Verlies

Vannacht werd ik met een schok wakker. Ik had weer eens een nare droom gehad. De laatste weken was het plotseling na een afwezigheid van jaren teruggekomen. Mijn onbewuste hielp mij een handje en zorgde ervoor dat ik wakker werd uit de “gevangenis” van deze nachtmerrie. In een half waak-, half droom toestand stond ik op en liep de slaapkamer uit. Het was koud, dus pakte ik op weg naar de kamer op de tast het eerste kledingstuk wat ik in het duister kon vinden en trok het aan. Helaas rookte ik niet meer, want dit was een uitstekend moment voor een sigaret geweest.

Een kop hete thee en het vuur van de houtkachel ( ik had gelukkig geen verplichtingen de aankomende dag) brachten mij weer in een aanvaardbare gemoedstoestand, de ergste pijn in mijn keel en borststreek verdween langzaam en mijn ademhaling werd weer wat regelmatiger. Ik wenste dat ik kon huilen, alleen het lukte niet om de tranen te laten komen. Ik kon me bijna niet meer herinneren wanneer ik voor het laatst echt gehuild had, zo’n ontlading van alle opgekropte emoties van verdriet, waarbij de tranen heet voelen over je wangen. De droom van vannacht was waarschijnlijk een gevolg van het thema verlies van de afgelopen weken. Mijn berg avontuur dat nu weer foetsie is, een vriend die over zijn aankomende scheiding vertelde, het verhaal wat ik een vriendin vertelde over mijn ontmoeting met de familie van mijn adoptiezoon, over het losmaken van je ouders, over het definitief afscheid nemen van je ouders, over het ouder worden.

Warm geworden bij het haardvuur herlas ik eerder geschreven proza welke ik ooit over verlies schreef en waarbij ‘een buiging maken voor het verleden’ mij opnieuw hielp:

Ik pak mijn spullen, sluit de deur met een heldere klik die mij bewust maakt van tijdelijkheid. Mede geholpen door het kraken van de traptreden in de donkere ronde gang naar beneden, waarin een langdurige tijd ligt opgesloten

De koelte van deze ochtend schudt gedachten af, de focus nu op mijn tred. De eeuwenoude kasseien vormen mijn standvastige loophouding en vertellen mee in deze onderdompeling van bewuste beleving en geven subtiele hints met flarden van verleden, heden, van hoop en leven. Bij iedere stap adem ik de koele ochtend in op weg naar huis. Bij het plein houdt het voorbije mij bijna onmerkbaar aan en geeft in een flits even zijn verleden bloot. Zijn het mijn gedachten van vrijheid? Of houdt deze lucht, deze tred, deze fluistering mij wakker.

Ik kijk nog eenmaal om, de marktgeluiden vermengen zich steeds meer, straatgeluiden zwellen aan. En terwijl ik afscheid neem van deze plaats

Herinner ik mij, of herinnert de stad mij

Even was ik dichtbij en terwijl ik het bijna kon aanraken

Denk ik aan vrijheid en maak een diepe buiging voor dit verleden

En vertrek

Luister ook: Spinvis – Aan de Oevers van de Tijd

Terugweg

Ik was op de terugweg naar huis. In een snikhete auto zoefden we over de lange zonnige Franse Route de Soleil. Maandenlang had ik ernaar toegeleefd en afgelopen week waren we met elkaar de Mont Ventoux opgegaan. Het waren ideale omstandigheden geweest, bijna windstil en een prettige temperatuur. Het was gelukkig nog niet zo druk op de top. De laatste 7 km “maanlandschap”, oftewel de kale berg, was met zijn 8 tot 10 procent het pittigste stuk geweest. Met dank aan de vele woon-werk fietstochten in combinatie met Juf Marit van de sportschool die mij onder een strak spinning regime tot dit niveau had gebracht. ‘This is were you came for’, zingt Marit mee met de opzwepende muziek in haar microfoon en beveelt ons om de spinning fietsknop tijdens dit klim-bergnummer nog maar eens flink zwaarder te draaien.

Omdat de airco in de auto het niet doet, hebben we beide voorramen geheel open staan. Ik laat alle beelden van de afgelopen dagen aan mij voorbij glijden. Mijn zoon heeft via de bluetooth van de Iphone zijn muziek via de auto installatie aanstaan. Ik heb weer eens last van de afterblues, waarom het nu alweer voorbij moet zijn. Misschien omdat ik het zo intens heb beleefd, mijmer ik en laat het bluesgevoel volgens de instructies maar eens volledig over mij heen komen, omdat ik weet dat toelaten leidt tot voorbijgaan van de pijn die ik in mijn buik voel. Beelden van thuis en werk doemen af en toe op en ik probeer tegelijkertijd zoveel mogelijk te genieten van wat ik net heb beleefd. De euforie van het gezamenlijke moment op de top, de foto’s. De aankomst van de huilende vrouw op de top die in de armen van haar fietsgenoot viel. Misschien fietste zij wel ergens voor, bedenk ik mij. In de afgelopen periode ben ik vaker gevraagd of ik misschien tegen kanker fiets. Vaak wordt mijn berg verward met de Alpe d’Huez, veel gebruikt om geld in te zamelen voor onderzoek tegen kanker. Uiteraard ben ik tegen kanker, alleen had ik mijn eigen doelen.

