SIMON VESTDIJK
Op een donderdagmorgen in juni eindigde mijn treinreis op station Harlingen. De normale ochtenddrukte was achter de rug. In het stationsgebouw waren een eetcafé en kringloopwinkel gevestigd. Aan de straatzijde van het station groeiden paarse planten half over de rand van betonnen bloembakken.
Meer dan een eeuw geleden was middelbare scholier Simon Vestdijk hier vaak te vinden. Hij wachtte op Lies Koning. Ze zat bij hem op school, een klas lager, woonde in een dorpje verderop en kwam met de trein naar Harlingen. Simon was smoorverliefd op Lies, maar zijn liefde werd niet beantwoord. Hij liep samen met haar naar school, droeg haar boekentas, en aan het eind van de schooldag bracht hij Lies weer terug naar het station. Zijn liefde voor haar gaat zijn hele puberteit beheersen. In 1934 beschrijft Vestdijk deze tragische jeugdliefde van zijn alter ego Anton Wachter in zijn debuutroman Terug tot Ina Damman
Ik was op deze dag in Harlingen om sporen te vinden van een van mijn favoriete schrijvers. Een paar jaar eerder had ik me verdiept in zijn werk en leven. Je zou het een studie kunnen noemen, waaronder het schrijven van artikelen voor de Vestdijkkroniek. Sommige romans van Vestdijk waren al in mijn bezit. De rest â hij schreef er tweeĂ«nvijftig – had ik aangeschaft door kringloopwinkels, marktkramen, tweedehands boekwinkeltjes en het internet af te struinen. Met als resultaat een gebutste rij boeken in verschillende kleuren en formaten, bladzijden met ezelsoren, vervaagde kaften en gebarsten ruggen: een bonte verzameling in mijn boekenkast die de veelzijdigheid van kunstenaar Vestdijk symboliseert.
Vestdijk groeide op in het Friese havenstadje, studeerde geneeskunde in Amsterdam maar ging daarna zijn geld verdienen als schrijver. Hij behoorde jarenlang tot de belangrijkste schrijvers van Nederland en was enorm productief. Adriaan Roland Holst noemde hem âde man die sneller schrijft dan God kan lezenâ. Overigens leefde Vestdijk in een tijd dat niet alles kon in Nederland. Zo wordt hij in 1938 ontslagen als literair redacteur bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant (nu NRC Handelsblad), vanwege uitspraken door romanpersonages over Jezus en het christelijk geloof in een van zijn boeken.
Het meest ontroerende moment dat ik tegenkwam bij het lezen van al zijn romans speelt zich af op de laatste bladzijde van De kellner en de levenden. Op de Dag des Oordeels herenigt een messiasachtige verschijning een doodzieke jongen met zijn eerder overleden herdershond. Ze zijn weer samen.
Tijdens mijn literaire wandeling door Harlingen vond ik zonder veel moeite Vestdijks voetafdruk. De tocht voerde langs meerdere plekken die een belangrijke rol speelden in zijn leven. Ik kwam het herinneringsbord op de gevel van zijn geboortehuis tegen, liep door de Simon Vestdijksingel en zag het bronzen standbeeld van Anton Wachter, met boekentas onder de arm. De middelbare school draagt de naam van de schrijver en in het gemeentemuseum bezocht ik de Simon Vestdijkkamer. Ik zag een zwart-wit foto met daarop afgebeeld het hoofd van de schrijver, op een kussen. Verder waren alleen een witte deken en laken te zien, een metalen stang van het ledikant en een deel van de muur. Het liet de schrijver zien met ingevallen wangen en lange wenkbrauwen, zonder bril, de ogen gesloten en stoppels onder zijn neus. Vestdijk was dood, gestorven in 1971. Ik wist natuurlijk dat hij niet meer leefde, maar was geschokt toen ik de foto zag.
Luistertip: I canât make you love me, Bonnie Raitt https://youtu.be/nW9Cu6GYqxo?si=TK1zeCuEi2M1a0r4
