deed mij denken aan een plek waar net een koelbloedige moord was gepleegd, of elk moment kon gaan plaatsvinden. We reden dus door naar een compromis, het was al laat.
Eerst stonden we nog op een Franse ‘all in’ camping aan de Franse Vendée kust met een hoog caravan en camper gehalte met af en toe een verdwaalde tent bewoner.
Vervolgens in het grensgebied van de Corréze en de Dordogne op een 6 ha groot landgoed voor de volwassen rustzoeker met een paar chalets en maximaal zes kampeerplekken. C’est tout. ‘Hier heerst absolute stilte’, vertelde de man die met luide stem op ons af kwam en om een praatje verlegen leek. Er stonden slechts drie tenten. Ik had echter binnen een uur al meer contact opgedaan dan op de vorige grote camping aan zee, waar we in betrekkelijke anonimiteit kampeerden. In ieder geval waren de kampeerplekken meer dan XXL, waardoor je ongehinderd je eigen gang kon gaan. Dat wil zeggen, de absolute stilte in de wijde omgeving maakte dat je de honden ver weg ergens in het dal lang en veel kon horen. Ook onze tentrits klonk als een op hol geslagen kettingzaag die de absolute stilte doorkliefde. Met de gastvrouw en gastheer hadden we een zeer positieve klik, wat leidde tot een gezellige muziekavond, waarbij ik muzikaal gezien Leonard Cohen mocht doen herleven, een gezamenlijke wandeling met gesprek en een etentje bij de Engelsman in het dorp.

Parallel met mijn ‘toerist zijn’ worsteling in het zoeken naar vooral rust en privacy en toch ook een beetje gezelligheid en authentieke bezienswaardigheden met het risico op een overload aan toeristen, liep mijn keuze om het boek Hotel Europa van Ilja Pfeiffer te lezen. Hierin beschrijft hij onder andere over de vernietigende kracht van het massatoerisme. De toerist; driftig op zoek naar authenticiteit, terwijl dit in wezen gedoemd is te mislukken. Toerisme vernietigd namelijk de authenticiteit.

Een ‘mooi’ voorbeeld hiervan uit zijn boek vond ik de backpackers die naar een klooster in India gingen. Zij troffen daar eigenlijk alleen maar backpackers aan in het klooster. De oorspronkelijke bewoners lagen overdag vooral aan het strand voorzien van rayban zonnebrillen, Rolex horloges en moderne badkleding naar de laatste mode. Ben je dan als toerist authentiek als je ook aan dat strand gaat liggen, of als je je aansluit bij alle andere backpackers in het klooster voor een Zen ervaring?

Spontaan liepen we op een ochtend met Henri en Carla van Hermitage Rochas Couchaud  door de ochtendmist samen met hun honden via de bossen en glooiende velden naar het pittoreske dorp Saint Robert. De gezamenlijke koffie met het taartje van de plaatselijke bakker op het zonnige pleintje naast de middeleeuwse kerk, voelde als een intens avontuur. ‘Misschien is dit wat bedoeld wordt met leven in het moment’ , dacht ik en constateerde dat het massatoerisme hier (nog) glorieus afwezig was. ‘Als dit plekje maar niet door teveel toeristen ontdekt wordt’, dacht ik egocentrisch en verontrust.
Net als in het boek ‘Hotel Europa’ met zijn vaste bewoners, kenden we binnen een paar dagen de weinige gasten en hun dagelijkse ritme. Het was dus tijd om te gaan, omdat voor deze vakantie anonimiteit en dus ook aandacht voor elkaar hoog in het vaandel stond. On the road again…..

Luistertip:On the road again, Willy Nelson

Grenzen aangeven

Het was vrijdagmiddag tegen 1700 uur. De weinige collega’s die op deze zomerse dag nog werkten, waren ondertussen bezig om af te sluiten en wensten elkaar op weg naar buiten een heel fijn weekend. Angelique had de planning nog lang niet rond. Het bleek een  megaklus te zijn. Haar baas had haar vanochtend voor deze extra opdracht ‘gevraagd’. Voordat ze het goed en wel doorhad, lag de stapel uit te zoeken formulieren, de deelnemerslijsten, lijsten met beschikbare tijden en andere nog uit te zoeken paperassen al op haar bureau. Het was een zootje, achtergelaten door waarschijnlijk een eerdere medewerker die zij nooit ontmoet had. Iets met burn-out. Al twee maanden verving zij deze medewerker van een andere afdeling en deed dit naast haar reguliere werk.  Ze probeerde terug te halen wat ze gezegd had, want eigenlijk kon ze het extra werk er niet bij hebben. In ieder geval was ze zelf niet duidelijk genoeg geweest. Want een ‘eigenlijk heb ik daar niet zoveel tijd voor’ en ‘het andere werk blijft dan wel even liggen’, waren door haar fletse reacties alleen maar aanmoedigingen geweest voor haar baas om het werk in ‘haar schoot ‘te werpen.