Ik vang, ondanks de openstaande autoramen, flarden van de hiphop muziektekst op.’Je hoeft je niet te haasten, nee het hoeft niet snel’ en ‘slow it down, it’s ok’, hoor ik. Mijn hoofd en handen bewegen ritmisch mee op de vierkwarts dreunende beat. Ik prijs de mooie tekst, het brengt mij in een relaxte en tevreden sfeer. Ik glimlach bij het horen van de andere flarden teksten als ‘fuck it all’, ‘daarna ben ik foetsie hier’ en ‘back it up all the way’ (whatever that means
).

Ik hoef mij inderdaad niet te haasten en het hoeft niet snel. Ook niet als ik straks weer thuis ben en mijn dagelijkse ritme weer oppak. Deze berg was immers ook een metafoor voor mij om mijn doelen te halen.

Mijn broer had ook zijn doel, om in ieder geval nog één keer de euforie van deze top via de fiets te beleven. In verband met zijn beginnende Parkinson ging dat al moeizamer. Ik leerde op de berg wederom het mooie van samenwerken, waarbij we afwisselend voor of achter fietsten om elkaar naar boven te helpen.

‘s Avonds las ik in ons hotel de tekst van mijn ontroerende hiphop nummer eens rustig door en realiseerde mij toen met een schok dat de tekst nogal seksueel getinte bedoelingen had. Mijn zoon legde gelukkig uit dat het vooral de bedoeling is om je eigen betekenis uit de teksten te halen. Zijn doel was trouwens om gewoon eens een berg op te fietsen.

Mont Ventoux: Ik ben foetsie hier, tot een volgende keer.

( Luister ook: BokoeSam / Haasten)

Wachten deel 3

Mijn zoon was net begonnen aan het reizen door Australië. Hij had de wekker gezet en stond om 04.00 AM op om uit het hostel te vertrekken naar de bushalte. Alleen was zijn bio ritme nogal van slag en dus ook zijn horloge, want beiden stonden nog op Europa ingesteld. Kortom hij was een slordige tien uur te vroeg bij de bushalte. Het wachten begon.

Allerlei herinneringen,vooral uit mijn periode van mijn eigen vroegere reizen kwamen weer naar boven. De ervaringen met lange wachttijden bij bushaltes, vliegvelden, liftend langs de 1500 km lange weg van het schiereiland Baja Californie/Mexico kwamen weer terug. Wachten tijdens vakanties hoort er ook bij. Ik kan bijvoorbeeld intens genieten van het wachten op een Vliegveld, tenminste als je eenmaal door de douane bent gekomen. Al vind ik de douanebeambten met hun aangeleerde streng onderzoekende blik ook wel weer interessant. De sfeer, de mensen en het avontuur wat nog voor mij ligt maakt het wachten onbelangrijk.

Iets minder enthousiast ben ik over het wachten in een file. Tijdens de vakantie ben je net lekker aan het rijden en dan plotseling gaan voor je de knipperlichten aan en staat de auto  vervolgens tempoloos in die file. Na de eerste reflex check, heb ik nog genoeg brandstof, geef ik mij noodgedwongen over aan het wachten. Het is een kwestie van verwachtingen bijstellen, zo overtuig ik mijzelf.

Mijn laatste langere file duurde een uur. Er was een, zo bleek later, fataal motorongeluk vlak voor ons gebeurd en wij raakten ondertussen ergens op de A73 in een goed gesprek. Het wachten was niet meer aan de orde en werd vervangen door een tijdloos gebeuren. De tijd vloog weg.

Ik ging thuisgekomen voor mijzelf eens langs hoeveel en hoe vaak ik nu eigenlijk aan het wachten ben. Ik bedoel niet het wachten op dat concert welke pas over een half jaar plaatsvind en waarvoor ik de tickets al in huis heb, wel het dagelijkse wachten.

Enige tijd hield ik de dagelijkse wachtscore bij. Ik reken voor het gemak ook even ons gezamenlijke auto vertrek mee bij minder goed weer. De auto vertrekt (vind ik) precies om half acht, dit om alle files voor te zijn. Meestal ga ik dan maar om 7.30 uur sharp alvast in de auto zitten en pareer het wachten met het afhandelen van mails via mijn smartphone. Aangekomen op het werk is het nog heerlijk rustig, pak een kop koffie en start de pc. Eigenlijk moet zo’n apparaat het gelijk doen, echter het opstarten en alle benodigde programma’s geopend krijgen zijn vaak lange slepende minuten. Net te kort om ondertussen even iets anders op te pakken en dus staar ik naar het scherm en houd ook mijzelf nauwlettend in de gaten en ja, ik constateer roffelende vingers en een iets te diepe in- en uitademing inclusief ongeduldige zucht bij mijzelf.

Het handige restaurant van het buurbedrijf serveert in de middagpauze een rij wachtenden bij de kassa, onder anderen door te weinig personeel en een medewerker met mogelijkheden die uiterst zorgvuldig en dus tergend langzaam het broodje gezond in elkaar zet.

