Wanneer voornemens wel werken

Het bleef lang stil toen ik mijzelf de vraag stelde wat de reden was van mijn sterke wisselingen in sportieve acties. Ik vergeleek het met een sneltrein die het spoor soms bijster was.
Ondertussen had ik in mijn leven al wel een behoorlijke lijst met sportieve resultaten op mijn naam staan. Meerdere halve marathons en fiets uitdagingen inclusief berg beklimmingen had ik afgevinkt. Toch kreeg ik het elke keer weer voor elkaar om na een behaald doel terug te zakken in het minimale qua sportiviteit. Dit ondanks mijn voornemen om dit keer de opgebouwde conditie vast te houden en uit te breiden naar hogere doelen.
Tijdens de laatste halve marathon, alweer bijna een jaar geleden, had ik de eerste tien km in een flow ervaren. De prachtige omgeving van de bossen, de landweggetjes, de koelte van de winter op weg naar een voorzichtige start van het voorjaar en de verwachtingsvolle sfeer van het gezelschap van vele sportieve lopers hadden een positieve bewustzijnsveranderende werking op mij gehad.
Alleen de laatste kilometers had mijn lichaam in toenemende mate, krachtige signalen afgegeven, tot aan een indringend ‘mayday’. Deze had ik uiteraard genegeerd.

Ondertussen kreeg ik een paar antwoorden door; ik geniet te lang van het behaalde resultaat. (Deze geven geen garanties voor de toekomst) Het Bourgondische genieten en het gevoel van de klus te hebben geklaard, houdt te lang aan, met als gevolg dat ik met deze pauze alweer heel vakkundig een achterstand in conditie aan het opbouwen was.
Mijn Google zoektocht hoelang ik zonder ‘schade’ een sportpauze in kon lassen, leerde mij dat een korte onderbreking van tien dagen al voor veranderingen in onze hersenen kan zorgen. De bloedtoevoer naar je hersenen vermindert. Twaalf dagen niet sporten zorgt voor een vermindering van 50 procent van de opgebouwde conditie. Gemiddeld breken je spieren al na drie dagen weer iets af, waardoor je kracht afneemt.

Het was zaterdagochtend en ik zat, in mijn sportkleding op de veranda, te overdenken en berekeningen te maken wat mijn frequentie dan moest zijn. Ik had mijn antwoorden en harde feiten langzamerhand wel op een rijtje.
Ik had altijd heel overtuigend het woord ‘moeten’ vermeden.
Berustend analyseerde ik dat ‘ leuk’ en ‘ flow’ onlosmakelijk verbonden is met bewuste actie, discipline en een positief ‘moeten’. Oftewel, om leuk mijn halve marathon te kunnen doen, moet ik gedegen trainen. Ik besefte opeens heel helder dat er geen ja zonder nee kan bestaan. Om degeneratie tegen te gaan, moet ik minstens elke drie dagen sporten.

Misschien moest ik maar weer eens met mijn buurman Rudolf praten. Hij vond namelijk dat ik zo moeilijk leefde. Het viel hem ook al op dat hij nooit meer in mijn columns werd genoemd. Een win win situatie dus voor ons beiden.
Hoe ging dat tegeltjes wijsheid nog maar?
‘wie mooi wil zijn, moet pijn lijden’.
‘Zo irritant waar’, dacht ik en vertrok extra vroeg naar mijn sportschool Mind & Motion.

Luistertip:  Get up, 50cent

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s