Voorbij de Alzheimer

Er verscheen een herinneringssignaal in het display van mijn telefoon met ’Bijeenkomst  recreatiezaal verpleeghuis Blauwborgje’. Ons bedrijf heeft vele locaties waar we met grotere groepen bij elkaar kunnen komen, alleen was ik hier nog nooit voor mijn werk geweest. Ik was op weg naar de omgeving waar mijn moeder de laatste vier jaar van haar leven tegen haar wil had doorgebracht.
Op het moment dat ik de hal binnenstapte klapte de herinnering met een mokerslag mij terug in de tijd. De baliemedewerkster herinnerde zich mij. ‘Ik zie je zo weer met je moeder hier voorbij lopen’, zei ze. Ik bleef staan bij de balie in de hal en probeerde mij te herpakken door de poes te aaien. Deze rood-witte poes, loom liggend op de balie leek exact op onze kat, waardoor het geheel nog meer surrealistischer werd. Verderop in de recreatieruimte lagen vele voetstappen van ons. Hier werd bezoek ontvangen en ook liedjes gezongen, in de handen geklapt, ballen naar elkaar overgegooid, onder leiding van de altijd blije en optimistische activiteiten mevrouw.

Ik werd er elke keer alleen maar treuriger van.

Zij had geluk, want mijn partner en ik en de vriend van mijn moeder woonden vlakbij. Mijn broers en zus en partners bezochten haar ook regelmatig. Vele bewoners kregen bijna nooit bezoek. We haalden haar op uit de gemeenschappelijke huiskamer en gingen snel op weg naar de vrijheid buiten voor een wandeling in het park, naar ons huis, of naar het café voor een goed glas rode wijn.

Toen het hoge wijnglas niet meer lukte, goten we het over in een klein glas en op het laatst in een tuitbekertje. Mijn moeder wou niet in het verpleeghuis verblijven. Haar vasthoudend verzet duurde vier jaar tot aan haar overlijden. In het begin deed ze wel eens een ontsnappingspoging. De lieve en zorgzame begeleiding vonden haar wel lastig. Ik begreep haar verzet, want ze wou naar huis. Een filmopname van haar kinderen om af te spelen bij grote onrust hielp bij haar ook al niet. Ze werd alleen rustig als wij, of haar vriend er waren. Tot op het laatst herkende ze ons, dat wil zeggen, ze voelde dat wij bij haar hoorden. ‘Dag lieverd’, zei ze dan, ‘ zullen we naar huis gaan’?

Het laatste jaar had alzheimer haar steeds meer in de wurggreep. De kwieke fietser en wandelaar, zat nu in de rolstoel om de buitenwereld bij haar binnen te halen. De drukke gezellige prater was veranderd in een oud vrouwtje met een lege blik, gehuld in zwijgen.
In stilte liepen mijn broer en ik met mijn moeder in de rolstoel naar ons stamcafé in het plantsoen. Het zou niet lang meer duren, alleen wisten we dat nog niet.
Er was weinig contact meer. Terwijl wij ieder aan een kant van haar zaten, ging plotseling vanuit het niets haar handen langzaam naar mijn broer en naar mij. Ze legde haar hand op onze armen. In gedachten zei ze ’ik hou van jullie, wij horen bij elkaar’. ‘Ik hou ook van jou mamma’ , zei ik met schorre stem en kuste haar. Intens dankbaar voor dit mooie moment.