Daarnaast vond ze het ook nog eens moeilijk om tegen een leidinggevende een duidelijk ‘nee’ te laten horen. Ze wist heel goed waar dat vandaan kwam. Thuis had ze geleerd dat je nooit tegen je baas, de school, dominee, je ouders, kortom een autoriteit in mocht gaan. Dat was niet respectvol.

‘Dag schatje, goed weekend’, haar leidinggevende gaat met zijn hand, nog even langs haar nek en schouders en verdwijnt vervolgens richting het weekend. De deur valt met een harde klik dicht. Het is stil.  Iedereen is weg. Alleen het gezoem van de TL verlichting begeleidt haar dof gevoel van vervreemding. ‘Dissociatie’ had haar psycholoog uitgelegd. Vaak wist ze niet goed wat ze voelde en ze had tips gekregen om zich vooral op signalen van haar lichaam te richten om beter te leren voelen. Ook had ze een vragenlijst ingevuld, waarbij duidelijk werd dat ze bijna altijd haar eigen behoeften en gevoelens negeerde, waardoor ze hiervan nogal vervreemd was geraakt. Eigenlijk was ze een ‘grenzeloos geval’, dacht ze ietwat cynisch, omdat ze zichzelf vaak ook lichamelijk uitputte door te laat naar bed te gaan, vaak teveel snoepte, altijd maar ‘ja’ tegen iedereen zei,  nooit om duidelijkheid vroeg en haar gevoelens zou opkroppen. Alleen dat laatste herkende ze niet bij zichzelf, maar dat was waarschijnlijk dat doffe en vlakke gevoel.

Ze werd zo moe van zichzelf en ook van haar psycholoog, want zelfs haar cynische humor over zichzelf bleek ook al weer niet goed te zijn, want daarmee hield ze meters afstand om ooit bij haar ware gevoelens uit te komen. Het was een rotonde met een doodlopende weg, ‘misschien moet ik eens een andere afslag op de rotonde nemen’, dacht ze en sloot het programma af. Ondertussen besefte ze al wel dat het probleem nooit datgene is waar je je bewust van bent, anders was het allang opgelost. Ze wou naar huis.

Ik legde het boek ‘Het is Genoeg’ ( Tonie Roerdink, 2019), aan de kant en dacht na over hoe ik zelf met mijn grenzen omging. Had ik zelf wel een goede balans in geven en nemen? Wat was de reden dat ik zo toe was aan vakantie? Besteedde ik wel genoeg tijd aan daar waar het echt om gaat, namelijk contact met diegenen waar ik van hou en de andere acties waar ik blij van word? Gelukkig had ik van huis uit al een groot relativeringsvermogen meegekregen, echter tegelijkertijd ook de streng calvinistische inslag dat iets wel nuttig moet zijn. Mijn blik viel op de quote op mijn site, dat niets betekenis heeft, behalve de betekenis die je er zelf aan geeft.

Ik pakte met een hoopvolle glimlach het boek weer op en las verder.

Luistertip:Zwart Wit, Frank Boeijen

Onthouden ( voor ik vergeet)