Aan het einde van de dag op weg naar huis springen standaard alle zeven stoplichten op rood, terwijl mijn fietstocht eigenlijk pas echt begint als ik Groningen van Zuid tot Noord heb genomen.

Onlangs nam ik noodgedwongen de trein terug. Mijn fietsketting liet het, na een seizoen fietsen, afweten. Uiteraard constateerde ik pas twee minuten voor vertrek dat mijn OV kaart nog opgeladen moest worden en terwijl ik de benodigde handelingen quasi ontspannen verrichtte, hoorde ik de trein aankomen en ook weer vertrekken. Genoeg tijd dus voor “de kunst van het omdenken” en voor de smartphone tot de volgende trein arriveerde.

In verband met mijn haat/ liefde met dit vervoersmiddel bleef de trein uiteraard dit keer op het hoofdstation van Bedum langer staan dan normaal. De minuten tikten voorbij en gaandeweg wist ik dat er iets ergs was gebeurd verderop op het spoor. De fiets lag tientallen meters verderop, het wiel nog zinloos doordraaiend, een verkreukelde jas vlak bij het spoor en ik relativeerde in no- time mijn eigen kleine wachten en bijbehorende pietluttigheden.

De trein kwam met een schok weer in beweging, het bleek dat we moesten wachten omdat de trein naar Groningen vertraging had gehad. In deze paar minuten had ik blijkbaar mijn fantasie nodig gehad om mijn eigen wachten totaal onbelangrijk en failliet te verklaren.

Aandacht deel 2

Op de boot naar Vlieland heb ik veel herinneringen liggen. Op het eiland zou ik voor het eerst een halve marathon gaan lopen en op de heenweg ernaar toe raakte ik op het zonnige dek hierover in gesprek met een man. Ik was wel wat gespannen voor mijn eerste keer, ook al was ik goed voorbereid.

“Ik heb zelf de marathon verschillende keren, ik weet niet eens meer hoe vaak, gelopen”, vertrouwde hij mij toe, terwijl hij een slok van zijn bier nam, een sigaret opstak en te dicht bij mij stond.

Irritatie kwam langzaam en gestaag bij mij naar boven. Het ging over mijn halve marathon en er werd in no time door hem een hele marathon als prestatie tegenaan gegooid. Subtiel vroeg ik hem wanneer deze laatste marathon dan wel had plaatsgevonden. Aan de hand van zijn dikke buik had ik wel een vermoeden van het aantal jaren geleden. Het bleek vijftien jaar geleden te zijn. Ik sloeg terug met de afmaker dat deze prestatie niet meer als trofee geldig is. Vijf jaar is toch wel het maximum, zei ik. Hiermee was ons gesprek ook gelijk failliet verklaard. Ik hanteer voor mijzelf ook een houdbaarheidsdatum. Ik vind dat er een tijdslimiet moet komen op prestaties. Anders krijg je van die trofeeachtige gesprekken, die eigenlijk ook heel sneu zijn.

Blijkbaar doen mensen dat vaak vanuit een impuls: als iemand een belevenis vertelt er die van jou gelijk tegenaan te gooien.” New York was fantastisch”. Je ziet dat de luisteraar krampachtig zijn best doet om de verteller nog een paar zinnen door te laten vertellen, om bij het Impire state building aangekomen fijntjes in te haken met een, “ja, mooi gebouw, ben ik zelf meerdere keren op geweest”. Het doet iets met het gesprek en niet altijd positief. Het is natuurlijk prima om belevenissen uit te wisselen, echter dat is wat anders dan jouw verhaal er gelijk tegenover te willen zetten.

Ik was weer op de boot naar Vlieland, het was januari dit keer en erg koud. Thuis wist iedereen al dat ik zou gaan zwemmen in de Noordzee, een verlate nieuwjaarsduik zeg maar. Uiteindelijk wist mijn gehele netwerk, inclusief de koffiejuffrouw op de boot dat Anton Roerdink in het vrieswater zou gaan springen. Ik kon dus niet meer terug. Ik vroeg mij inderdaad ook af wat nu de reden was om dit met de hele wereld zo nodig te moeten delen. Zelf ben ik er nog steeds niet helemaal achter, zelfreflectie is niet altijd even makkelijk. Het is waarschijnlijk een combinatie van een erfenis van de genen van mijn moeder, gecombineerd met een vorm van een vroeger aandachtstekort. Deze heb ik zelf ruimschoots weten te compenseren met mijn ego, vermengd met een enthousiasme om belevenissen te delen en anderen en mijzelf te stimuleren om deze ”fantastische” belevingen ook te gaan ervaren.

Nu is het eindelijk zover. Ik ga de Mont Ventoux op en ook al ben ik twee keer eerder geweest, dit keer is het echt anders. Ik heb er een heftig spirituele ervaring van gemaakt. Het begon met een eerbetoon aan het leven en aan mijn vader, omdat ik dit jaar zijn leeftijd heb geĂ«venaard. Daarnaast mis ik mijn moeder en neem haar gelijk ook maar mee de berg op in mijn gedachten. Verder staat de berg als een metafoor voor het halen van mijn doelen. Ondertussen heb ik de berg in combinatie met mijzelf en (potentiĂ«le) deelnemers dusdanig veel aandacht gegeven dat het wel een goddelijke ervaring moet gaan worden. Of eigenlijk al is. Wel wat “over de top “reflecteer ik bij mijzelf. Ik ga
…..