Negen jaar later en ik realiseer me dat ik na haar overlijden nooit meer in het verpleeghuis Blauwborgje ben geweest. Vannacht had ik een intense droom. We waren in een vakantiehuisje en ik had een dringende vraag voor mijn moeder, alleen zij wist het antwoord. Langzaam veranderde de vakantie omgeving in de welbekende lange steriele gang met de oneindig lange houten leuning langs de muur om het eigen broze leven nog enigszins staande te houden. Een geur van boenwas, om de andere geuren te verdrijven hing zwaar in de bedompte lucht. Ik besefte met een schok dat ze alzheimer had en twijfelde om haar mijn vraag te stellen. Voordat ik het uitgesproken had, kreeg ik mijn antwoord van haar.
Ik werd wakker en wist dat de alzheimer er allang niet meer was, mijn moeder wel. Altijd, als ik dat wil.
‘Dankjewel’, hoorde ik mijzelf hardop zeggen en stond op, een mooie dag tegemoet.
Luistertip: Ring them bells, Natasha Bedingfield

Fietstocht langs de Noordzee en Waddenkust

Mijn broer had voorgesteld om samen de route Vlissingen naar Westeremden via de Noordzee- en waddenkust op de fiets te gaan ondernemen. Een tof idee, alleen zag ik nogal op tegen het transport van de fiets met de NS naar ons startpunt. Ik bedacht een mooie constructie, waarbij mijn jongste zoon mij zou brengen met onze auto. Helaas sneuvelde dit briljante idee op het laatste moment, vanwege ingelaste vakantieplannen van de zoon. Moedig bereidde ik me mentaal voor op de treinreis van 5,5 uur inclusief drie keer overstappen.

Buiten de spits beloofde de NS genoeg fiets faciliteiten, het moest goed komen. Met hun slogan ‘proef de vrijheid’, stapte ik, keurig buiten de door de NS verboden voor fietsers spitstijd, hoopvol de trein in. Uiteindelijk stond ik een groot deel van de reis half voorover gebogen over mijn fiets, opgepropt in een halletje tussen meerdere fietsers en andere reizigers. Alleen omdat ik de conducteur om een oplossing vroeg kon ik nog met deze 09.15 uur trein mee. In eerste instantie reageerde de NS er laconiek met een ‘vol is vol meneer’ en adviseerde hiermee impliciet dat ik beter andere leuke dingen kon gaan doen in plaats van met de trein inclusief fiets te gaan. Pluspunt was het meisje met de koffie en andere versnaperingen. Gelukkig kon zij via allerlei lenige manoeuvres langs de reizigers en fietsen ons een bekertje koffie (troost) overhandigen.

Alle frustratie en andere ongemakken waren op slag vergeten op het moment dat mijn fiets en ik het laatste stukje naar ons startpunt genoten van het buiten zijn. Het avontuur kon beginnen.
Langs de imposante Maasvlakte fietsten we naar het prachtige plaatsje Brielle, op het ‘eiland’ Voorne. We snoven de zeelucht op en genoten even later van de slingerende fietspaden door de uitgestrekte duinen bij Den Haag en Wassenaar. Verbazing over de drukte bij Katwijk aan zee, Noordwijk en Bloemendaal. De racefietsers deden hun naam eer aan en de rest van Nederland verplaatste zich per Ebike. Gestaag en met een milde snelheid meanderden wij op eigen kracht met bepakking, geholpen door een zacht Zuidwester briesje en schitterend weer, richting ons volgende einddoel van de dag. Ik kreeg een inkijkje in vakantie vierend Nederland, vooral bestaand uit vitale 60 plussers.