Ik had mij in het restaurant aan de groep voorgesteld en was bijna direct de meeste namen alweer kwijt. ‘Gebrek aan focus’, bedacht ik mij en moest denken aan het hulpmiddel om betekenis te geven aan situaties om beter te kunnen onthouden. Ik zou hun namen beter hebben kunnen onthouden, als ik ter plekke er iets bij gedacht had wat op deze persoon van toepassing is. Bv, ‘Jan heeft een blauw colbertjasje aan’, ‘Mariette heeft mooie blauwe ogen’. Al moet ik hiermee natuurlijk ook weer voorzichtig zijn, want Jan heeft de volgende keer misschien geen blauw colbert aan en Mariette had die dag misschien gekleurde lenzen in….
Meestal vergeet ik dit hulpmiddel en maak spelenderwijs gebruik van andere strategieën door goed op te letten als de aanwezigen elkaar tijdens het gesprek bij de naam gaan noemen. Ik heb gemerkt dat het ook helemaal ok is, om vooral tijdens een eerste kennismaking gewoon te benoemen dat je de naam even vergeten bent en of ze deze nog een keertje willen zeggen. En ja hoor, de anderen hadden precies  dezelfde ‘namen blackout’, herkenning.
Het wordt natuurlijk anders als je elkaar al een tijd kent. Een beetje pijnlijk voelt het wel als er dan naar je naam gevraagd wordt. Een veronderstelling zou kunnen zijn, dat er dan ipv focus , sprake is van een gebrek aan interesse. Voorzichtigheid is geboden, want ook hier kunnen weer andere factoren een rol meespelen, zoals de medemens die op het randje van een burn-out balanceert, externe omstandigheden die maken dat je er niet meer helemaal bij bent, Korsakov, depressie, dementie, de overgang en een andere eindeloze reeks ziektebeelden die het geheugen behoorlijk kunnen beïnvloeden.

Helaas werd mijn moeder getroffen door de ziekte alzheimer, dit maakte dat ze de laatste vier jaar van haar leven in een verpleeghuis moest doorbrengen. Als ik soms enige vergeetachtigheid bij mijzelf bemerk, dan hoop ik maar dat alzheimer mij bespaard mag blijven.

Laatst voelde ik mij na een korte nacht nogal moe en was voorzitter bij een vergadering. Plotseling kwam er een belemmerende gedachte bij mij op, toen ik bij het bekende rondje langs alle deelnemers opeens bang was dat ik een naam niet meer zou weten. Helpende gedachten, zoals vertrouwen dat het goed komt en dat het ook prima is om fouten te maken, of even in de war te zijn, hielp de beperkende gedachte gelukkig al gauw weer om zeep.
Ik had net een artikel gelezen over het trainen van het geheugen. Het geheugen kan blijkbaar fantastisch en oneindig getraind worden. Het voorbeeld ging over de taxichauffeurs van Londen die wel 25000 straten uit hun hoofd kennen. Ze waren zelfs beter dan Google maps. Er is  heel veel onderzoek gedaan naar het trainen van het geheugen en het belangrijkste wat ik ervan onthouden heb is dat een goede zelfzorg ( balans in inspanning en ontspanning,, gezonde voeding, vooral voldoende slaap, dagelijks bewegen, sociale interactie, opgewektheid en kunnen omgaan met tegenslagen) heel belangrijk zijn.
Ik herinnerde mij hoe ik tijdens een vakantie ‘betekenis gaf’ aan een belangrijke cijferreeks, die ik moest onthouden. Om van de camping op het strand te komen, moest je namelijk via een hek met cijferslot. Deze was te openen via een cijferreeks 921548. Om het te onthouden bedacht ik het volgende; ‘Een man van 92 heeft 15 kinderen en 48 kleinkinderen’. Vervolgens kon ik genieten van het privé strand en zee bij de camping. Hoe extremer de voorbeelden, des te beter schijn je het te kunnen onthouden.

Ik keek met ontzag naar de ober in het restaurant. Hij had net in ogenschijnlijk zeer ontspannen staat de bestelling van ons allen opgenomen. Hij liet zich zelfs niet ontmoedigen door mijn vriendin, die er een ster in is, om tijdens de bestelling nog allerlei vragen over het gerecht te stellen, om uiteindelijk toch maar dat andere gerecht te kiezen. In het café waar onlangs was, vroeg ik aan de ober hoe hij alle opgeschreven bestellingen op het papier achter de kassa toch kon onthouden, want het komt niet vaak voor dat de ober je naam vraagt. Was ik ‘de kale’, ‘de atletische’, of gewoon heel saai ‘een tafelnummer?’
‘Meneer; u bent onze gast en wij willen dat u een fijne tijd bij ons heeft’, zijn antwoord voelde als een compliment. Ik weet ook niet meer of hij wel antwoord op mijn vraag had gegeven. Was ik het vergeten?

Luistertip:Voor ik vergeet, Spinvis