( My baby/ Moonshower: follow me up to the Mountain top)

Spelen

Opeens wist ik het, ik had het antwoord gevonden om mij door saaie bijeenkomsten, “ik moet er eigenlijk wel heen” feestjes, verplichte bezoekjes, of saaie vergaderingen heen te slaan.Tijdens een verjaardag vertelde een vriendin over een een stukje wat ze had gedaan voor haar moeder die tachtig geworden was. Ze had haar vanuit een rol toegesproken, zo vertelde zij, omdat het als zichzelf te emotioneel voor zichzelf zou zijn geweest. De dekking van de rol hielp om de emoties onder controle te houden.

Ik was weer in gedachten op een vroeger buurtfeestje van vrienden waar een vriend en ik naartoe gingen en waarbij de motivatie om te gaan nogal heftig ontbrak. Er stonden verspreid witte plastic partytafels met Aldi nootjes ( 0,99 in de aanbieding) en omdat wij niemand kenden, keken wij tegen gesloten circuits homogene groepjes bij de verschillende partytafels aan. Nadat ik een tijdje semi nonchalant en quasi geĂŻnteresseerd met een flesje bier in de hand naar een paar boeken op de cadeautafel had gekeken, ( ik had net zo goed naar de schutting kunnen staren) ontstond min of meer vanuit een flight or fight impuls spontaan het idee dat wij een feestverhuur bedrijf waren.We hadden ons bij een plastic party tafel een plekje veroverd en vroegen hoe de sfeer hier was en vertelden in vertrouwen dat we waren ingehuurd om de gesprekken op gang te brengen en te onderhouden. Wilden ze luchtige gesprekken, of liever serieus, alles was mogelijk.

De verbaasde blikken namen toe, nadat we hun toevertrouwden dat er ook nep gasten op dit feest waren ingehuurd via ons bedrijf, omdat de feestgevers bang waren dat er te weinig mensen zouden komen. Vanuit onze spontaan bedachte rol hadden mijn vriend en ik een fantastische avond, hilarische gesprekken en het feest veranderde sluipenderwijs van saai en voorspelbaar naar nogal chaotisch en controleloos.Zelfs bij de verschillende partytafels van groepjes buren, collega’s, familie en vrienden werd kruislings overgestoken naar de andere tafels.

Later volgde ik een NLP opleiding waarin ook het gebruik van modaliteiten werd uitgelegd. Via je zintuigen ga je de toekomst of het verleden bewust aanpassen. Ik moet nog altijd denken aan het mooie voorbeeld waarin de top zwemster Inge de Bruijn goud won. Zij had vlak voor de wedstrijd in de kleedkamer haar 100 meter wedstrijd in gedachten gezwommen, waarbij ze al haar zintuigen gebruikte. Haar lichaam was dus letterlijk en figuurlijk goed voorbereid, ze had de race als het ware al gedaan. Het bleek een gelopen race, zij won glansrijk.

Wat was ik bang en verlegen omdat ik als kleuter mee moest lopen in een optocht. Ik voelde mij zo ongemakkelijk en alleen, vooral omdat ik voor mijn leeftijd nogal groot was en met kop en schouder boven iedereen uitstak. Totdat ik zelf op het idee kwam om verkleed als ridder de tocht mee te lopen, de ridder in mij heeft mij toen gered.

Mijn voorstel is om de rollen en het liefst ook de patronen eens lekker door elkaar te gaan gooien.Begin de dag met een heel ander soort ontbijt, neem eens een ander vervoersmiddel en vooral een andere route op weg naar je werk. Geef iedereen een hand en een compliment. Wees een ridder, of speel dat het je laatste werkdag in dit bedrijf is, kom thuis en speel de buurman/ vrouw voor je partner, of doe alsof je je vrienden al heel lang niet meer hebt gezien.

Want als je altijd denkt wat je gedacht hebt, zal je altijd doen wat je gedaan hebt en zal je altijd krijgen wat je altijd gekregen hebt.

Liefs A

Communicatietechnieken tijdens het kamperen

Willem kwam direct naar ons toe, of we een goede reis hadden gehad, hulp nodig hadden en koffie wilden. Op zich heel aardig, echter na een lange reis en aankomst op de camping wil ik het liefst in volstrekte anonimiteit de tent opzetten en vooral mijn eigen gang gaan. Op zich is dat natuurlijk al een uitdaging, op een volle camping in het hoogseizoen. Iedereen is allang gesetteld en er wordt rechtstreeks of indirect door de gesettelde de bewegingen van de kunst van het tentopzetten van de nieuwkomer gevolgd. Meestal gaat dat subtiel. Niet met Willem. Ik was direct al op mijn hoede, want iets in mij zei dat dit wel eens een vermoeiende vakantie kon worden met Willem als directe buurman.