Bootjes werden gesopt, huisjes en tuintjes keurig onderhouden en de terrassen hadden een hoog koffie met ‘iets erbij’ gehalte. ‘Nederlanders zijn een proper en vlijtig volk’, dacht ik en vroeg mij af of er vooral ook genoten werd van deze bevoorrechte vrijheid naast al dat onderhoud.
Mijn broer genoot met mij van het sportieve samenzijn, ondanks zijn eigen strijd tegen Parkinson die het tempo onverbiddelijk bijstelde. ‘Dit is ook vrijheid en moed’ dacht ik; je focussen op wat je nog wel kan en daarvoor helemaal gaan. Met een gevoel van respect en broederliefde staken we over richting Heerhugowaard voor een tweede overnachting.
De voor fietsers gedeeltelijk afgesloten Afsluitdijk leidde ons naar het Noorden, naar het werelderfgoed gebied de waddenkust.
In verband met de versterking van de Afsluitdijk ( een bekend begrip voor ons Groningers) bracht de vriendelijke en behulpzame buschauffeur ons met zijn fietsbus tot halverwege, waardoor ik toch nog het Afsluitdijk gevoel op fiets kon ervaren. Lange tijd verkeerden we langs de dijk alleen in gezelschap van schapen en lammetjes. Verder was het stil. Mijn broer noemde het eenzaam, ieder met zijn eigen perceptie van dezelfde beleving.
Onze tocht kreeg nog een reünieachtig karakter bij het aandoen van broer nr drie en vier met partners. Het Friese Stiens was onze (laatste ) familie overnachting.
Polder en dijk wisselden zich af richting het kleinste haventje van Nederland, Noordpolderzijl. We waren op weg maar de parel van het Noorden, eindbestemming Westeremden.
Bij de telefonische reservering voor een tafel in restaurant Spoorzicht, om onze thuiskomst te vieren, vroeg het meisje of er nog bijzonderheden waren?
Het eerste wat bij mij opkwam was dat ik graag wilde benoemen dat ik zo dankbaar ben voor het fijne contact met mijn broer. Verder geen bijzonderheden, dank u.

Luistertip:Brother brother, the Isleys

Lesbisch stel in elkaar geslagen

 

Dit bericht, met de overbodige toevoeging,  had ik gelezen op Nu.nl en hield mij de gehele week al bezig. Twee jonge vrouwen hadden Londen bezocht en ‘s avonds de dubbeldekker genomen. Ze waren bovenin gaan zitten voor het mooie uitzicht. Het deed mij denken aan die keer dat mijn vriendin en ik met mijn kinderen een weekendje in Londen waren en ons in een lekker vlot tempo met de bus langs alle hoogtepunten lieten rijden. Het verschil was, dat onze busreis mij herinnerde aan een zeer geslaagd, tof weekend en de busreis van deze vrouwen in een nachtmerrie eindigde.
Het was een bloederig en beangstigende ervaring geweest. De slachtoffers hadden achteraf een foto laten maken van hun gehavende uiterlijk en de foto met tekst over wat er was gebeurd op Facebook gezet. Een goed besluit om de zinloosheid en laffe daad publiekelijk te maken en iedereen aan het denken te zetten over tolerantie, respect en geweld ( zinloos laat ik weg, omdat naar mijn mening elk geweld zinloos is.)
Vier aangeschoten ‘mannen’ waren naar de vrouwen toegelopen en hadden provocerende opmerkingen gemaakt. Ze moesten elkaar zoenen en betasten. Ondertussen wierpen ze muntstukken, om hun eis kracht bij te zetten. Toen de vrouwen weigerden, ging de provocerende stemming over in het molesteren van de slachtoffers. Vier mannen schopten en sloegen twee vrouwen.
Bij vertrek pakten ze en passant nog even de eigendommen van de gedupeerden mee. Einde bericht.
Hun keuze tot het niet willen reflecteren over eigen haat en angstgevoelens werd geprojecteerd op een extern doelwit tot het verkrijgen van een intern superioriteitsgevoel. Deze ‘film’ wordt volgens mij overal in onze samenleving keer op keer afgespeeld en blijft leiden tot agressie, haat en oorlogen.
Dit bericht bleef lang bij mij hangen, ondanks mijn getrainde afschermingsmechanismen in het kunnen omgaan met de constante informatiestroom van geweld en andere ellende.
Ik vroeg mij namelijk af wat nu de beste manier was om met deze laffe agressieve daad om te gaan.
In mijn fantasie zat ik ook op die bewuste avond in de bus en er gingen verschillende scenario’s door mij heen.
Scenario 1: ik zie dat vier mannen de vrouwen beginnen lastig te vallen. Ik sta op en loop langzaam en zelfverzekerd ( zoals in een klassieke western als de good guy ) naar hen toe en zeg op kalme en indringende toon dat ze er mee moeten stoppen. De mannen druipen direct af.
Scenario2: ik sta op en schreeuw dat ze moeten stoppen. Ondertussen spring ik er tussenin en begin woest om mij heen te slaan om de vrouwen te beschermen.
Scenario3: ik sta op, ren naar de buschauffeur en zeg hem direct te stoppen en de politie te bellen. Ik vraag hem om samen eropaf te gaan in afwachting van de politie.
Tot zover de scenario’s waar ik er zelf goed uitkom.
Maar wat als ik zou behoren tot scenario 4, nl wegduiken, wegkijken en mij laten dicteren door angst, of nog erger, onverschilligheid, omdat het mij niet betreft?
Mijn hoopvolle aanname en overtuiging is dat ik ergens tussen scenario 1 tm 3 zou zitten.

