Alleen

Het was donker. De nacht had het overgenomen van de avond. Ik had de overweldigende hoeveelheid aan kunstlicht van de Randstad verlaten en reisde het donker in. De weg van de polder was nat, stil en verlaten. Ik was alleen op de wereld, of althans zo voelde dat. Ik zong mee met de tekst ‘telephone is ringing without me, cause I’m no longer at home’ en moest onwillekeurig denken dat de tijd dit liedje ook alweer had ingehaald. Mijn mobieltje lag immers naast mij op de autostoel. Het lag klaar als een instant hulpmiddel voor contact met de buitenwereld, alleen mocht ik er niet aankomen.

Ik had eerder onderweg in de auto op een lang recht stuk op de snelweg een kort ‘ben zo thuis’ ingetypt en bij het plaatsen van het bijbehorende pictogram was ik met een vaart vanaf 130 km per uur naast de snelweg in de berm tot stilstand gekomen. Met bonzend hart, dichtgesnoerde keel en kippevel over mijn gehele lichaam had ik de auto nog redelijk goed tot stilstand weten te brengen. Minutenlang had ik het stuur van de stilstaande auto nog te stevig omklemd, totdat ik de kramp in mijn handen voelde. Uiteindelijk deed ik in een automatische reflex de ruitenwissers uit en de regen ontnam vrijwel direct het laatste beetje contact met de buitenwereld. Ik weet niet meer hoelang ik daar verstijfd en verstild in de auto heb gezeten, het besef van tijd was even vertrokken. Ik stapte uit de auto en zag vlak naast mij de diepe steil aflopende berm en het donkere water. Pas op dat moment begon ik de alarmsignalen van mijn lichaam goed te voelen en merkte dat ik heftig aan het trillen was. Ik deed de muziek uit, deze paste op dat moment niet meer bij de situatie. In de absolute stilte hoorde ik mijzelf met een schorre stem ‘sorry, sorry, sorry ’mompelen. Het was lang geleden dat ik mij tot het ‘hogere’ had gericht. De dood was even akelig dichtbij geweest. Er was weliswaar geen tunnel met aan het eind een lichtpunt en toch voelde ik de aanwezigheid van mijn ouders even heel sterk en keek voor de zekerheid in de achteruitkijk spiegel. Het geluid van een voorbijrazende vrachtwagen bracht mij weer bij het moment. Ik startte de motor en reed verder de nacht in. Het leek alsof er niets gebeurd was. Alleen het diepe bandenspoor in de berm was nog getuige van wat net was geweest.

Het afscheid, de gezelligheid en de gesprekken van de afgelopen dagen zaten nog in mijn hoofd, ondanks dat ik alweer onderweg was. Het klopt dat iets pas voorbij is als je er niet meer mee bezig bent, realiseerde ik mij nu heel sterk. Alsof ik nog in twee werelden leefde. In mijn hoofd was ik nog midden in een gesprek, op een andere plek, terwijl ik ondertussen over de snelweg zoefde richting het Noorden. Richting huis.

Ik mijmerde nog wat na over intense momenten en het steeds voorbijgaan en hield een gerichte perifere blik op de weg, vooral toen mijn telefoon even oplichtte en er een appje binnenkwam………

Luistertip: Boz Scaggs we’re all alone

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s