Nu weet ik de paradox van kamperen met kinderen, iedereen gaat naar dezelfde plek om daar rust en ruimte te vinden en het moet ook interessant voor de kinderen zijn. Deze twee gaan echter niet goed samen.

Willem stond met zijn gezin, vrouw en ADHD puber kind vlak naast ons, ook al waren het grote plaatsen, de afscheiding bestond alleen uit een lange houten paal op de grond.

De tent werd opgezet , de waslijnen gespannen en de felgekleurde kleedjes over de waslijn gespannen om nog iets van privacy te creëren.

Willem verscheen onder de waslijnen door, de kleedjes en onze privacy met een armslag wegduwend met twee dampende koppen koffie. Als wisselgeld moesten we zeker een half uur naar hem luisteren. We kregen een complete reisbeschrijving en wat er allemaal in de buurt te zien en te doen was. De pret van het allemaal zelf langzamerhand ontdekken was hiermee alweer verkeken. ‘We zijn hier al twee weken’, zei Willem. Ik vroeg met een hoopvolle intonatie hoelang ze dan nog vakantie hadden. ‘Ach, we hebben alle tijd’, antwoordde Willem en daarmee vervloog mijn hoop op een relaxte vakantie op deze plek.

Ik gooide alle communicatievaardigheden in de strijd, toen Willem een gezamenlijk leuk uitje, steen bikken ergens in de buurt, leuk voor de kinderen, voorstelde.

Ik had niet eens goed gehoord wat precies de bedoeling was, echter ik zag een kans om er een win- win situatie van te maken. Ik legde hem uit dat we hier met vrienden waren, zij in de mobile home

en wij hier bij de rivier en dat ik een missie had, namelijk de Mont Ventoux per fiets te gaan beklimmen. Ik stelde na razendsnel intern rekenen en afwegen voor om de komende vrijdag deze gezamenlijke tocht naar de bergen te gaan ondernemen. Mijn zoon keek mij veelbetekenend, rollend met zijn ogen van ergernis aan en verdween snel naar de mobile home van onze vrienden, onze vluchtplaats zo zou blijken. Ik dacht zo een aantal dagen vrijheid te hebben gewonnen.

Even leek het of mijn strategische zet vruchten ging afwerpen, echter Willem bleef dagelijks ongevraagd langskomen. Hij nam altijd iets mee als ruilmiddel, drank en eten voor aandacht. Zijn zoon en vrouw bleven altijd op hun eigen plekje. Ik voelde compassie voor hen.

Ik was eigenlijk weer aan het werk en herinnerde mij de techniek van spiegelen, dat is hetzelfde gedrag laten zien als de ander. Dit betekende dat ik Willem op een gegeven moment vriendelijk doch heel duidelijk confronteerde en aansprak op zijn plek en onze plek en legde hem het belang van onze privacy uit. Zijn vrouw herkende dat, zo vertrouwde hij mij toe.

De dag voordat ik mijn missie zou gaan volbrengen en mijn fiets nog eenmaal inspecteerde riep Willem vanuit zijn tent dat ik hem heftig had geĂŻnspireerd en dat hij ook de Mont Ventoux zou gaan beklimmen en ja, ook op dezelfde dag en tijdstip waarop ik zou gaan.

Op dat moment gebruikte ik al mijn herkadering competenties en liet alle oefeningen in het hebben van compassie op mijzelf los. Het lukte mij nog om hem een fijne dag te wensen.

In Bedoin aangekomen nam ik nog een laatste kop koffie voordat ik mijzelf naar hogere sferen zou gaan brengen. Opeens zag ik Willem, een beetje onderuitgezakt met een hoogrode kleur aan een biertje op het terras. Hij vertelde mij verkeerd te hebben gefietst en er nu al zoveel kilometers op had zitten, dat de beklimming er niet meer van kwam. Wat een prachtig voorbeeld van externaliseren dacht ik en glimlachte hem vriendelijk toe, de berg riep mij
.

Flow

Afgelopen weekend las ik in de Volkskrant een artikel waarin er werd geadviseerd om zoveel mogelijk in een flow te zijn.

Even gegoogeld. In eerste instantie kwam mijn Polar horloge weer tevoorschijn bij de zoekresultaten, alsof mijn Polar mij steeds iets wil vertellen. Echter dit nu even terzijde.

Bij het intikken van ‘flow en betekenis’, kwam de uitleg dat flow een geestestoestand is waarin we geluk ervaren omdat we positief en intensief met iets bezig zijn, waarin we het moment ook optimaal ervaren.

Ik raakte door dit artikel geĂŻnteresseerd in de schrijver. Tijn Touber sprak mij meteen al aan, omdat hij zo mooi uitlegt dat voor de TV hangen nooit echt ontspannend kan werken. Je hersenen ( onbewuste) maken geen verschil tussen fantasie en werkelijkheid, dus je lichaam maakt allerlei stoffen ( adrenaline) aan bij het liggend op de bank zien van die oorlogsfilm, of het journaal met die verschrikkelijke beelden. Volgens je lichaam ben je daar en aansluitend ga je dan vol adrenaline naar bed om te slapen. De adrenaline werkt vervolgens als een gif in je lichaam omdat je niet beweegt en moet het weer zien kwijt te raken.