In een artikel van Margriet Sitskoorn (hoogleraar klinische neuropsychologie) las ik dat onze hersenen er op ingesteld zijn om steeds het eigen gelijk te willen bevestigen.
Een uitdaging dus in een wereld van verschillende ( en extreme) overtuigingen, onder andere met betrekking tot dit voorbeeld.

Wat te doen? Er is geen instant oplossing voor alle ellende op de wereld, anders hadden we het allang opgelost. In ieder geval durven en blijven geloven in een liefdevolle wereld, reflecteren op ook je eigen duistere kant en vooral elkaar blijven helpen(!). Gaan voor verbondenheid en positieve dromen hebben en leven.
Luistertip: No more violence, Alysha Brilla

Boekentip: Strijders van het licht, Paul Coelho

Vrijstaat Groningen

Geïnspireerd door de laatste Westerwijtwerd aardbeving en aanmoedigingen vanuit de politiek om toch vooral te kiezen voor onorthodoxe maatregelen, gecombineerd met welgemeende Haagse excuses, kozen we voor afscheiding van Nederland. We besloten om voor onze eigen Vrijstaat te gaan.
Met een delegatie waren we met de plannen, of beter gezegd, met ons besluit naar Den Haag afgereisd. Niet met mest, niet met hooivorken, niet met tractors om wegen te versperren. Wel met een goed verhaal en duidelijke zakelijke eisen en besluiten behorend bij een definitief afscheid.
Het ging al een tijdje niet meer goed binnen onze relatie. Alles hadden we al geprobeerd; overleggen, subsidies, schadevergoedingen, tenminste als dat al lukte binnen het oerwoud van bureaucratie en mislukte organisatiestructuren.
We hadden veel, teveel gepraat over de onveiligheid en langdurige maatschappelijke ontwrichting en omdat we er beiden te dicht opzaten en ons lieten verstikken door naar binnen geslagen emoties, belangen en eigenbelangen, zagen we het beiden voor langere tijd ook niet meer zo helder. Alleen ons geweten, binding vanuit loyaliteit, cultuur, gewoonte, vertrouwdheid en ook angst voor zelfstandigheid hadden ons er tot nu toe van weerhouden om de beroemde knoop door te hakken. We waren al te lang doorgegaan als broer en zus, de vonk was allang verdwenen.
Daar zaten we dan in ‘het torentje’, met een verontrustend slap kopje koffie met een wat gedateerd schaaltje fantasieloze suffe spritsen en speculaasjes. De hele omgeving ademde voorbije glorie. Ik keek eens heel rustig om mij heen, de boosheid en frustratie waren allang verdwenen en deze stoffige gedateerde omgeving bevestigde mij opnieuw dat we uit elkaar gegroeid waren. Ik voelde vooral compassie en misschien toch ook wel een beetje medelijden. We hadden afgesproken dat ik het woord zou doen.
Vanuit mijn trainingen communicatie had ik geleerd om in deze fase er niet meer omheen te draaien en kort en bondig te zijn.
‘Ik hou niet meer van je’, zei ik.
De stilte bleef als een dikke verstikkende wolk een tijdje hangen en daalde langzaam neer. Er werd heel goed ingezien dat praten geen zin meer had, ondanks de laatste voorstellen en excuses. ‘Je meent het echt hé’, zei Nederland. ‘Ja’, zei ik met schorre stem en voelde toch weer even emoties naar boven komen.

