Leven en dood

Je zat voorovergebogen op de rand van de houten veranda. Telefoon in de rechterhand en je linkerhand tegen je voorhoofd. Alsof je steun zocht. Mijn lichaam gaf mij een krachtig signaal dat er iets aan de hand moest zijn. Dit beeld paste geheel niet bij het zacht vriendelijke namiddag zonlicht. ‘Verongelukt’, zei je en ook al was de slecht nieuws boodschap direct gegeven, ik begreep pas in tweede instantie dat onze collega niet meer leefde. Zijn dochtertje was er erg aan toe en zou pas enkele dagen later overlijden.

De middag fietstocht was heerlijk en ontspannen geweest. Gedrieën gingen we toch maar eten, staarden naar het ‘Zomergasten’ programma. Dicht bij elkaar op de bank, ieder met zijn eigen gedachten. De dood, door dit drama opeens even weer heel dichtbij en toch ook verder weg. Omdat ons leven doorgaat. Omdat wij tussendoor aan andere zaken kunnen denken en het leven kunnen vieren. Ik voel verdriet voor de nabestaanden. De hel waar zij zich in moeten bevinden. Het doet mij huiveren. Onvermijdelijk werkt dit drama ook als een spiegel voor onze eigen pijn, onze eigen angsten. Ik fiets ergens tussen Zuid-Limburg en Luxemburg. Het herhalende regelmatige ritme van de pedalen, het zachte geluid van de banden op het asfalt brengt mij in een lichte trance. ‘Het leven is zo broos’, bedenk ik mij terwijl de tractor met XXL banden rakelings langs mij scheert. We vertrokken met de dood van een fijne collega, bij onze eerste vakantie stopplaats vertelde een goede vriend dat hij diezelfde dag een vriend naar het verpleeghuis had gereden. Prognose, nog hooguit enkele jaren te gaan. Opgenomen in deze privacyloze ‘totale institutie’, waar de goedbedoelde gezamenlijke activiteiten zo infantiliserend kunnen werken. ‘Ik wil niet bij mevrouw Jansen aan tafel eten’, ‘ik wil op mijn eigen kamer eten’, riep de vriend tegen de verpleegkundige. ‘Helaas meneer, het is regel om gezamenlijk te eten, wij willen niet dat u vereenzaamt’. Bij afslag Monchau besluit ik, mocht ik voorlopig blijven leven en ooit in een tehuis moeten worden opgenomen, dat ik mij vooral in mijn kamer opsluit met mijn eigen muziek. Dagenlang zal ik naar Bob Dylan en Leonard Cohen luisteren, totdat ik alle teksten luidkeels kan meezingen. Dat gaat natuurlijk niet meer helemaal lukken, door het oneindige repertoire van teksten. Door mijn ‘op leeftijd’ geheugen. Bij Budgenbach een appje, dat het meisje het niet heeft gehaald. Ik wil huilen om zoveel onrecht, zoveel pijn. Het is niet mijn pijn, dus bid ik maar over het stuur gebogen om kracht voor hen die dichtbij staan.

Ik sta naast de begraafplaats in de stilte van het weidse Groninger landschap. Fietssleutel nog aarzelend in de hand. De uiteindelijke heldere klik van het openspringen van mijn axa fietsslot is een startschot dat mijn leven gewoon verdergaat. De wielen draaien zich langzaam tempo opvoerend een weg naar mijn volgende bestemming. ‘Ik blijf voorlopig verdrietig’, besluit ik plechtig. Uit respect voor de overledenen, de nabestaanden en voor mijzelf.

Bob Dylan – Forever Young (Slow Version)

May you build a ladder to the stars
And climb on every rung
May you stay forever young

 

Een reactie op “Leven en dood

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s