We leven in een periode waarin onder andere de flow, een mindful leven, yoga, stilte weekenden etc stevig wordt geadviseerd en op zich vind ik dat in deze hectische overprikkelde wereld prima. Je merkt dat er een ‘maar’ aan zit te komen en dat klopt.

Er is een complete commerciĂ«le ‘flow’markt ontstaan, onder het mom van mindfulness.

Ik bekeek toevallig een folder over de provincie Groningen en kwam het aanbod van wandelen met ezels tegen. Wandelen met een ezel om te onthaasten en om dichter bij jezelf te kunnen komen. In gedachten zag ik al de ezelswandelaar in een weiland die wanhopig probeert dicht bij zichzelf te komen, terwijl de ezel er even geen zin meer in heeft.

Het blote voeten pad; hier mogen de schoenen en sokken uit om het op blote voeten lopen te ervaren. Het pad is 1,4 km lang en het is mogelijk om heen en terug te lopen (?). Op de site las ik net dat er vanwege meningsverschillen met Gemeente en Staatsbosbeheer het Blote Voeten pad niet meer tot de mogelijkheden behoort. Tot zover hun mindful ervaring

Knuffelen met koeien, fluisteren met paarden, omhelzingen met bomen, een slikervaring op het wad ( nee niet lekker wadlopen), wel in groepsverband geheel mindful ondergedompeld worden in het slik voor een complete wellness ervaring.

Helemaal haak ik af, wanneer bij de aanbeveling staat dat er na afloop een ‘gezellig kopje koffie of thee met iets lekkers erbij’ wordt gepresenteerd om uw belevenis te vervolmaken.

Ik bepaal zelf of ik het gezellig vind en of ik daar dan vervolgens iets bij wil hebben en ik bepaal helemaal zelf wel of het lekker is.

Over je eigen flow nadenken moedig ik zeer aan, vooral los van het aanbod ‘denken’ is het goed om te weten waar je zelf van in een flow raakt.

Binnenkort heb ik een week vrij en vertrek naar de Mont Ventoux. De avond ervoor staar ik nog een tijdje in mijn kampvuur, rij vervolgens uren lang in de auto over de highway met goede trance muziek, geniet onderweg in het café van de dieprode bourgondische kwaliteitswijn ( al denk ik niet dat dit onder de flow mag vallen ); ) en beklim uiteindelijk op mijn stalen ros de 21 km steile weg naar de top, waar (door de combinatie van inspanning tezamen met de overweldigende natuur) mijn denken stopt. Boven aangekomen zal ik waarschijnlijk iets drinken, met iets erbij wat ik zelf uitkies, omdat ik dat kan.

Het afvalstation en de kunst van samenwerken

Het was weer gelukt. Ik stond met mijn zoon op het terrein van het Grof vuil wegbrengstation van de Gemeente Groningen. Ik gooide spullen van het verleden zeer tevreden, met een glimlach aan de herinneringen in de desbetreffende containers. Je ziet ook allerlei verschillende mensen die verder of minder ver in hun proces zitten in het verwerken van hun verleden. Bijvoorbeeld zijn de agressieve weggooiers vaak mensen die middenin een scheiding zitten, de dralende weggooiers ( vaak rustige muziek in de auto) hebben net een begrafenis achter de rug en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Ik heb een lange ervaring met grof vuil wegbrengen. Het is een soort van hobby voor mij. Om het goed te kunnen doen dien je wel een aantal spel regels te kennen. Een vroegere buurman wist dat niet en was heel erg boos.

Terwijl ik voldaan weer thuiskwam, nadat ik wederom een fijne grof vuil zaterdagmiddag ervaring had opgedaan, kwam ik deze buurman tegen. De kleine roodaangelopen, nu sputterde, slissende buurman was woedend, want hij had net 40 euro moeten betalen voor zijn doosje met stenen. Helemaal boos was hij, nadat hij ontdekt had dat het niet uitmaakte of je nu een doosje puin, of een kar vol puin wegbracht, het bleef 40 euro. Ze hebben dat later aangepast naar het gewicht. Zo heb ik in de loop van de jaren vele bruikbare handvatten opgedaan en vooral geleerd om de juiste woorden te gebruiken bij de medewerkers van de balie/ slagboom van het afvalwegbrengstation.

Het begint al bij de aankomst, je rijdt je auto tot aan de praatpaal, de auto staat op een soort van weeg brug en goed voorbereid ( raampje alvast open) beantwoord je in een vloeiende zin het desbetreffende postcode en huisnummer en noem je zonder aarzelingen wat je komt brengen. Niet grappig proberen te zijn, want de medewerkers zijn volgens mij allemaal getraind in het streng en onderzoekend de afvalwegbrengers te analyseren.