In een flits zag ik de geschiedenis aan mij voorbijtrekken. Onze Romeinse tijd met een leven van overheersing, overstromingen, het gevecht met de zee, de lange oorlogen en het uiteindelijke ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden. Ook de laatste paar wereldoorlogen, met het uiteindelijke dieptepunt de lange hongerwinter van 1944 flitste in een split second aan mij voorbij. De gezamenlijke wederopbouw van ons mooie land begon zo voortvarend. Langzamerhand verdween helaas het eenheidsgevoel, waarbij het Noorden vooral leverde aan de rest van Nederland en niets terug kreeg.

Dit alles ging door mij heen toen ik mijn handtekening, namens onze nieuwe politieke partij PIP (perceptie is projectie), had gezet onder het koninklijk document dat Groningen vanaf heden een zelfstandige vrijstaat zou zijn.

Ik wierp een laatste blik op de foto van onze Koning en stond op.
‘We gaan het anders doen’, zei ik hardop, terwijl ik het tweede bakje slappe koffie resoluut in de sanseveria op de tafel deponeerde en de deur uitliep . Op weg naar de vrijheid, een nieuwe toekomst tegemoet.
Met deze handtekening was de republiek Groningen geboren.

Luistertip: Exit music, Radiohead

Taal en het positieve eenheidsgevoel

‘Ik las laatst in één van jouw columns over een positief eenheidsgevoel en dit klopt niet’, zei de buurman nogal triomfantelijk. Hij boog zich langzaam naar mij voorover en vroeg vanachter zijn snor zo nonchalant mogelijk of er dan misschien ook een negatief eenheidsgevoel bestond.

Eenheidsgevoel zou op zich al positief zijn. Typisch voorbeeld van een pleonasme, of tautologie, zei de andere buurman vanachter zijn flesje bier, terwijl hij een handjevol pinda’s achteroversloeg. We waren met de buurt weer eens bij elkaar om een verjaardag te vieren. Omdat ik het antwoord niet gelijk paraat had en hard aan het denken was in welke column en in welke context dit geschreven was, maakte ik maar weer eens gebruik van mijn standaard antwoord in noodgevallen; ‘Goed punt, ik zal er zorgvuldig over nadenken’, antwoordde ik, terwijl ik hem bemoedigend en met een zachte blik aankeek. Hiermee had ik gelukkig even tijd gewonnen.
Taal is sowieso al lastig, het is nog een wonder dat we elkaar over het algemeen  redelijk kunnen begrijpen. De meeste struikelblokken in communicatie en dus relaties ontstaan bij het gaan nadenken- en nog erger, invullen voor een ander. Dit doen we uiteraard vanuit onze eigen overtuigingen, waarden en normen. Oftewel alle perceptie is altijd projectie, al beseft lang niet iedereen dat. ‘Dit besef zou heel veel ellende in de wereld besparen’, dacht ik en het idee voor een nieuwe politieke partij was geboren. De PiP ( perceptie is projectie) voor een vredelievend Europa.
Echt altijd totaal eerlijk zijn zou ook weer leiden tot allerlei verwarrende en minder plezierige situaties. Omdat we allemaal zo vaak sociaal wenselijke antwoorden geven, worden we steeds behoedzamer. Of we schieten door naar de andere kant. In beide gevallen wordt er niet echt geluisterd. Onlangs vroeg mijn vriendin wat ik van haar nieuwe jurk met bijbehorende schoenen vond. Binnen een seconde had ik geantwoord met een ‘Ja, heel leuk’. Waarschijnlijk antwoordde ik net te snel, waarop zij weer invulde dat ik het alleen maar zei om haar een plezier te doen en om ervan af te zijn.

De volgende avond zaten we met familie bij het eigen vuur. Ik deelde mijn taalkwestie en vroeg gelijk maar of hier sprake was van ‘ neoplasme’ wat ziekelijke weefselvorming bleek te betekenen. Ik gaf snel de hoeveelheid wijn de schuld van mijn verspreking. ‘iets met het klokje en de klepel’, dacht ik  zelfreflecterend.
Wij als denktank kwamen er die avond uit. Het sublieme voorbeeld was de Nederlander die aangekomen op een natuur camping in zuid Frankrijk een plekje krijgt aangewezen bij de groep luidruchtige Nederlanders. Een voorbeeld van tegen wil en dank te behoren bij deze groep Nederlanders. Een niet zelf gekozen eenheidsgevoel. Geen pleonasme dus. In afwachting van een reactie van de buurman,

Tonie van toniescolumns.blog en bestuursvoorzitter PIP
LuistertipDave, no words

Hangplek

Al een aantal maanden had ik heftige rugpijn. Het begon vanuit het niets op een zondagmiddag toen mijn rug plotseling besloot om een signaal af te geven. Mijn lichaam wist blijkbaar al wat ik nog niet wou weten. In plaats van te luisteren ging ik hieraan voorbij en besloot een beetje recalcitrant om niet mee te doen om met het klimmen van de jaren meer tijd te claimen voor verbale en non verbale uitingen over pijntjes en andere lichamelijke ongemakken. Zo’n gesprek is al heel snel failliet. Eerst kijkt de ontvanger van de klachtenregen nog enigszins neutraal, hopend dat de klachten kunnen worden omgebogen naar relevantere onderwerpen. Na enkele minuten wordt al duidelijk dat de klager de persoon alleen maar gebruikt om zijn klachtenmonoloog in een hogere versnelling te schakelen, zonder het te hebben over waar het nu werkelijk om gaat.

Niet klagen is een overtuiging die ik hoog in mijn levensvaandel heb staan. Alleen besefte ik die zondag nog niet dat het hier niet om gaat.
Enkele weken later kreeg ik tijdens het hardlopen signaal nummer twee van mijn lichaam cadeau. Het joggen had het niveau bereikt van een energieloze, krachteloze strompeling, met een door de wil aangedreven pruttelende motor om vooral het eindpunt te bereiken. Het doel was belangrijker geworden dan het plezier van de weg ernaar toe. De combinatie van niet klagen met een koppige ontkenning had mijn rug doen besluiten om nu ook scheef te gaan staan.
Thuisgekomen herinnerde ik mij het advies van een vriendin en zocht het door haar opgegeven behandel adres op.
‘Want doorgaan in de ontkenning was trekken aan de noodrem die nergens op is aangesloten’ , dacht ik metaforisch en besloot tot actie.
De mevrouw adviseerde mij om naast behandeling vooral ook veel water te drinken, te wandelen en te hangen (Zonder optrekken en andere Epke Zonderlandse capriolen).
Thuis had ik al buiten in de tuin een fijne hangplek gevonden.
In mijn opleidingsinstituut vond ik uiteindelijk een mooie balk in het fietsenhok waar ik prima kon uithangen.
Uiteraard kwam er ‘ s ochtends om zeven uur net iemand op mijn moment met de fiets richting fietsenhok. Welkom bij het fietsenhok’ riep ik enthousiast met mijn beide armen in een welkomsgebaar omhooggestoken, om mijn fietsloos verblijf rondom het hok nog enigszins te rechtvaardigen. Ik voelde een impuls om door te lopen.