Gebruik nooit het woord puin, zoals mijn vroegere buurman deed, want dan veranderd de sfeer acuut. Je dient uit te stappen en bij het balie raampje komen te staan en vervolgens komen er allemaal indringende vragen op je afgevuurd, zoals waar het puin dan wel vandaan komt, of er asbest tussen zit etc. Uiteindelijk moet je betalen en pas daarna druip je weer af naar je auto, in afwachting of de slagboom alsnog voor jou open gaat. Ik heb geleerd dat als ik dit “schone stenen uit mijn tuin noem”, we geruisloos door kunnen gaan naar volgende vragen wat ik nog meer te brengen heb. Zoals schone tuin aarde uit mijn tuin, in plaats van GROND. Want je weet dat bij het gebruik van dit woord het ritueel van uitstappen en verdere ondervraging dan weer opnieuw begint.

Na de slagboom ben je er nog niet helemaal, want eerst moet je de steile helling naar boven, waar minstens twee medewerkers van de dienst jou staan op te wachten. Vanuit deze benarde hellingproef positie staat de zon meestal dusdanig dat je ook nog verblind wordt. Boven aangekomen staan ze je op te wachten. Wees allereerst er super alert op dat je de helling in z’n totaliteit neemt en niet staat te stuntelen met je zware aanhanger op de helling, daar houden ze helemaal niet van. Houdt het raampje weer open en groet vriendelijk, echter niet te joviaal. Laat hen in eerste instantie het woord doen. Zij noemen op wat je in de kar hebt liggen en geven daarbij de uitleg welk materiaal in welke container moet. Pas op dat je geen houding hebt, van ja dat weet ik nu allemaal wel, want dan komen er acuut strik vragen, of de meneer die het blijkbaar allemaal zo goed weet, dan ook even kan vertellen waar het stalen ladekastje, afgewerkt met hout dan wel in moet; de grof vuil bak, of de ijzer bak??

Ik heb de meneren zien stuntelen en ik verzeker je dat je dan geen prettige tijd hebt, om je te ontdoen van al je spullen in alle verschillende containers. Nee, dan beter vriendelijk knikkend en als ze uitgesproken zijn helpend aanvullen dat je ook nog gordijnen hebt liggen. Dit hadden ze uiteraard allang gezien. Een beleefde vraag kan ook nog zeer helpend zijn; bv “ ik heb ook nog een ogenschijnlijk leeg blikje verf op oliebasis met toch nog een bodempje wit erin, wat zal ik hiermee mogen doen”?? Je hebt dan een fantastische tijd de verdere middag. Het ijs is gebroken en je mag de bezems lenen, je mag zelfs een grapje maken. Houdt echter altijd je raampje open, want er kan nog een vraag komen
..

Laat mij niet alleen, blijf nog even bij mij

Uit het niets moest ik aan deze zin denken tijdens de kerkdienst met Pasen. Ik was sinds lange tijd weer eens in de kerk. Mijn vriendin ging met haar koor optreden en daar wilde ik bij zijn.Ik dwaalde al snel, net zoals vroeger in de kerk, met mijn gedachten af. Waarschijnlijk op het ritme van de liederen en preek en de verstilde sfeer van deze kerk uit de dertiende eeuw.

De dienst duurde vroeger altijd in mijn beleving zo lang, dat ik om de tijd te doden vloer en plafond tegels begon te tellen, of mensen ging bestuderen, om vervolgens zelf in een ander bewustzijn weg te glijden, een droom toestand, totdat ik weer in de realiteit kwam bij het galmende Amen. Vaak hoorde ik al lang voor het Amen aan de intonatie dat het Amen snel zou komen.

Ook vond ik het vroeger als kind al intrigerend wanneer de dominee met zijn preek zou gaan beginnen. Meestal met een aardige metafoor, al wist ik de betekenis daarvan toen nog niet.

Later zag ik het fenomeen ook weer terug bij de alter ego van Paul Haenen, zijn beroemde dominee Gremdaat.

Als de dominee dan begon met: “ ik zat vanmorgen op weg hiernaar toe in de trein en ik kwam een oude vrouw tegen die niet zo goed ter been was en de trein niet meer zou gaan halen”, wist ik dat het zeer waarschijnlijk verzonnen was. Het wachten was op het volgende bruggetje: “ en zo is het ook met God”.

De oude vrouw die de trein gelukkig toch net haalde, want de machinist van de trein zag het nog op tijd en gooide zijn eigen schema in de war, door te wachten. God is als die machinist, hij wacht ook op jou.

Ik werd door de dienst heen meegevoerd langs magische taferelen. God die mensen wederom tot leven wekte, de wind erbij riep om de levens weer nieuwe levensadem in te blazen. Jezus stond op de derde dag weer op uit de dood en God liet ook anderen uit de dood opstaan. Ergens daar dreef ik af naar mijn eigen gedachten. Door de preek gemengd met mijn sluimertoestand herinnerde ik mij dat ik als kind altijd grootse meeslepende dramatische verhalen verzon:

Ik fietste in gedachten de Mont Ventoux alvast op. Ik gebruikte mijn allerlaatste krachten en in het alleen zijn in mijn gevecht met de elementen en met mijzelf,vroeg ik, smeekte ik, om mij niet alleen te laten, om nog even bij mij te blijven.

Ik nam mijn overleden vader en moeder weer terug in mijn herinnering. Ik nam ze mee de berg op. Ik wilde zo graag een verheven daad voor ze doen, eren voor wie ze waren en het eren van het leven. Tijdens het “Amen” realiseerde ik mij dat ik nu was opgeschoven in de rij, ik was nu de oudere geworden. Mijn zin draaide ik vanaf nu om en werd: “ Ik laat jou niet alleen. Ik blijf nog even bij je”.