Opeens werd het glashelder, ik moest kiezen voor mijzelf en mij niet afvragen wat een ander ervan zou vinden. De fietser vond het helemaal leuk toen ik vertelde heel graag te willen hangen en hiermee trouw bleef aan mijzelf.
‘ik ben nog nooit zo enthousiast welkom geheten bij een fietsenhok, wat een leuk begin van de dag’, zei ze enthousiast.
Een win win situatie dacht ik en hing even heel tevreden een tijdje aan de balk, op zoek naar dieperliggende oorzaken, al had ik mijn antwoorden allang binnen bereik.
Luistertip:Hang on, Kierra Sheard

There is a crack in everything, thats how the light gets in

Afgelopen weekend was ik bij een theatershow van de bende van Beuving, in het cultureel centrum te Duiven. De schrijver en verhalenverteller Bas Steman vertelde over het leven van de dichter, schrijver en singer songwriter Cohen. Dit werd afgewisseld met liedjes, met passie gebracht door de zanger, zangeressen en gitarist.
Mijn gedachten dwaalden even af naar mijn Bob Dylan dag ergens de jaren tachtig.
Heel spontaan begonnen mijn vriend Jef en ik op die zaterdagochtend bij hem thuis na de koffie, in de kamer liggend op de vloer, plaatjes ( lp’s) te draaien. De wereld was voor ons nog CD loos en daarmee overzichtelijker, al nam de cassette en vooral CD de muziekwereld in rap tempo al over. lp’s waren meer dan muziek, de hoes was minstens even belangrijk. Die ochtend nam de muziek ons mee naar hoogte- en dieptepunten van aan de songs gekoppelde eigen belevenissen. De intensiteit van de beleving verdween een beetje door de roes van de vroege ochtend biertjes tijdens het beluisteren van Bob akoestisch, Bob elektrisch, Bob cynisch en maatschappij kritisch en Bob ‘into the Lord’. Wat mij van die dag vooral was bijgebleven was zijn verontwaardigend gezongen nummer’ My God they killed him’, refererend aan de kruisiging van Jezus. Zo rauw en met zoveel verontwaardiging gezongen, alsof het gisteren was gebeurd.

Vaak weten we nog precies waar we waren en wat we deden bij heftige en emotionele gebeurtenissen. Zelf zat ik in de van rood naar oranje verkleurde Volvo 850 toen ik het trieste nieuws hoorde. Ik stond voor het stoplicht ter hoogte van de Reutjesstraat nr 4 in Bemelen. Het muziekprogramma werd plotseling onderbroken voor het nieuws van de kruisiging. Dit kwam hard aan. Ik draaide het autoraampje open en zong ‘ they killed him’ luidkeels mee. Hiermee kregen de fietsers, enkele automobilisten en de vrouw met kind in kinderwagen op de kruising daar aan de rand van de Maasvallei ook het schokkende nieuws mee. De wereld stond even stil en hield zijn adem in.

Bob had als eerste songwriter de Nobelprijs voor de literatuur gewonnen, vanwege zijn poëtische uitdrukkingen binnen de pop cultuur. De vraag of dit eerder naar Cohen had moeten gaan, kwam die avond uiteraard voorbij. Bij het lezen van de autobiografie van beide kunstenaars las ik dat Leonard Cohen ooit aan Bob Dylan had gevraagd hoelang hij erover deed om songs te schrijven en vooral hoelang het had geduurd voordat de prachtige tekst ‘ knocking on heavens door’ gereed was. ‘Ik zat in de bus en schreef het nummer in vijf minuten’ antwoordde hij. Leonard was een stuk langzamer, zijn ‘ Halleluja’ had vijf jaar moeten rijpen.
Inspiratie, aanleg en ook ambacht spelen mee bij het maken van kunst.
Tijdens de voorstelling legde de verhalenverteller uit waarom Cohen zo belangrijk voor hem was geweest. Al die prachtige songs die hem ook door de diepe dalen had geleid. Ogenschijnlijk sombere muziek, al is dat niet waar. Cohen bezat de kunst om diep te kunnen raken.
Ik herkende mij hierin en daarom was ik uiteraard ook bij deze culturele avond aanwezig.
Prachtig hoe Cohen het saaie, beetje oubollige en truttige ‘Ieder huisje heeft zijn kruisje’ ( er mankeert overal wel iets) ombuigt naar een zin die ‘het mankeren’ aanvult met een prachtige en vooral positieve boodschap;
There is a crack in everything, thats how the light gets in.

Luistertip: famous blue raincoat, Jennifer Warnes