Na de dienst was er koffie, de mevrouw die naast mij stond zei dat ze snel naar huis moest, omdat het waarschijnlijk zo zou gaan regenen. Ik adviseerde haar spontaan, om toch vooral “ het weer droog te denken”. Ze keek mij verbaasd aan en met een licht geïrriteerde blik gaf ze aan dat ze niet zo in magische zaken geloofde. Ik vertelde haar geamuseerd dat we in het afgelopen uur nogal meegenomen waren van het ene fantastische magische verhaal naar het andere en dat het weer droog denken daarbij vergeleken een vrij nuchtere gedachtegang leek.

We fietsten naar huis, de zon scheen onbewolkt door de diepblauwe lucht en ik nam mijn nieuwe overtuiging met mij mee, hopend dat ik iets voor anderen kan betekenen.

Mijn Polar horloge

Sinds enkele weken ben ik in het bezit van een Polar horloge.

Een wereld ging voor mij open. Tijdens de aankoop bij het standje aan de finish op de Ossemarkt te Groningen mocht ik het horloge eerst even testen. Ik kreeg een compliment van de verkoper dat ik zo snel en goed hersteld was van de 11 km loop, met een hartslag van 65. Ik was dan ook verbaasd dat ik bij het afrekenen ineens een hartslag van 130 had. Was mijn aankoop eigenlijk boven het huidige budget, houd ik niet van betalen, of was ik gewoon opgewonden blij met mijn nieuwe speeltje, of speelde er toch iets anders wat mijn onbewuste al wist?

In ieder geval bood dit horloge ongekende biofeedback mogelijkheden om mij bewust te worden van wat een situatie met mijn lichaam (en geest) doet. Ik stelde mij al verschillende situaties voor dat ik op mijn werk in een ingewikkeld gesprek zou zitten en zie dat mijn hartslag mij al een tijdje signalen geeft om het gesprek te stoppen, de waarheid te zeggen of andere mogelijkheden. Of ik zit op een terras in een spontaan gesprek met een leuke voorbijganger en ik doe net even iets te populair om gehoor te geven aan mijn ego om interessant gevonden te worden. Mijn polar maakt mij bewust van mijn onbewust gedrag.

Wel is het uiterst belangrijk om zo onopvallend mogelijk op mijn horloge te kijken, zodat de ander niet moet meemaken dat ik tijdens het onderhoud op mijn horloge ( lees ongeĂŻnteresseerd) kijk.

Met een mildheid moest ik opeens aan mijn lieve moeder terugdenken, die zich altijd hartstochtelijk in een gesprek kon storten. Echter zij liet zich ook altijd dicteren door de door haarzelf opgelegde dag structuur. Er kon bijvoorbeeld tijdens het gesprek opeens een voorzichtige afleiding komen, waarbij zij poogde om zo onopvallend mogelijk een blik op haar horloge te werpen, want het liep tegen 1500 uur en dan moest er thee gezet en gedronken worden. De rechterhand ging dan sluipend richting horloge, waarbij zij het horloge langzaam tussen duim en middenvinger klemde om zo onopvallend mogelijk de tijd tot zich te nemen. Dit was natuurlijk dodelijk voor ons gesprek. Ik kende haar ritueel en toch hoorde ik mij dan vervolgens vlak en aangedaan mijn inbreng afronden.

Gewapend met mijn nieuwe aankoop stapte ik op mijn fiets richting huis. Ik was weer eens letterlijk in het bezit van de tijd om mijn pols. Nu moet ik bekennen dat ik een beetje een haat liefde relatie heb met horloges. Ik heb er al vele gehad in mijn leven. Eerst het erfenis horloge van mijn vader, deze bleef sinds zijn overlijden stilstaan en vertikte het om weer te gaan. Later meerdere verjaardagshorloges cadeaus, ze eindigden in vergeten plekken, vielen uit elkaar, of ik stopte gewoon de relatie.

Momenteel ga ik met mijn nieuwe aankoop behoorlijk aan de loop. Ik volg doorlopend mijn hartslag, ik tel mijn stappen, fiets opeens harder, loop intensiever en krijg aan het einde van de dag mijn feedback via mijn laptop over mijn verrichtingen.

Afgelopen nacht gebeurde er iets onverwachts; ik werd midden in de nacht wakker, mijn horloge gaf opeens licht, alsof hij mij iets duidelijk wou maken.

Vanochtend sloeg hij op hol, het apparaat gaf constant aan dat ik zou starten met de “excercise”. Dit wou ik niet, ik wou gewoon genieten van mijn eerste kopje kopje.

Gevolg was dat ik een melding kreeg; Syncing, whatever that me be. Met een zekere onderkoelde berusting heb ik heb hem langzaam afgedaan en in het doosje terug gelegd.

Opeens wist ik de betekenis van mijn droom van afgelopen nacht, waarin ik verbaasd was dat op de snelweg aan mijn kant auto’s de tegengestelde richting opgingen.